Het volkslied van de kerk

2002-06-27
  • Jaargang 46
  • nummer 13
Misschien herinnert u zich de beelden nog wel van vroeger. Ik schrijf over de tijd dat Nederland nog wel eens meespeelde aan het WK voetbal. Voor de wedstrijd werd dan het volkslied gespeeld.
En terwijl de spelers in het gelid stonden gleed de camera langs de spelers. Een voor een kwamen de gezichten van ons nationale elftal in beeld.
U heeft de beelden waarschijnlijk zo weer voor ogen. De ene speler murmelt de tekst wat mee, duidelijk niet in de wieg gelegd als zanger, maar van goede wil. De andere speler zingt mee uit volle borst en met een gezonde dosis nationale trots. Een derde speler zwijgt. Bij mij persoonlijk hadden die spelers die ons volkslied meezongen al gescoord. Ik kan een brok in mijn keel krijgen van een Nederlands publiek op een tribune ergens in het buitenland dat het Wilhelmus uit volle borst meezingt, vaak enthousiast voor de muziek uit. Maar wie dan zwijgt heeft het voor mij verspeeld.

God zoekt
Gods oog glijdt over de wereld, Hij kijkt wie zingt, stamelend of uit volle borst, en Hij ziet wie zwijgt. En het laat God niet onverschillig wat zijn oog ziet en wat zijn oor hoort, want God zoekt aanbidders. Dat zegt Jezus tegen de Samaritaanse vrouw: ‘Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid’ (Johannes 4:23,24).

Volhard in aanbidding
Jezus kondigt een nieuwe tijd aan.
Het uur van de waarheid is aangebroken.
Het tijdperk van de Geest is begonnen.
Er ontstaat een nieuwe geloofsgemeenschap waarvan een van de kernmerken is dat zij volhardend God in geest en waarheid bidt en aanbidt.
Een uitverkoren geslacht dat de grote daden van God in haar aanbidding verkondigt.
Maar als dat gebed en die aanbidding verstomt dan verliest die geloofsgemeenschap haar vitaliteit.
Niet op de berg Gerizim of in Jeruzalem bevinden wij ons op heilige grond, maar daar waar God, op zoek naar aanbidders, gelovigen vindt die één zijn in de aanbidding van hun drie-enige God.

De muziek vervaagt
Jezus verplaatst de focus van de berg Gerizim en Jeruzalem, rots en stenen, naar het hart van de aanbidders. Daar waar de geest en waarheid gevonden wordt. God kijkt verder dan de beelden van bewegende lippen. Niet wat er klinkt is voor God het ultieme criterium.
Soms heeft God geen welgevallen aan onze aanbidding, aan onze lofoffers, het getier van onze liederen en het getokkel van onze instrumenten (vgl. Amos 5:22,23). Maar wat er overblijft (met de woorden van een lied) als de muziek vervaagt, het hart van aanbidding, dat is wat God zoekt.

Een aanstekelijk lied
Jezus laat iets doorschemeren van het evangelie dat de wereld zal veroveren.
Niet meer alleen in Jeruzalem, niet meer in Judea en/of Samaria (zoals in het dilemma dat de Samaritaanse vrouw Jezus voorlegt), maar tot het uiterste der aarde zal God aanbeden worden.
Over de hele wereld zal de Geest mensen overtuigen dat zij kinderen van God mogen zijn en Hem mogen aanbidden als hun hemelse Vader.
En het aanbidden van God, het lofgezang dat de grote daden van God verkondigt, dat speelt zelf een rol in het verbreiden van het evangelie. In Psalm 40:3 zingt David: ‘Hij gaf mij een nieuw lied in de mond, een lofzang aan onze God. Mogen velen het zien en vrezen, en op de Here vertrouwen’. Niet alleen Gods oog lijkt op de camera die de zingende voetballers een voor een in het oog krijgt. Ook het oog van de ongelovige of de religieuze zoeker of het kleine kind dat nog leert geloven speurt door de rijen in de kerk en kijkt en luistert kritisch wie zingt en wie zwijgt.

Uw preek
Wij willen dat de heidenen God ter wille van zijn ontferming gaan verheerlijken, daarom loven wij God onder de heidenen en prijzen zijn naam met snarenspel (vgl. Romeinen 15:9). Maar hoe zullen zij dat doen als wij als gelovige daarover kunnen zwijgen en het niet uitzingen. Aanbidding gaat al vanaf de eerste Pinksterdag vooraf aan evangelisatie met vrucht. En ook in een kerkdienst begint de verkondiging al met het zingen en de wijze waarop dat gebeurt. Dat kan de beste prediker soms niet meer goed praten. Wat zal de boodschap van uw verkondiging zijn komende zondag?
Het is goed om een kerk te zijn waar ieder lid in liefde zijn of haar mening mag verkondigen, ook als het gaat over de keuze van liederen en instrumenten.
Maar we moeten niet in de valkuil vallen die de duivel met liefde voor ons graaft, dat wij in plaats van zoet water, bitter water uit de bron laten opwellen.
Je kunt niet een psalm zingen tot lof van God en ondertussen de organist verwensen, of de dominee die zo'n oud lied heeft opgegeven. Je kunt niet een opwekkingslied zingen over het verlossingswerk van Jezus Christus en ondertussen de muzikanten verfoeien die u in dat lied willen begeleiden. Met de woorden van Jakobus: ‘Met onze tong loven wij de Here en Vader en met haar vervloeken wij de mensen die naar de gelijkenis Gods geschapen zijn: uit dezelfde mond komt zegening en vervloeking voort. Dit moet, mijn broeders en zusters, niet zo zijn. Doet soms een bron uit dezelfde ader zoet en bitter water opwellen?’ (Jakobus 3:9-11).
Ongelovigen, religieuze zoeker en kin deren die nog moeten opgroeien in het geloof hebben hele scherpe antennes voor hypocrisie. En God proeft het verschil tussen die bitterheid en de zoetheid van onze verheerlijking zeker.

Lied met een baard
Er kunnen verschillende redenen zijn om te zwijgen op het moment dat het eigenlijk tijd is om God te loven. Een puber met de baard in de keel zwijgt uit schaamte. Een ander omdat zij niet goed bij stem is. Als het hart dan maar niet zwijgt. Een derde kan de tekst niet lezen en kent het lied niet uit het hoofd.
Dat valt vaak op te lossen. Of we moeten een nieuwe melodie nog aanleren.
Hopelijk zijn wij dan wel willige leerlingen.
Misschien hebben we vragen over de woorden van een lied.
Hebben we die gesteld en staan we open voor het antwoord, of blijven we zwijgen? Sommige gelovigen zwijgen als een lied wel heel vaak wordt her haald, soms al duizenden jaren.

Doodzwijgen
Als we horen bij de zwijgers, dan moeten we ons afvragen of we een levende gemeente zo niet doodzwijgen.
Het is goed om ons af te vragen of wij werkelijk eendrachtig volharden in gebed en aanbidding, ook als het niet met mijn woorden of mijn lied is. Kun je vervuld zijn van waarheid en geest en zwijgen? Als we zwijgen, met tegenzin of harteloos zingen, welke boodschap verkondigen wij dan aan ongelovigen of onze kinderen?
God zoekt aanbidders.We denken soms ten onrechte dat we bij God kunnen scoren tijdens de wedstrijd van het alledaagse leven, van maandag tot zaterdag.
Maar God kijkt - als ik het zo mag zeggen - ook naar wat wij doen voor de wedstrijd, of wij zwijgen of van harte zingen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief