Terras
2002-08-02
Donderdagavond half 9. Koopavond.- Jaargang 46
- nummer 15
Ik fiets sloom door de binnenstad en geniet van zes zomerse vrije weken.
Ik zie hem lopen. Schichtige tred, oplettende ogen onder een baseballpetje.
Zwart leren jasje, zwarte broek en donderbruine huid.
Ibrahim, 20 jaar oud en verwijderd uit mijn eerstejaars klas.
De zoveelste mislukking in zijn leven.
We schudden elkaar de hand en hij nodigt me uit voor een biertje op het aanpalende terras.
Twee minuten later zitten we bij een Egyptenaar waar Ibrahim hartelijk begroet wordt. Een gereserveerd tafeltje in de zon aan de weg wordt vrijgemaakt voor hem… en mij… Ik bestel een koffie en hij een biertje.
Terwijl ik in mijn kopje roer belt hij mobiel en spreekt in een melodische taal die ik niet versta.
Niet lang daarna schuift William aan.
Ook drop-out van mijn school.
Hartelijke handen. Hij geeft een rondje.
Ik aan het bier.
Wil is een mooie jongen en afkomstig van een internaat in de omgeving. Al heeft hij voor leerlingen incognito rondgelopen, docenten wisten van zijn zwaar criminele verleden.
‘Nu alleen nog met mode en meisje,’ glimlacht hij, als ik vraag waar hij zoal mee bezig is.
Zijn mobiel gaat. Hij praat snel, met overtuiging en hangt zonder te groeten op.
Jamal, zegt hij tegen Ibrahim. Hij komt.
Ik zit bij deze jongens en voel me relaxed en tevreden. Werk en privé scheiden is voor mij een non-item geworden.
Ik doe er al een tijdje niet meer aan en geniet van deze avond.
Mijn tafelgenoten gaan op in hun eigen wereld en lijken mij er ook in te gedogen.
We zitten aan de rand van de straat en elke minuut worden Will en Ibrahim gegroet.
Of gezien.
Of opgenomen.
Slenterende allochtonen, Marokkanen op scootertje. Meiden met sjans in hun ogen… Stuk voor stuk hebben ze contact met mijn jongens.
Er worden handen geschud. High fives gemaakt. Ingewikkelde begroetingsrituelen uitgevoerd.
Handgebaren gemaakt naar slenterende donkere jongens aan de overkant.
En voortdurende zoemen de mobiele telefoons Gelukkig die van mij ook een keer en met een nonchalante beweging besluit ik mijn eigen vrouw naar de voice-mail te bonjouren.
Ibrahim wil me uitleggen dat hij wel geschikt was voor het werk.
Vertelt dat hij mij als voorbeeld heeft, maar ook in de wereld staat. En zegt: ‘Als ik hier alleen zou zitten.. en er viel hier een portemonnee uit een tas, dan hield ik hem.
Maar als jij erbij bent, weet ik wel dat ik hem keurig terug zou geven. Ook als ik met Will alleen was, hield ik hem.’ Ik ben geraakt.
Door zijn eerlijke bekentenis en zijn uitgesproken dubbele moraal.
Will beëindigt net een mobiel gesprek en vraagt: ‘Watte?’ Hij luistert naar Ibrahims verhaal en zegt lachend: ‘Ach, als Dromer erbij zit, zou ik nog steeds de portemonnee houden..’ Hij kijk schalks naar me en zegt: ‘Ik wacht wel tot hij dan reageert.
Misschien valt het mee.’
Een groepje turken slentert naar ons tafeltje.
Mijn jongens krijgen ingewikkelde handen en schouderklopjes.
Ik een nette hand en vragende blik.
Ik ben de witte kiezel in een emmer zand.
‘Jij hoort hier niet,’ zeggen hun ogen, ‘wie ben je….’ Ik beantwoord de ongestelde vraag niet en kijk stoer naar het meegebrachte mes.
Ja een mooi mes…
Als deze heren weer verdwenen zijn ratelen Will en Ibrahim snel over de onbetrouwbaarheid van Yassin en de overspelige vriendin van Reseb.
Als ze gezamenlijk vaststellen dat z’n meisje een bloedmooie spetter is kijken ze mij aan.
ik vraag de jongens of ze nog een biertje willen en vraag of het feit dat ik hun tafelgenoot ben mij nu juist een veiliger of toch een onveiliger gevoel in mijn eigen stad moet opleveren… Ze lachen en Will zegt: ‘Wees blij dat ik me veilig voelde in jouw lessen.’ Ik ben er inderdaad blij om.