De toekomst en Israël (1)

2001-01-05
  • Jaargang 45
  • nummer 1
Spannend
Het afgelopen jaar preek ik elke middagdienst, waarop ik in mijn eigen gemeente in Ede voorga, over de toekomst. In feite komt dat neer op 1 maal in de drie weken. Het is best wel spannend. Ik wijk namelijk in de visie, die ik vanuit de Bijbel ontwikkel, nogal af van de visie die in onze kerken opgeld doet, wat de toekomst en Israël betreft. In de gebruikelijke ‘kerkelijke visie’ heeft Israël in de regel geen plek. Voor onze kerken heeft dit, volgens mij, als gevolg dat men zich nauwelijks met Israël en de toekomst bezig houdt. Ik vind het niet fijn om af te wijken van een bepaalde geldende regel; vandaar dat ik deze onderneming nogal als spannend ervaar.


Waar men zich in gemeenten en groepen wél over de toekomst uitlaat, doen echter de wildste ideeën de ronde.
Je zou generaliserend kunnen zeggen dat de mensen, die zich nogal veel met de toekomst bezig houden, aanhangers zijn van het chiliasme. Ik ben geen aanhanger van het chiliasme. Met het gevolg dat ik mij in dit opzicht moeilijk tot een groep kan rekenen. De een heeft teveel, de ander heeft te weinig. Ik zit er ergens tussen in.

Moeilijk
Ik vind het nadenken aan de hand van de Bijbel over de toekomst niet gemakkelijk integendeel; ik vind het nogal moeilijk. Ik ga, voor mijn gevoel, waar geen weg is. Op gebaande wegen voel ik mij afwijken van de weg die de Bijbel wijst en andersom.
Wel voel ik me nogal gesteund door de bemoediging die de Here in het begin van het boek Openbaring toeroept aan ieder mens die dit boek opslaat en leest of voorleest. Want God zegt: (Openbaring 1:3) ‘Gelukkig hij die deze profetische boodschap voorleest, en gelukkig zij die er naar luisteren en vasthouden aan wat daar geschreven staat. Want de tijd is nabij’. Door de profetieën te bestuderen, begeef ik mij op een weg die me gelukkig zal maken. Ik meen zelfs, dat bij deze zaligprijzing de grenzen van dit leven worden overschreden.
Profetie, zo leerde ik bij Vonk, is niet vooral toekomstvoorspelling, maar een profeet zegt: ‘Zo spreekt de HERE’.
Een profeet geeft het woord van God door. Ik ben het daar wel mee eens, als men met mij eens is, dat de HERE God zich nogal eens over de toekomst heeft uitgelaten. Ik zou willen zeggen: ‘Profetie is ook toekomstvoorspelling’.
Toen ik jong was, las ik de eerste boeken van de Bijbel van voren naar achteren en andersom. Ik kwam, zeg maar, tot Jesaja. Later trok het Nieuwe Testament mijn belangstelling. Die onderging eenzelfde behandeling.
Op dit moment lees ik het Oude Testament vanaf Jesaja tot en met Maleachi en het laatste boek van het Nieuwe Testament en de profetieën (lees: wat de Heer en de apostelen over de toekomst zeggen) uit de Evangeliën en de brieven én het boek Openbaring natuurlijk. Opmerkelijk genoeg treft de catechisanten eenzelfde lot, meen ik. Wanneer de catecheten zeggen de Bijbel, Oude en Nieuwe Testament, te behandelen, vraag ik me af of daar de profetieën over de toekomst bij inbegrepen zijn.
