Getuigen van een genadig God

2002-06-27
  • Jaargang 46
  • nummer 13
Wij beleven boeiende tijden. Enerzijds - zie de Persschouw in het vorige nummer van Opbouw, maar ook de recente discussie in het Nederlands Dagblad rond ds. Henk Jasperse - is er in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt geweldig veel in beweging; de dijken die voorbestemd leken de eeuwen te verduren, blijken ondermijnd te zijn geraakt, niet door de stormen waar de dijkbewaking naar speurde, maar door het gestaag zich onder de dijken een weg zoekende kwelwater van de tijd. En anderzijds zien we in de grote kerken een tegenovergestelde beweging; een herbezinning op de bronnen waar de kerk uit leeft; en daarmee een bewuste terugkeer tot de kernen van de bijbelse boodschap.
Ik neem ditmaal een commentaar over uit het Centraal Weekblad van 17 mei.
Het stuk staat op naam van ‘de redactie’; de titel erboven is dezelfde als die u boven dit stukje ziet staan.
Deze wereld is geen baaierd waar ieder voor zich leeft, waar de springvloed en de aardbeving bepalen wie sterft en wie leeft, maar waar uiteindelijk God heerst. God die goed is en barmhartig: Christus ter rechterhand van God. Wij weten niet hoe Gods bestuur in zijn werk gaat en kunnen ons vaak afvragen waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren, maar één ding weten we zeker: God is genadig en rechtvaardig.
Dit geloof biedt houvast. Het is geen antwoord op die vragen maar geeft wel een diepe zekerheid: veilig temidden van woelige wateren, zoals men vroeger graag zei.
Een levende kerk is een missionaire kerk.
Een kerk die alleen leden begraaft maar die niet doopt en waarin geen mensen belijdenis doen is een stervende kerk.
Zo'n kerk gaat dicht. Dat is tegelijk niet en wel erg.
Het is niet erg in zoverre dat de kerk die dicht gaat blijkbaar geen werfkracht had. De verkoop van het gebouw is het sluitstuk van een lang proces waarin die wijkgemeente al aan het afsterven was: door verhuizing van de leden naar elders, door het niet zich aansluiten van nieuw ingekomenen en doordat jongeren niet actief worden of afhaken. Als zo'n kerkgebouw dicht gaat, is dat niet jammer, want het was meer een verenigingsgebouw dan een Pinksterkerk.
Tegelijk is het wel erg als er weer twee gemeenten worden samengevoegd en een gebouw wordt verkocht. Veel kerken slagen er niet in al hun eigen jongeren aan zich te binden, laat staan nieuwe mensen te bereiken. Velen hebben de hoop opgegeven dat ze nog iets voor jongeren kunnen betekenen.
Voor een deel komt dat door de vaagheid van de ouderenkerk. De kerk lijkt een dialoog-gemeenschap geworden - zoals onlangs een gereformeerd rapport vaststelde, zonder daar iets aan te willen doen. Maar dialoog hebben we overal al: Nova, Barend en Van Dorp, Knevel. Overal gesprekken, interviews en tegengestelde meningen. Daar hebben we de kerk niet voor nodig. Mensen raken uitgekeken op de meningen en gesprekken van mensen die zoveel nuances aanbrengen dat niemand meer begrijpt waarover ze het hebben. Mensen willen graag dat iemand ergens voor staat, dat duidelijk zegt en ernaar handelt.
Een kerk die zegt dat Gods heil verschenen is in Jezus Christus, die is gekruisigd en opgewekt uit de dood, en de hele week verder niet veel doet, kan het wel vergeten. De buitenwacht gelooft gewoon niet dat die mensen menen wat ze zeggen. Alleen als christenen zich echt inzetten voor de verkondiging van het Evangelie in zowel woord als daad en daarvoor veel tijd maken en veel geld opbrengen, dan zal de kerk werfkracht hebben.
Wat men van evangelikale gemeenten kan leren, is dat het in de preek niet om exegetische lessen gaat maar om persoonlijk geloof, dat het soort liederen dat men zingt niet bij de jaren zeventig van de vorige eeuw moet passen maar bij de gevoelens die mensen vandaag hebben, en dat de kerkdienst meer spontane elementen kan bevatten en minder stijf kan zijn. Voor de predikanten betekent het dat ze veel meer gangmakers in het geloof zijn en veel minder als gespreksleiders en theologische experts moeten optredendat moeten ze wel kunnen, maar dat is niet de kern. Voor de landelijke kerk houdt dit in dat we aanvaarden dat we een minderheidskerk zijn en onze eigen dingen moeten doen en niet teveel naar de Staat der Nederlanden moeten kijken - die heeft voorlopig genoeg aan zichzelf. Het betekent ook dat christenen in sociaal werk consequent evangelisatie en diaconaat moeten combineren (en dus minder moeten samenwerken met andersdenkenden, want dan kleed je het Evangelie uit). Sociaal werk in de Geest van Christus kan niet zonder het Evangelie ter sprake te brengen: de zin van het leven, hoop, solidariteit en verantwoordelijkheid binnen een gemeenschap.
Dat lijkt me een zinnig verhaal, waar je van harte Amen op kunt zeggen.
Een verhaal ook dat haaks staat op veel dat in voorbije decennia gold als hoogste wijsheid in kerk en theologie.
Natuurlijk kun je zo’n verschuiving afdoen met het simpele gezegde dat op een gegeven moment blijkbaar de wal het schip wel keert, maar daarmee doe je tekort aan de trouw van God.
Zijn Woord en Zijn Heilige Geest breken telkens weer door onze menselijke constructies heen: levenwekkend, genezend, wonderlijk nieuw. Dat geeft gegronde verwachting voor de toekomst; niet alleen voor de grote toekomst in Gods heerlijkheid, maar ook voor die van de kerk hier op aarde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief