‘Wat zegt God ons via onze kinderen?’
2009-10-09
Ze heeft kinderen en weet waar ze het over heeft. Ziekenhuispastor Margriet van der Kooi (PKN, 56) schreef samen met Wim ter Horst het boek Als kinderen andere wegen gaan. Sindsdien krijgt ze veel aanvragen voor spreekbeurten. ‘Vooral uit PKN-kring.’ Maar dat gaat veranderen, want Van der Kooi en Ter Horst spreken op het minisymposium dat Opbouw 21 november houdt over deze special.- Jaargang 53
- nummer 20
In de kamer en suite van de pastorie naast de Immanuelkerk in Driebergen laat Van der Kooi soms lange stiltes vallen, zoekend naar de precies goede woorden. ‘Mijn aandeel in deze vragen is niet hoe we dit oplossen, maar welke weg je er als ouder mee gaat.’ Die zin herhaalt ze in steeds andere bewoordingen. ‘Wanneer je kind een andere weg gaat, dan spelen daar schaamte, schuldgevoel, verdriet, boosheid in mee. En soms komen zomaar cynische gevoelens op; als die kerk niets voor mijn kind is, wat doe ik er dan nog? Maar kan die teleurstelling voor jou een weg naar God zijn? Dat is steeds mijn eigen thema: wat wil Hij mij toch zeggen? En dan is het spannend welk antwoord wij geven. Want schuldgevoel en schaamte brengen je niet verder. En er is geen recept voor een succesvolle opvoeding. Hoogstens dat je doet wat je zegt en zegt wat je doet. En dat je tijd neemt voor gesprek en ontmoeting.’
Ons raadsel
Ze ziet het groeiende ongeloof als ‘een raadsel van onze generatie’. ‘Wij hebben soms hele dunne verklaringen voor wat wij geloven en doen. Maar daaraan hebben onze jongeren niet genoeg.’
Ze ziet het als een grote valkuil voor alle mensen, ook gereformeerden, om ‘grote geloofswaarheden door te geven zonder het cadeau zelf goed uit te pakken’. ‘Niet dat mensen niet geloven. In het ziekenhuis zie ik bij zieken en stervenden vaak een enorm godsvertrouwen, heel diepgeworteld. Maar we moeten ons afvragen hoe wij voor de volgende generatie het Evangelie vertalen. Dus niet onze neus optrekken voor Opwekking, jeugdkerken en bands. En ondertussen dat cadeau uitpakken. Jongeren vragen: wat betekent dit voor jou?’
Intiemer dan seks
Dat gesprek tussen ouder en kind gaat niet vanzelf. ‘Spreken over geloofszaken is teder, nog intiemer vaak dan seksualiteit. Je hebt er soms wel, maar soms ook geen woorden voor en bepaalde dingen horen bij de intimiteit van je ziel. Niettemin moet onze generatie er woorden voor vinden, want de jongere wil iets merken, iets voelen van dat geloof.’
Ze is bang dat de geloofsverhalen onvoldoende worden verteld. ‘Psalm 78 zegt dat we ze moeten doorgeven aan onze kinderen. En we hebben zelf dat Woord van God ook nodig om te horen wat Hij ons wil zeggen. Zoals God tegen Abraham sprak, zo kan Hij ook ons aanspreken. En ook via de keus van een kind kan Hij een appèl op ons doen.’
Verdwijnen en verschijnen
Een ander raadsel is, waarom kinderen uit hetzelfde gezin verschillend kiezen. ‘Dat kan het karakter zijn en heeft vaak te maken met de groep jongeren om hen heen. Daarin heb je niet veel in de hand’, zegt ze gedecideerd. ‘En het heeft te maken met ons optreden. Kijk naar Eli, die niets zei over het wangedrag van zijn zoons. Ook wij lijken soms geïmponeerd door onze zelfstandige kinderen, zodat we onze mond houden om ons niet van hen te vervreemden. Maar ze weten vaak veel minder dan ze in hun autonomie uitstralen.’
Ouders lijken ook meer nadruk te leggen op hun eigen dan op Gods doopbelofte. ‘Je moet weten dat het niet maakbaar is, maar dat betekent een weg van overgave. Zeggen: ik heb gerust mijn best gedaan. En misschien moet je wel beelden van jezelf opgeven.’ Aan haar gezicht is te zien, dat ze op die plek is geweest. ‘Hij zei mij: breek je zelfbeeld af. En toen merkte ik dat ik veel minder van het leven met God wist dan ik dacht.’
Ze haalt Ter Horst aan.’Je moet als ouder verdwijnen om te verschijnen. In een nieuwe rol. Want een man zal zijn vader en moeder verlaten en eigen keuzes maken. Vraag je dus af: wat heeft dat kind van mij nodig? In plaats van (te) snel je mening te geven.’