De reden laat zich raden: Het is nogal moeilijk. Uit de woorden van onze God over de toekomst, blijkt een verband met wat de HERE in andere boeken over de toekomst zegt. Welnu het zien en (uit)leggen van de verbanden en het komen tot een Bijbelse toekomstvisie is gewoon moeilijk. Een gemeentelid vroeg zich af of hij bij mijn preken over de toekomst niet over een HBO-opleiding moest beschikken. Dit maakt het preken over de toekomst ook lastig: De prediker moet eerst zelf een heldere visie ontwikkelen op de toekomst op grond van de Bijbel. Vervolgens moet hij deze ook nog op een heldere manier over het voetlicht proberen te brengen, zonder de dingen te simpel voor te stellen. Omdat de visie op de toekomst een samenhangend geheel is met allerlei andere Bijbelboeken, moet hij ook nog de samenhang laten zien, zonder te veel van de hoorders te vragen. Bij een huisbezoek vertelde een zuster uit de gemeente dat zij het boek Openbaring gelezen had. Dit is misschien bemoedigend voor mij, maar totaal niet afdoende voor haar. Zij zal, wil ze goed kunnen meedenken, het laatste deel van het Oude en de profetieën van het Nieuwe Testament, moeten lezen en herlezen. Dat pericoopachtige lezen dat wij gewend zijn, zal plaats moeten maken voor het lezen van boeken, waardoor wij de delen begrijpen in het licht van het geheel.

Ontdekkend
De toekomst voorspellen is in onze kerken een ‘not done’. Nog steeds kom ik, als ik eens een kerkdienst als hoorder meemaak, de enormiteit tegen ‘dat Jezus morgen terug zou kunnen komen’. Deze Advent hoorde ik dit nog. Dat is werkelijk een gigantische misser. Wij mogen dan wel niet in staat zijn op de dag af de komst van de Heer te voorspellen en wij weten niet van het uur, maar we kunnen er toch werkelijk wel iets dichter in de buurt komen dan zo’n misser als: ‘Dat de Heer morgen terug zou kunnen komen’. Een ding is zeker: De Heer komt morgen, zeg 15 januari 2001, zeker niet terug en ook niet in 2001 en ook niet in 2002. Het spijt me voor u. Of … óf u zou ons moeten kunnen vertellen dat de antichrist er al is; de mens der wetteloosheid waar o.a. de apostel Paulus over schrijft In 2 Tessalonicenzen 2:3 Paulus geeft namelijk duidelijk aan wat er zou moeten spelen in de tijd waarin we de wederkomst nabij kunnen achten. Een van die dingen is ‘de antichrist’. Wel zie ik veel antichristenen, zoals Kuitert bijvoorbeeld, die ontkent dat Jezus de Zoon van God is. (Johannes leert ons dat zo iemand een antichristen is. 1 Johannes 2:21,22) Maar de antichrist zal zich wereldwijd openbaren als de duivel in menselijke gedaante. Hij zal de plek van Christus voor zich opeisen en zich openbaren als een vijand de Here God en ieder die bij God hoort, ook al laat hij vele tekenen en wonderen zien en doet hij zich voor als een engel van het licht. Pas als de antichrist er is, kunnen wij binnen enkele jaren de Christus terugverwachten. Wel ben ik van mening dat de geest van de wetteloosheid en van de antichristenen zich in ons land en deze wereld steeds meer openbaart. Het is dus wel degelijk opletten geblazen voor de kinderen van God. Maar waar ik moeite mee heb, is dat sommigen zomaar wat roepen. Van tweeën een. Of wij zeggen niks over de toekomst, of wij maken studie van de woorden die de Heer aan de toekomst heeft gewijd. En dat is toch al gauw 1/3 deel van de Bijbel. Want niet alleen Jesaja t/m Maleachi, maar ook stukken van de voorgaande boeken raken de toekomst. Denk aan de zondvloed (de vernietiging van de eerste wereld) en aan Sodom en Gomorra (de voortijdige vernietiging van dat deel van Kanaän) Ook de verovering van Kanaän was de uitvoering van het oordeel van God. Genesis 15:16. Het volk Israël is ook opmerkzaam gemaakt op die oordelen als waarschuwend voorbeeld van wat God met hen zou doen (en wat God ook met hen gedaan heeft) als zij zouden afdwalen; Ook Deuteronomium 28 t/m 30 gaat bijvoorbeeld over de toekomst. In de geschiedenis van de koningen gaat het over de toekomst, omdat God Zijn Koninkrijk op aarde zal vestigen.
In de belofte aan David gaat het over de toekomst als de Heer zegt dat er altijd iemand uit Davids familie op de troon van Israël zal zitten. 2 Samuel 7:12-17 Overal waar sprake is van de komst van de Heer met het definitieve oordeel en de definitieve redding, is sprake van de toekomst. De Here God nodigt ons uit studie te maken van de toekomst. Ja, de Here stelt zelfs een beloning in het vooruitzicht, maar Hij geeft de verborgenheden niet gemakkelijk aan de openbaarheid prijs. Toch is het stellig Gods bedoeling ons Openbaring te schenken. Hij wil ons niet in het ongewisse laten. Onder ons wordt wel eens gezegd: ‘Ja maar, de Heer komt als een dief in de nacht’. Ja, dat is wel zo, maar de Here God wil juist dat het voor ons niet als een verrassing komt. Hij wil bewerken, door Zijn woorden over de komst van de Heer, dat wij naar de Heer uitzien en rekening houden met Zijn komst, zodat Hij ons niet slapend vindt. Voor mij is het bestuderen van de toekomst als het werk van een archeoloog. Telkens haal ik nieuwe verborgenheden in de openbaarheid en door dat te doen merk ik dat daaronder opnieuw verborgenheden liggen, die ik mag uitgraven. Het is ontdekkend werk. Het is heel boeiend.

De eerste komst
De Heer is al een keer gekomen. Wij gedenken die komst met Advent en Kerst. En er waren mensen, die op Zijn komst zaten te wachten. Iemand als Simeon bijvoorbeeld. Aan Simeon was verteld dat de Heer tijdens zijn leven zou komen. Ook Anna, de profetes stond op de uitkijk. Dat waren rechtvaardige en vrome mensen, die de vertroosting van Israël verwachtten.
Ze waren thuis in de Schriften (profetes). En ze wisten, volgens mij, dat het ongeveer in hun tijd moest gebeuren. Want God had aan Daniël aangegeven dat Zijn Koninkrijk tijdens het vierde rijk (dat is het Romeinse rijk geworden) zou aanbreken.
Vandaar dat die mensen op de uitkijk stonden. Het is echt niet zo mooi, dat wij elkaar wijs maken dat wij dit soort dingen allemaal niet kunnen weten. Ja, de meest geestelijke onder ons laat zich er op voorstaan een totale toekomstanalfabeet te zijn.
Zo iemand mag de zegen van veel mensen krijgen, die van mij zal hij moeten ontberen. God heeft niet voor niks zoveel over de toekomst gezegd. Het uur en de dag zullen wij niet weten, maar als Christus’ komst dichtbij is, zullen er veel christenen op de uitkijk staan.

Toekomst
Bij het lezen van het boek Daniël valt mij inderdaad op hoe precies Gods uitspraken over de toekomst zijn. Ze komen ook precies uit. Misschien viel het voor Daniël nog niet mee om te weten hoe God’s woorden over de toekomst werkelijkheid zouden worden. Maar wij, die de geschiedenis kennen van Daniël tot Christus, kunnen zien hoe nauwkeurig al Gods uitspraken zijn uitgekomen. Ik doel nu op de droom van koning Nebukadnezar. Hij droomde van een beeld dat opgebouwd was uit vier materialen bestond, zoals goud en zilver en brons. Het hoofd bijvoorbeeld was van goud.
