Lieve Joke,
2009-10-09
Zeventien was je. Verdrietig en boos, om je broer, die het na een heel moeizaam leven na twintig jaar niet meer aan kon en er een eind aan maakte.- Jaargang 53
- nummer 20
“Kom maar een poosje bij ons,” zei de dominee die we pas voor het eerst ontmoet hadden. “Wij kunnen je helpen.”
Je ging en wij waren er blij om. We hadden vertrouwen in de man, en met de ‘therapeutische leefgemeenschap’ waarover hij de leiding had, zagen we het best zitten. Na een poosje gingen we er zelfs in meewerken.
De tijd verstreek. De gemeenschap breidde zich uit. Jij werd een belangrijke medewerker van de dominee.
Wij zagen het steeds minder zitten daar, de leider werd steeds meer machthebber.
Enorme woedeaanvallen kreeg hij als de dingen niet naar zijn zin gingen.
Jij, en anderen in zijn nabijheid kregen het zwaarder en zwaarder. Je droeg grote verantwoordelijkheden en je lag vaak met hem in de clinch. Maar je bleef je volledig inzetten, ten goede van veel anderen.
We hebben groot respect voor je gekregen in die tijd.
Voor ons werd het heel moeilijk, we konden ons totaal niet meer vinden in de gang van zaken.
Afhaken? We vonden dat we niet konden gaan. Wie wegging, was ook helemaal weg.
En ons huis was een rustpunt geworden voor mensen van de gemeenschap.
En jij zou niet meegaan als we weggingen.
Zo zijn we gebleven.
Tot de bom barstte: Een brief van de man van een ‘wegloopster’ waarin hij meldde dat zijn vrouw jarenlang seksueel was misbruikt door de leider.
Die werd daarmee geconfronteerd, en toen hij het ontkende, kwamen er anderen die vertelden dat het met hen ook was gebeurd.
Toen gaf hij toe dat hij “uit pastorale motieven wel dingen met vrouwen gedaan had die misschien niet zo voor de hand lagen.”
Tot die ‘anderen’ behoorde jij, en nog dertien vrouwen…
Later vertelde je hoe hij je misleidde: “God wil via mij zijn liefde aan jou geven, vertrouw maar dat het goed is. Ik mag je leren ‘vrouw’ te zijn. En we bidden er toch voor!”
Jij hebt het helemaal gehad met dominees. En, zoals het nu lijkt, ook met God. Maar Hij weet alle dingen, Hij houdt van je en Hij staat naast je, net als wij.
En zal de Barmhartige jou niet Zelf kleden met een feestkleed, als jij er niet meer toe bij machte bent?
Dag lieverd,
Papa en mama.