Even kort
Of de Boze in dit alles ook een rol speelt? ‘Het is geen onderschatting, maar we moeten de Boze niet te veel eer geven. Barth zegt ergens: “Goed, we hebben het even kort over de Boze en daarna richten we de blik weer definitief op Jezus Christus”. Er zijn ongetwijfeld veel krachten en tegenkrachten en ik weet dat er in de wereld van alles misgaat, maar ik laat mij niet intimideren. God gaat een weg met mij en beschermt mij voor wankelen (Psalm 121). Dat neemt niet weg, dat je je soms letterlijk laat ontzetten van je fundament. Maar dan geeft Jezus in Lukas 4 het voorbeeld door zich te laten gezeggen door de Schrift; wat wilt U mij zeggen?’
Andere vormen
Naast de ouders ziet ze de gemeente als belangrijke medeopvoeder. Maar of ze die rol altijd speelt? ‘Kerken reageren erg angstig op de moderne cultuur en jongeren “die niks meer zouden willen”. Belangrijkste vraag is vaak, of ze wel in de kerk komen. Maar onze manier van kerk zijn vind je niet in de Schrift en in onze traditie hebben wij altijd gezocht naar een actuele vertaling van het Woord. Jongeren laten zich niet commanderen, maar hebben wel levensvragen. Vinden ze de antwoorden daarop door zondagmorgen naar de kerk te gaan? We moeten andere vormen bedenken voor mensen uit een kijkcultuur. Mijn ongelovige (heidense, zegt ze) vriendinnen weten niet wat hun overkomt in een kerkdienst! Ik heb niet zoveel met Opwekking, maar toen ik achttien was, zong ik wel graag uit de Youth for Christ-bundel. En bij die YfC hadden ze het over dingen die ik interessant vond.
‘Kijk naar Paulus, die gewoon de straat op ging. Niet om te bekeren, maar om te vertellen dat hij iets goeds had gekregen. Ik hou van stijl en liturgie, van een goed vormgegeven ritueel, maar je moet als kerk nieuwsgierig zijn. Zonder je identiteit en inhoud prijs te geven.
Het zit trouwens niet in de methodiek, zoals de vroegere beatmis. Het gaat allereerst om identiteit. Dat herken ik bij Arie Boomsma. Je afvragen wat je wilt overbrengen en dan door ruiten en roeien volhouden, dat de liefde van Christus jou altijd vasthoudt. In de kerk spelen nog een heleboel andere belangrijke dingen, maar dit is de kern. En hier vragen jongeren ook om.’
De uitersten
Waardevol aan de kerk vindt zij de unieke combinatie van ellende en vreugde. ‘Op SBS6 zie je programma’s waarin alles vreselijk óf juist fantastisch is. De kerk brengt dat samen in het kyrie eleison; “God help dan toch!” én “God zij geloofd uit alle macht”. Net zoals je in het ziekenhuis heen en weer loopt tussen kraam- en sterfkamer. Jongeren moeten weten hoe het geloof hen helpt. En dan verder kijken; kerk en geloof zijn er niet alleen om je beter te voelen, maar God moet er ook beter van worden.’
Ze zwijgt even en geeft een voorbeeld. ‘In het ziekenhuis vroeg een jonge verpleegkundige - ik weet niet of ze wel of niet gelovig was - aan een terminale patiënte of ze de zon wilde zien opkomen. Ze reed haar naar de andere kant van de afdeling om het te zien. Die vrouw ervoer dat alsof een engel van God haar bij Gods trouw bracht. Want wanneer de zon opgaat, weet ik weer dat U trouw bent. Fantastisch, zo’n jonge vrouw met zo’n fijngevoeligheid.’
Eigen bronnen
Jongeren moet je voorbereiden op de samenleving, vindt ze. ‘Bekijk tv-programma’s en bespreek ze. Stel jezelf ook vragen, anders kun je hun vragen niet beantwoorden. En bedenk dat de liefde de vrees uitdrijft, dus ga met ze naar een controversiële film en praat erover.’
Want wat onze kinderen doen en denken brengt ons terug bij de vraag wat onze eigen bronnen zijn. ‘Soms moet je daar opnieuw over nadenken. Dat kan bedreigend voelen, maar het geeft ook kansen.’
Met ongelovigen in het gezin of de familie komen vragen over het leven na de dood en de hel plotseling dichtbij. ‘Die vragen maken het wel heel zwaar. Voor mij is de gelijkenis in Lukas 15, die ik liever de gelijkenis van de Barmhartige Vader noem, een belangrijk beeld. Het helpt om heel goed te kijken hoe die vader omgaat met die twee zoons, dus met ons'.
Meer informatie over het mini-symposium op 21 november is te vinden op www.opbouwonline.nl/symposium.
Sander Klos is hoofdredacteur van Opbouw en lid van de NGK/GKV/CGK Deventer.