Ouders van afvallige kinderen kunnen leren van Gods vaderhart
2009-10-09
Als wij in ons ouderschap willen groeien, dan moeten wij ons laten grijpen door Gods vaderschap. Er zijn weinig namen van God die Hem zo goed typeren als ‘Vader’. Hij is de liefhebbende Vader van Jezus Christus, zijn volmaakte Zoon. ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde!’ roept de Vader naar de Zoon in Matteüs 3:17. En deze Vader van Jezus Christus wil ook onze liefhebbende Vader zijn. Hij zoekt kinderen, mensen die Hem met hart en ziel liefhebben, die Hem aanbidden in Geest en in waarheid (Johannes 4:23-24). De eniggeboren Zoon Jezus Christus mag niet alleen blijven, maar moet talloze broers en zussen krijgen (Romeinen 8:29).- Jaargang 53
- nummer 20
‘Mijn zoon, geef Mij je hart!’ (Spreuken 23:26 NBG) roept een Vader, die liefhebbende kinderen zoekt. Het is de Geest van Gods Zoon zelf, die in het hart van ieder kind van God deze roep beantwoordt met: ‘Abba! Vader!’ (Galaten 4:6) Bij elke geboorte van een zoon of dochter in Gods gezin wordt deze kinderlijke pappakreet in de hemel met vreugde begroet! (Lucas 15:7, 10, 23-24) Door de profeten bezongen hartsverlangens van de HERE gaan in vervulling: ‘Dan zal Ik jullie aannemen en jullie Vader zijn, en jullie mijn zonen en dochters - zegt de almachtige Heer.’ (2 Korintiërs 6:17b-18)
Deze zoektocht van God de Vader naar kinderen is kwetsbaar. Er zijn opstandige kinderen, maar de Vader geeft ruimte om eigen wegen te gaan. Tegelijk blijft Hij met ontferming en verlangen uitkijken naar hun terugkeer (Lucas 15:11-13,20). En wanneer een verloren zoon terugkeert, viert Hij dat zonder verwijten met een uitbundig feest (Lucas 15:22-24). Maar wanneer een ogenschijnlijk nabije oudste zoon niets van het vaderhart van God begrijpt en meer verloren blijkt te zijn dan de teruggekeerde zoon, zoekt de Vader ook zijn hart (Lucas 15:25-32).
Leren van vader
Dit vaderschap van God geeft ons geestelijk zicht op ons menselijke vaderschap. Ons ouderschap komt tot rust en bloei als het het vaderschap van de HERE weerspiegelt. Naar Hem wordt ‘alle vaderschap in de hemel en op aarde genoemd’, Hij is de Vader ‘van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde’ (Efeziërs 3:15 in WV en NBV). Een goede vader of een goede moeder zijn, betekent goed kijken naar de oorsprong en het voorbeeld van alle vaderschap en in Gods kracht zijn voorbeeld volgen.
Hoe gaat de hemelse Vader om met kinderen die Hem ontrouw worden en wat kunnen wij daarvan leren?
De menselijke geschiedenis vanaf Adam en Eva is er een van afvallige zonen en dochters en van een Vader die zijn kinderen blijft zoeken, ja zelfs kinderen schept uit het doodse niets van agressieve rebellie. Aan drie kenmerkende houdingen van de HERE kunnen wij ons spiegelen. Allereerst toont Hij zich zeer kwetsbaar en geeft Hij uiting aan zijn verdriet. Ten tweede is Hij ook heilig verontwaardigd en klaagt Hij aan en bestraft Hij. Tenslotte blijft Hij vol bewogenheid en schept zijn verkiezende liefde de aanbidders die Hij zoekt.
Heilig verdriet
Gods vaderhart is vanaf de kindertijd van de mensheid beproefd en gekwetst. Sinds Adam en Eva hun hart openden voor Satan, de afvallige bij uitstek, doen mensen van nature niets anders dan proberen los te komen van de ‘dominante Vader’. ‘Wij moeten hun juk afwerpen, ons van hun boeien bevrijden.’ (Psalm 2:3) En de Vader toont zijn gekwetstheid hierover openlijk. ‘Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht, maar ze zijn tegen Mij in opstand gekomen.’ (Jesaja 1:2b) Wat kon Ik meer doen? Wat heb Ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zoveel! Waarom? (Jesaja 5:4) Welk onrecht heb Ik jullie gedaan dat je Mij verlaat? (Jeremia 2:5) ‘Ze hebben Mij de rug toegekeerd, ze kijken Mij niet langer aan.’ (Jeremia 2:27b)
Dit verdriet van de hemelse Vader is onpeilbaar. ‘Ik dacht: Hoe kan Ik je een plaats tussen mijn kinderen geven? … En ik dacht: Jullie zullen “Vader!” tegen Mij zeggen, jullie keren je niet van Mij af. Maar nee, zoals een vrouw die haar man bedriegt, zo heb jij Mij bedrogen, volk van Israël! - spreekt de HEER.’ (Jeremia 3:19-20)
Vader huilt mee
Het verdriet van de hemelse Vader schept ruimte voor het verdriet van aardse vaders en moeders. Bij al ons verdriet over ons kind dat de HERE niet liefheeft en eigen wegen gaat, mogen we ons bevestigd voelen door Gods gekwetstheid daarover. En als dat verdriet van de hemelse Vader ons menselijke verdriet verdiept en intensiveert, ervaren we wonderlijk genoeg verlichting en troost. We huilen onszelf niet eenzaam in slaap. Er is een hemelse Vader die met ons meehuilt, of beter nog: we mogen ons verdriet laten omarmen door het zijne en zo meehuilen met Hem. De focus van ons hart verlegt zich dan van onze eigen pijn naar de pijn van de Vader. We zijn meer gekwetst over wat ons kind de HERE aandoet, dan over wat het ons of zichzelf aandoet. Overigens geven de verbijstering van de HERE en zijn vertwijfelde vragen ook ruimte om jezelf te aanvaarden als vader of moeder van een ontrouw kind; zelfs de meest volmaakte Vader maakt het mee dat zijn kinderen zonder aanwijsbare oorzaken eigen wegen gaan!
Heilige verontwaardiging
Uit dat verdriet komt Vaders heilige verontwaardiging op. Afval is een ernstige zonde, waarvoor de HERE ons streng straft. Op de afval van Adam en Eva volgt de vloek, waaronder de schepping nog steeds zucht. De hemelse Vader roept het afvallige Israël toe: ‘Je eigen kwaad zal je straffen, je eigen ontrouw keert zich tegen je. Weet wel: doordat je mij hebt verlaten, voor mij geen ontzag meer hebt, loopt het jammerlijk met je af!’ (Jeremia 2:12-13,19) En wanneer de HERE na eeuwen zijn woede de vrije loop laat in de ballingschap, is de Vader van zijn kinderen als een vijand voor hen geworden (Klaagliederen 2:1-5).
De kern van Gods verbond met zijn volk is de innige liefdesband tussen Hem en zijn kinderen. Als iemand die liefdesband verbreekt, is dat een doodsteek in Gods vaderhart. Iedere afvallige of afvalprediker moest ter dood worden gebracht (Deuteronomium 13:6). Zoveel liefde en zorg ontvangen van de hemelse Vader, door zijn licht beschenen worden, proeven hoe goed Hij is, deel krijgen aan de Heilige Geest, het ‘weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren’ en vervolgens afvallig worden, is jezelf willens en wetens buiten zijn genade plaatsen. ‘Omdat zo iemand voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigt en aan bespotting blootstelt.’ (Hebreeën 6:4-6) Zeer zwaar zal de straf zijn van degene die ‘de Zoon van God vertrapt, het bloed van het verbond ontheiligt - terwijl hij erdoor geheiligd is - en de Geest van de genade veracht” (Hebreeën 10:2).
Aardse banden
Onze intieme verbondenheid met de HERE hoort zo sterk te zijn, dat we hierin helemaal met de HERE leren meevoelen. ‘God, ze spreken kwaadaardig over U, uw vijanden misbruiken uw naam. Zou ik niet haten wie U haten, HEER, niet verachten wie tegen U opstaan? Ik haat hen, zo fel als ik haten kan, ze zijn mijn vijand geworden.’ (Psalm 139:19-22)
Onze verontwaardiging hoort zelfs zo groot te zijn, dat we bereid zijn zonder aanzien des persoons de afvallige uit ons leven weg te doen. ‘Wanneer iemand - uw volle broer, uw zoon of uw dochter, of de vrouw die u bemint, of uw beste vriend - u in het geheim probeert over te halen andere goden te dienen, luister dan niet naar zo iemand en geef niet toe; wees onverbiddelijk, heb geen medelijden met hem en houd hem niet de hand boven het hoofd. U moet hem ter dood brengen. Dat is zijn straf, want hij heeft geprobeerd u te vervreemden van de HEER, uw God, die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd.’ (Deuteronomium 13:7-12) Feitelijk eist de HERE hier, dat de aardse verbondenheid tussen mensen altijd ondergeschikt is aan de geestelijke band met Hem. Precies zoals Jezus ons dat voorhoudt: ‘Wie Mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.’ (Lucas 14:26)
Het is de ultieme toetsing van wie onze eerste liefde heeft. (Deuteronomium 13:4) Zo mochten Aäron en zijn zonen Eleazar en Itamar niet rouwen om de dood van de door het oordeelsvuur van de HERE omgekomen Nadab en Abihu, maar moesten ze zich zo solidair verklaren met de heilige verontwaardiging van God. (Leviticus 10:6)
Gods eer en zijn heilige Naam zo hoog hebben, dat de uiteindelijke definitieve veroordeling van de HERE van mensen met wie we intense aardse banden ervaren je volledige instemming heeft, we kunnen ons daar nog geen voorstelling van maken. De vraag die de HERE ons stelt is: Ben je zo diep overtuigd van mijn goedheid, dat je dit laatste oordeel over ook je kind in mijn hand legt in de zekerheid dat Ik zal doen wat recht is?
Maar wat spreken we over de dag van het oordeel nu het nog genadetijd is? Wie kent het einde van de mensen, behalve de HERE alleen? Laten wij die de HERE boven alles en iedereen willen liefhebben en ons hoeden voor de zonde van Eli, door halfslachtig onze kinderen de hand boven het hoofd te houden. Had Eli wel genoeg verdriet over de afval van zijn kinderen? Alleen ons verdriet daarover kan de liefde voor onze kinderen zo moedig en fijngevoelig maken, dat we erop toezien dat geen van onze kinderen ‘door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God’, maar hen terechtwijzen, elke dag dat het ‘heden van de genade’ nog geldt. (Hebreeën 3:12-13a)
Heilige barmhartigheid
God zij dank is nog steeds sprake van het ‘heden van de genade’. (Hebreeën 3:7-8) Gelukkig spreekt de Geest nog steeds van bekering en redding. Want de HEER is ‘een God die liefdevol is, en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’ (Exodus 34:6b-7)
Om ons en onze kinderen van het eeuwige oordeel te redden, heeft de Vader zijn Zoon door zijn oordeelsvuur laten gaan, zodat iedereen die in Hem gelooft niet voor altijd verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. (vergelijk Johannes 3:15-17) Nu is er nog genadetijd, waarin God zijn heilige verontwaardiging inhoudt en zijn verlangen naar herstel de vrije loop laat. En Hij roept zijn afvallige kinderen naar zich terug. ‘Adam, waar ben je?’ ‘Kom terug, ontrouw Israël - spreekt de HEER -, dan zal Ik mijn woede laten varen, want Ik ben vol genade, niet eeuwig duurt mijn toorn, - spreekt de HEER. Kom terug, afvallige kinderen, Ik zal jullie genezen van je ontrouw.’ (Jeremia 3:12,22a)
Nieuw hart
De Vader wil ons genezen van onze ontrouw, terwijl we nog vijandig zijn! (Romeinen 5:10) ‘Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, Ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn Geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen.’ (Ezechiël 36:26-27)
De dood van een mens geeft Hem geen vreugde. (Ezechiël 18:32) En leert een mens door de Geest van Gods Zoon opnieuw ‘Abba! Vader!’ te roepen, dan werkt die zegen ook door in zijn kinderen. ‘Ik zal mijn Geest uitgieten over je nazaten en mijn zegen over je telgen.’ (Jesaja 44:3b)
En met Pinksteren verkondigt Petrus aan de bekeerlingen: ‘Dan zal de Heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ (Handelingen 2:38b-39)
God stelt zich garant voor een blijvende goede afloop van het leven van zijn wedergeboren kinderen. ‘Ik zal jullie mijn Geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen!’ (Ezechiël 36:27) Wanneer God een mens van zijn ontrouw heeft genezen, dan is er ook echte en blijvende genezing. De genade die God schenkt neemt Hij nooit terug, wanneer Hij iemand roept maakt Hij dat niet ongedaan.’ (Romeinen 11:29)
Of, zoals Jezus Christus zegt: ‘Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal Ik niet wegsturen. Dit is de wil van Hem die mij gezonden heeft: dat Ik niemand van wie Hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat Ik hen allen laat opstaan op de laatste dag.’ (Johannes 6:37,39)
Doop geen garantie
Maar onze kinderen dan? De Geest zegt dat zelfs als één ouder in het gezin genezen is van ontrouw, de ongelovige partner en de kinderen daardoor verbonden raken met de HERE en zijn beloften (1 Korintiërs 7:14). Maar betekent dit dan dat ik op grond van Gods belofte zeker kan zijn van het behoud van mijn gedoopte kinderen?
Staan op de belofte van de Heer is niet hetzelfde als de garantie, dat al mijn kinderen behouden zullen worden. ‘God is barmhartig voor wie Hij wil en maakt halsstarrig wie Hij wil.’ ‘God kiest een mens niet uit op grond van zijn daden, maar omdat Hij hem roept. Zo staat er ook geschreven: “Jakob heb Ik liefgehad, Esau heb Ik gehaat” (Romeinen 9:18,12-13). Niet alle Israëlieten behoren werkelijk tot Israël, niet alle nakomelingen van Abraham zijn ook werkelijk zijn kinderen. Dat wil zeggen: ze zijn niet door hun natuurlijke afstamming kinderen van God, maar gelden als nageslacht van Abraham op grond van Gods belofte.’ (Romeinen 9:6-7a,8) En tegelijk is het juist deze belofte, dit reële aanbod van Gods genade aan al onze kinderen, waaraan we ons met heel ons geloof mogen vastklampen en dat ons gebed om het behoud van onze kinderen mag dragen.
Verbondsbelofte
De Heilige Geest leert ons geen ‘verbondsautomatisme’, zodat in de doop van onze kinderen de genezing van ontrouw ‘automatisch’ meekomt. We raken hier aan het geheim van Gods verkiezende genade, iets wat we slechts vol vertrouwen op zijn goedheid bij Hem kunnen laten. Onze zekerheid is de zekerheid van de belofte: ‘Want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ (Handelingen 2:39)
En allen die voor het eeuwige leven bestemd zijn, zullen deze roepstem ook beantwoorden en het geloof aanvaarden. (Handelingen 13:48b) We mogen altijd vanuit het ‘heden van de genade’ onze kinderen aanspreken op hun verbondsmatige betrokkenheid bij de HERE, in de volle overtuiging dat God in zijn ondoorgrondelijke oordelen en onbegrijpelijke wegen zal doen wat zijn naam zal verheerlijken. Moge de HERE ons steeds dieper zijn vaderhart openbaren, zodat we vaders en moeders naar zijn hart zullen zijn - tot volle zegen voor onze kinderen.
Herman Schaeffer is voorganger van de NGK Heerenveen en vader van vijf kinderen, ‘van wie twee nadrukkelijk puberend’.