Alle dingen nieuw
2002-08-23
‘En Hij die op de troon gezeten is, zeide: Zie Ik maak alle dingen nieuw.’ Openb. 21:5a - Jaargang 46
- nummer 16
Wie zou niet een nieuw begin willen maken, een nieuwe start? Op je werk, in het gezin, in je gebeds- en of geloofsleven.
Omdat je het idee hebt dat alles aan vernieuwing toe is, dat alles zo oud, zo afgesleten, zo alledaags, zo doods is. En soms heb je het zo verknoeid dat je helemaal wel opnieuw zou willen beginnen, als dat mogelijk is. Mensen die gaan emigreren, zeggen dat ook wel eens. We gaan een nieuwe start maken, een nieuw begin in het buitenland, in de hoop dat het dan wel lukt wat hier zo moeizaam ging. Lieve vrienden, juist voor de aan- vang van een nieuw winterseizoen mogen we ons afvragen.
Betekent de tijd die voor ons ligt een nieuw begin ? Of zal alles wel weer bij het oude blijven?
Nu hangt dat wel af van hoe je de zaken bekijkt.
Ten eerste is er al een nieuw begin gemaakt.
Vanuit Kerstfeest mogen we zeggen. God heeft in Zijn Zoon Jezus Christus een nieuw begin gemaakt. In deze wereld, verloren in zonden en schuld is Hij gekomen om voor een ieder die in Hem gelooft een nieuw begin te zijn Ten tweede weten we dat God afmaakt wat Hij begonnen is. Het is dus God eigen werk om dingen nieuw te maken.
Kijk maar naar onze tekst, die zegt: Zie Ik maak alle dingen nieuw. Dat geeft hoop voor de toekomst en de mogelijkheid om wat er gebeurd is in het verleden te verwerken.
Juist dat maakt het voor velen moeilijk, ja onmogelijk, om een nieuw begin te maken. Omdat ze bijvoorbeeld een bepaald verlies nog niet verwerkt hebben.
Sommigen mensen willen het verleden ook niet achter zich laten, omdat zij zo verrukt zijn door iets in het verleden, dat daardoor het heden en de toekomst geen enkele kans meer krijgen.
Immers dat en dat is alles. Indien wij eens naar onszelf kijken, dat mogen we afvragen, wat geven we wel prijs aan het verleden, wat houden we vast en wat zijn nu moeilijke zaken om mee om te gaan?
Nu is het eerste dat aan bod komt de dingen die je niet mag vergeten.
Immers als je alles van het verleden vergeet, dan ben je verplicht de geschiedenis weer over te doen. Wie niet wil leren van het verleden, van eigen en andermans fouten en tekortkomingen, die is gedoemd het alles weer over te moeten doen. Natuurlijk behelst het verleden meer dan alleen maar fouten. We mogen immers dankbaar zijn voor alles wat God gegeven heeft.
In eten en drinken, in licht en lucht, in werk en gezin, in Gods genade, die elke morgen nieuw was. Hoe de HERE bij mensen was voor en tijdens een operatie.
Hoe Hij rust gaf in moeilijke momenten en diepe vrede schonk waar dat menselijker- wijze niet zou kunnen.
Ps 103 getuigt daar ook van: Looft de HERE mijn ziel en vergeet niet een van zijn weldaden. Dat mag allereerst onze aandacht hebben . En Gods goedheid was niet altijd te vertalen in voorspoed, maar ook beproeving en tuchtiging horen tot dat wat niet zo maar achter ons gelaten mag worden.
Naast gedenken staat ook prijsgeven.
Paulus zegt: Een ding doe ik, vergetende datgene wat achter mij ligt, strek ik mij uit naar datgene wat voor mij ligt. Hij zegt dat niet van de mooie dingen, Eerder van datgene wat hem zelf een blok aan het been is. Namelijk de zonde. Zijn zondig verleden. Wat kan iemands zondig verleden verlammend werken en mensen blokkeren om het heden en het verleden onder ogen te zien. Een leven van duisternis, zonden en slechte dingen maakt dat mensen niet echt hoop hebben voor de toekomst.
Daarom zijn juist deze zaken er om te worden prijsgegeven.
Waarom kan en mag dat? Omdat God Zelf het prijsgeeft. God heeft Zijn Eniggeboren Zoon gegeven om met de zonden af te rekenen. Om het definitief prijs te geven aan de vergetelheid,.
Niet door het niet in rekening te brengen, Maar door dat de Here Jezus de rekening heeft betaald. Met zijn eigen vlees en bloed, In onze plaats gestorven en begraven en opgestaan.
Wat is het heerlijk om je met heel je zondige verleden vast te klampen aan Gods genade en zijn vergevende liefde in Christus. De apostel Paulus was een vervolger der gemeente. Dat heeft hem bij tijd en wijle erg geplaagd en achtervolgd.
Maar telkens vond hij rust in het verzoenend lijden en sterven van het Lam.
God maakt alle dingen nieuw, ook die dingen waarmee je geen raad weet.
Dat gebeurt ook met die dingen die je meeneemt het nieuwe winterseizoen in en die feitelijk niet kunnen worden opgelost. Waarom moest het nu zo of zo gaan? Waarom blijft die misdaad ongestraft? Waarom wordt dat onrecht niet hersteld? Zo heeft elk mens wel iets van persoonlijke aard, waar hij niet uit komt. Onze tekst zegt: Zie IK maak alle dingen nieuw. Niemand minder dan God Zelf staat daar garant voor.
Trouwens, wij hebben bij dat nieuw maken een beperkte voorstelling. We denken dan aan de komst van de lente na de winter, aan heropbouw na verwoesting, aan een nieuwe dageraad na de nacht etc. Maar dat wat God nieuw maakt, gaat boven ons voorstellingsvermogen uit. Niet minder dan een totale innerlijke vernieuwing van deze schepping wordt in onze tekst bedoeld. God maakt een nieuwe schepping, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Ook een nieuwe mens.
Als we dat bedenken dan geloven we dat er toekomst is. Ook voor hen die nu nog met dergelijks waaroms zitten.
Trouwens , we mogen ook al onze onvruchtbare idealen, onze krampachtige verwachtingen, alle illusies omtrent jezelf en de medemens.
prijsgeven. Ik dacht dat.......
Het zou zo mooi zijn als... Al deze dingen mogen we bij Hem afleggen om te weten dat door God juist dat wordt behouden als Hij het heeft gereinigd en bruikbaar gemaakt voor de toekomst. Immers in het nieuwe wordt het oude ook opgenomen.
Kijk maar op Jezus, en door Hem op God die gezegd heeft: Zie Ik maak alle dingen nieuw.
Vragen:
1. Voelt u zich aangesproken door het verlangen naar een nieuw begin?
Motiveer uw antwoord.
2. Kunt u een voorbeeld geven van een zaak die u beslist niet mag vergeten?
En van een zaak die u beslist zou moeten (?!) vergeten maar niet kan?
3. Jezus gaf zijn leven als losprijs voor velen. Zijn offer maakt mensen ook los van verkeerde bindingen. Kent u daar voorbeelden van in eigen en andermans leven?
4. In 1 Kor 15:37ev spreekt de apostel Paulus over een graankorrel. Kunt u in eigen woorden weergeven wat hij daarmee bedoeld? Denkt hierbij vooral aan twee begrippen: continuïteit en verandering.