De spelonk van Adullam, of David als herder

2002-07-12
  • Jaargang 46
  • nummer 14
'Ook voegde zich bij hem (David) ieder die in moeilijkheden verkeerde, ieder die een schuldeiser had, ieder die verbitterd was, en hij werd hun aanvoerder.' 1 Samuel 22:4

Hans en Anna wonen in de nieuwbouw.
Hans is diaken. In zijn wijk komt hij Mieke tegen, een weduwe met twee kinderen. En wordt verliefd op haar.
Hoe vreselijk dit voor Anna is laat zich raden.
Maar ook voor Hans en Mieke zelf blijkt het vreselijk te zijn. Eigen schuld, geen medelijden mee. Beste Hans en Mieke, we willen proberen jullie niet met de nek aan te kijken. We moeten jullie evenwel vermanen en van het avondmaal afhouden.
Ze zoeken een andere kerk. Maar ook daar gaat de deur op slot als hun verhaal bekend wordt.
Dat is toch logisch, beste mensen.
Jullie wonen nog samen ook!
Echtbrekers! Hoereerders! Kijk maar, we hebben de Bijbel aan onze kant.
Zegt onze Heer niet zelf: 'Ga heen, zondig niet meer!' Dus Hans: terug naar de vrouw van je jeugd. En Mieke: zoek een andere man. Belijd je schuld, beter je leven. Dat zijn de voorwaarden.
Dan is er een plaatsje voor jullie in onze kerk. In dat geval, Hans, moet je er echter niet op rekenen dat we jou hier als diaken voordragen. Stel je voor dat je weer een Mieke tegenkomt. En Mieke,- je moet je niet opgeven voor het jeugdwerk, want wat voor voorbeeld kun jij onze jeugd nu geven.

We kennen mensen als Hans en Mieke. Sommigen keren terug. Ze vinden hun plaats weer in de kerk, met alle gevolgen, positief of negatief, van dien. Maar waar blijven de anderen die het te moeilijk hebben met het: 'Ga heen en zondig niet meer?' Wat doen wij aan hen?

Op de grote stille heide dwaalt een schaapje eenzaam rond en de herder die ging zoeken zei, toen hij het schaapje vond: m'n kudde daar hoor jij niet bij want je bent te vies voor mij.
Is er een herder, een kudde die zich hun lot aantrekt zonder voorwaarden vooraf?
Of kunnen wij dat niet aan en moeten we het overlaten aan de enige echte Herder die er is? Zijn standaard is te hoog voor ieder van ons. Voor Hans en Mieke met hun openbare en voor mij met mijn verborgen zonde. Als Hij voor mij genadig is, zal Hij het ook voor de Hanzen en Miekes onder ons zijn. Of onze kudde ze nu accepteert of niet. De schapen zijn van Hem.

Ytje Veefkind.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief