Lieve Nog niet gelovige kinderen,
2009-10-09
Wat ik ooit gedacht had vroeger, toen jullie nog zo klein en aandoenlijk gelovig waren, dit toch eigenlijk niet. Dat twee uit onze kinderschaar ervoor zouden kiezen zich niet verder in te laten met de God die ze in hun jeugd leerden kennen. Het is nog steeds onbegrijpelijk voor mij als moeder. Ik kan het niet geloven. Al zie ik het met m’n eigen ogen. Al hoor ik het met m’n eigen oren. Hoe kunnen weldenkende - wat zeg ik, intelligente - afgestudeerde kinderen als jullie, gewoon doen alsof dat wat jullie hebben meegekregen, verhalen uit een oude vergane doos zijn!- Jaargang 53
- nummer 20
Wat ik jullie kwalijk neem is, dat ik jullie nooit heb kunnen betrappen op een eerlijk - en uitgebreid - onderzoek. Het heeft er de schijn van dat jullie uitbundig hebben genoten van je studententijd, maar die unieke tijd niet hebben benut om zelf eens - onafhankelijk van jullie doorgaans ongelovige medestudenten - na te gaan welke levensovertuiging dan wél steek houdt. Hebben jullie er überhaupt eentje, inmiddels? Ik waag het te betwijfelen. Wellicht zien jullie het belang ervan niet eens in.
O nee, jullie doen heus geen vreselijke dingen. Jullie zijn niet anders dan leeftijdgenoten. Gewoon lekker leven, werken, uitgaan, vrienden ontmoeten, feestje bouwen, huisje kopen, kindertjes krijgen. Huisje, boompje, beestje. Jullie zijn gewoon aardig. Niets mis mee. Maar…. Hoe is het mogelijk dat jullie op geen enkele manier lijken te beseffen dat de adem in jullie neus, mond en longen gekrégen is? Dat jullie het eeuwige leven niet hebben?
Nee, echt vreselijke dingen hebben jullie niet meegemaakt. Hoe voorspoedig zijn we als gezin niet altijd geweest, beschermd en gezegend! Geen ziektes, geen ongelukken, geen handicaps, geen problemen op school. Daar kan het dus ook niet aan liggen.
Natuurlijk, wij maakten fouten. Zeker, veel dingen had ik achteraf anders willen doen. Ja, ik heb spijt van een aantal keuzes. Absoluut, we hadden beter zus…, beter zo kunnen doen, toen.
En: ons huwelijk heeft veel deuken opgelopen; we hebben dat ook in jullie bijzijn niet kunnen verbergen. Maar we bleven bij elkaar. Een drievoudig snoer… Kortom, geen afstotend beroerde situaties. Nauwelijks iets waarvan je God de schuld kunt geven. En toch: ongeloof! En ook: onverschilligheid. Ongelooflijk maar waar. Vooralsnog.
Lieve Nngk, ik blijf bidden voor jullie ommekeer, of jullie dat nu leuk vinden of niet. Ooit hoorde ik zeggen: ‘Mijn moeder is zo gelovig, ze gelooft gewoon niet dat ik niet geloof.’ Die moeder wil ik zijn. Veel liefs van haar, jullie blijven hoe dan ook in haar hart!
Lieve Vader, wat is hier mis gegaan? Welk scheef beeld van U hebben wij, heb ik gegeven dat U niet krijgt wat U toekomt? Waren de vruchten van het leven met U in ons huisgezin zó wrang? Waren wij als ouders zo weinig aanstekelijk in onze geloofsoverdracht? Inderdaad, ik heb altijd gedacht en verwacht dat waar mensen eerlijk en oprecht met U leefden, dit een garantie zou zijn voor een leven blijvend aan uw hand.
Veiligheid. Geborgenheid. Vergeving. Liefde. Ontspanning. En: toekomst! Wat wil een mens nog meer?
Maar Vader, dank U voor de troost. Troost, omdat die anderen in elk geval wél dat goede leven met U en Jezus door uw Geest omarmd hebben, anderen die gewoon dezelfde opvoeding kregen.
En dank U voor de hoop. Alle hoop! Want elk gebed naar uw wil verhoort U. En U wilt niets liever dan dat iedereen tot erkenning van de waarheid komt en behouden wordt. U heeft alle sleutels, U opent ogen, harten, verstand, lees ik in uw Woord. Uw goedertierenheid is tot in eeuwigheid en uw trouw tot in verre geslachten. Ja, niemand kan komen, tenzij U trekt. Maar dat doet U, want U bent Liefde. Uw Liefde is sterker dan de dood. Amen!