Maar een steentje dat ergens losraakte op een berg rolde naar beneden, raakte het beeld en verpletterde het, terwijl het steentje uitgroeide tot een rijk dat wereldwijd Gods Koninkrijk vertegenwoordigde. Daniël ontving van God de mogelijkheid om de droom en de betekenis ervan te vertellen. Daniël zei: ‘God voorspelt u de toekomst. Het gaat in de droom om vier rijken. Het gouden hoofd, dat bent u’. Nu was Nebukadnezar de koning van Babel. En wij kennen de volgende drie rijken: Het rijk van de Perzen/Grieken/ Romeinen. Tijdens het Romeinse rijk is Jezus Christus geboren, het onbetekende steentje dat de rijken op aarde zou vernietigen en Gods rijk wereldwijd op aarde zou brengen. In de verspreiding van het evangelie is deze belofte voorlopig vervuld. Het hele boek Daniël, ook het visionaire gedeelte gaat over deze vier rijken, in het bijzonder het derde rijk. Tijdens het Griekse rijk, ontpopte zich een buitenlandse koning als de ‘gruwel der verwoesting’ door de Joden te verbieden hun jongens te besnijden en de sabbat te houden, maar vooral ook door een altaar van Zeus op te richten in de tempel van de God van Israël . In werkelijkheid is die koning ook in de persoon van Antiochus Epiphanes gekomen ongeveer 160 voor Christus. Voor mij is dit een reden om Gods Naam groot te maken. De HERE weet wat gebeurt in de verre toekomst.
Alle dingen zijn in Zijn hand. Hij vervult de belofte van Zijn Koninkrijk zonder dat iemand, hoe machtig ook, dit kan dwarsbomen. Maar voor mij is het een extra stimulans de woorden van de Heer serieus te nemen in wat Hij zegt over de dingen die voor ons nog toekomst zijn. De uitspraken van de Heer zijn dus heel precies. Achteraf is dat gemakkelijk te zien; Vooraf ligt dat iets moeilijker. Toch mogen, ja moeten we proberen een heldere voorstelling te krijgen van die zaken die zich nog in de toekomst zullen afspelen, voordat het Koninkrijk van God aanbreekt. Waarom? Ik geef enkele redenen:
1. Om ons te richten niet op de dingen die voorbijgaan, maar op de onvergankelijke dingen namelijk het woord en de beloften van onze God. Wanneer wij zien dat de dingen die God heeft voorzegd, ook werkelijk gebeuren, zullen wij ons meer hechten aan onze God, dan aan de werkelijkheid die onsbedreigt of verzoekt om God maar los te laten.
2. Om ons nuchter te maken. Wij leren uit wat God over de toekomst zegt, dat Hij komt om te oordelen de levenden en de doden. Veel oordelen gaan vooraf aan het definitie ve oordeel, omdat God ieder mens wil waarschuwen voor het definitieve en nare einde. God wil ieder mens dringen tot het aannemen van het Evangelie waardoor hij/zij zijn/haar eeuwige bestemming kan vinden in Gods rijk.
3. Om ons te waarschuwen. En een gewaarschuwd mens telt voor twee. Wij kunnen weten dat er verzoekingen en beproevingen zullen komen en dat die allemaal het doel van de satan dienen om ons van God af te trekken en mee te nemen in zijn val. De termen wetteloosheid en antichristen (om een paar te noemen) kunnen ons bewust maken, waar de aanvallen komen, zodat we alert zijn en Gods geboden blijven doen en niet meegaan in een onbijbelse leer over Jezus Christus. Het helpt ons om in leer en leven dicht bij God te blijven en dus ook bij onze redding.
4. Om ons voor te bereiden. Gods oordelen komen, al was het alleen al daarin, dat hij de mens overgeeft aan zijn eigen verkeerde manier van denken en leven. Wij die leven te midden van Gods oordelen, die komen door de mens en buiten de mens om, weten dat God de mensen straft, terwijl Hij Zijn kinderen bewaart. Zelfs Zijn straffen in dit leven, zijn een teken van Zijn genade nl. opdat wij de eeuwige straf ontlopen.
5. Om ons op het ergste voor te bereiden. Niet alleen zullen veel mensen (zelfs uit onze vriendenkring en uit onze familiekring) meegaan met een verkeerde manier van denken en doen, maar het kan zich ook tegen ons keren in die zin dat wij een moeilijk leven krijgen omdat we aan het geloof in Jezus Christus en een gelovige levenswandel willen vasthouden; zo moeilijk dat christenen worden gedood.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief