De toekomst en Israël (2)
2001-01-19
In mijn vorige artikel heb ik aangegeven dat ik in onze kerken nauwelijks belangstelling tegenkom voor de toekomst. Er is wel het besef dat God door Zijn Zoon Jezus Christus de toekomst geopend heeft. Ook kijkt men, zeker naarmate men ouder wordt of met de gebrokenheid geconfronteerd wordt, sterker uit naar die toekomst.- Jaargang 45
- nummer 2
Maar iets wat ook maar zweemt naar een tijdpad stuit op veel weerstand. Ik maak me dan ook sterk dat, wanneer een predikant in onze kerken zegt: ‘Stel dat Christus morgen terugkomt’ hij dit als voorbeeld gebruikt. Hij bedoelt waarschijnlijk: ‘Houdt u daar wel rekening mee?!’ Hij gaat er vermoedelijk zelf niet echt van uit dat het morgen ook werkelijk zou kunnen plaatsvinden.
Opmerkelijk dat onze theologie, die zo heilshistorisch georiënteerd is, wat de toekomst betreft de neiging heeft exemplarisch te worden. Mogelijk komt dat omdat wij het volk Israël binnen ‘onze’ kerkelijke theologie elke plaats ontzeggen. Nou ja, Israël is weer teruggezet in het rijtje van de volken. Zeg op nummer 23. Er zou helemaal geen bijzonder rol meer voor Israël zijn weggelegd.
Wanneer iemand dit doet en er dus geen bijzondere band is tussen de Here en Zijn oude volk en er dus ook geen bijzondere beloften zijn voor Israël, dan haal je inderdaad de chronologie uit de toekomstvisie weg. Dat is jammer. Dat is meer dan jammer.
Herhaling maar ook voortgang
Er zit in de Bijbelse visie op de toekomst herhaling, maar ook voortgang. Wij hebben maar sterk het gevoel dat er niets nieuws onder de zon is. Als de Here Jezus spreekt over oorlogen en aardbevingen en hongersnoden dan roepen wij in koor ‘Ja maar, dat is er altijd al geweest!’ Dat is ook zo. Wij kunnen hier moeilijk chronologische conclusies uit trekken.
Wel merken we dat niet alleen de schepping, maar ook de geschiedenis (ik doel op oorlogen) weeën kent die voorafgaan aan de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Bij de persweeën – als die komen en die zullen ook komen (zie bijv. Openbaring 9 en Lucas 21:25,26) - zullen we toch als christenen het gevoel wel krijgen dat de komst van de Heer dichtbij is. Maar er zit iets versluierends in de herhaling, ware het niet dat de Here Jezus, wanneer Hij spreekt over de dingen die voorafgaan aan Zijn komst, ook zaken noemt die een soort tijdpad aangeven. Denk bijvoorbeeld eens aan het woord van Jezus: ‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn’. Matt. 24:14 We vinden dit woord ook in Marc 13:10. Het is een aanwijzing dat in die fase van de geschiedenis de tijd nabij is, al rijst vervolgens de vraag: ‘Is daarvan nu al sprake?’ Is het evangelie de wereld al rond? Laten we zeggen dat op dit punt al behoorlijke voortgang is geboekt. Maar kunnen we het nu ook met elkaar eens zijn dat er behalve herhaling van schokkende gebeurtenissen in geschiedenis en schepping, ook sprake is van voortgang in de tijd? Een andere aanwijzing voor de relatieve nabijheid van Gods Koninkrijk is het antwoord op de vraag. ‘Hoe staat het met het volk Israël?’ Maar voordat ik hier iets over zeg, eerst iets anders.
Eén weg, Jezus!
In Handelingen 4:12 lezen we een woord van de christen-Jood Petrus: ‘En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam (dan die van Jezus Christus) aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden’.
Als we het over Israël hebben, het oude volk van God, moet één ding heel duidelijk zijn namelijk: Er is voor hen geen andere weg tot God, dan de Here Jezus Christus. In dat opzicht zijn wij, mensen uit de volken en uit Israël dus vergelijkbaar.
Er zijn geen achterdeurtjes en vrijkaartjes worden er niet weggegeven, behalve dan opnieuw de Here Jezus Christus. Ik bedoel het is genade alleen en dan wel genade die vlees en bloed is geworden in de Zoon van God, Die mens werd en Die voor ons stierf en opstond om aan ieder die gelooft de gerechtigheid te schenken. ‘Want, zegt Paulus in de Romeinenbrief 3:23 en 24 allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus’. In zijn conflict met Petrus (over het feit dat Petrus die, met christenen uit Joden en heidenen aan tafel zat, van tafel ging toen er zware broeders uit Jeruzalem binnenkwamen) zegt Paulus in de Galatenbrief: 2:15 en 16 ‘Wij, geboren Joden, en geen zondaars uit de heidenen, wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus en niet uit werken der wet...’ Niet alleen Paulus stelt dit, maar we kunnen dit in het evangelie volgens Johannes 6:53 ook uit Jezus eigen mond horen, terwijl Hij met de Joden in gesprek is: ‘Jezus dan zeide tot hen: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf’. Om die reden – omdat ze het evangelie afwezen en daarmee het eeuwige leven verspeelden – brak Paulus ook met de Joden en ging hij het aan de heidenen vertellen. We lezen in Handelingen 13:47 Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: ‘Het was nodig, dat eerst tot u het woord Gods werd gesproken, doch nu gij het verstoot en u het eeuwige leven niet waardig keurt, zie, nu wenden wij ons tot de heidenen’. Hierover wil ik geen misverstand laten bestaan, als een mens van Joodse achtergrond Jezus niet aanneemt als Christus en Here, zal hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.
Israël nog steeds Gods volk
Mogelijk is dit het motief voor mensen die beweren dat Israël teruggezet is in het lijstje van de volken, omdat zij er in Bijbelse zin voor willen waken Israël te bevoordelen boven de volken. Ik ben het in dit opzicht dus geheel met ze eens: Jezus Christus is de weg, en dat is Hij voor Jood en Griek. Jezus zegt het Zelf met zoveel woorden: ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij’. Johannes 14:6. Waar ik het echter niet mee eens ben, is dat er totaal geen sprake meer zou zijn van een bijzondere relatie van God met Zijn oude volk Israël én dat Israël voor altijd zou hebben afgedaan. Ik vraag aan hen die dit beweren of zij mij de echtscheidingspapieren kunnen laten zien. God heeft immers een verbond met Israël, zoals er sprake is van een huwelijksverbond tussen man en vrouw. Als God zich heeft laten scheiden van Zijn volk, hoe kan Paulus dan zeggen. ‘God heeft Zijn volk niet verstoten!’ Romeinen 11:2 En ik heb nog een vraag: Indien God Zijn volk verstoten zou hebben, zou het dan een volk onder de volken zijn geworden? Meent u dat de vrouw waarvan een man zich heeft laten scheiden, voor hem wordt als alle andere vrouwen?
Maar God heeft Zijn volk niet verstoten, volgens Paulus. Is het niet juist omdat Israël Gods volk is, dat ze zo zwaar zijn gestraft. Ja, ze zijn verstrooid over de hele aarde en hebben in verschillende perioden van de geschiedenis en dat op verschillende plaatsen een groot en zwaar lijden moeten ondergaan. Hoe is het mogelijk dat leidinggevende predikanten in onze kerken het lijden van Israël op één lijn kunnen zetten met het lijden van andere volken. Ik begrijp niet dat iemand die thuis is in de Schriften en de Here kent, zoiets kan doen.
Het is dus mijn mening dat de weg naar Gods Koninkrijk voor ieder van ons – Jood en heiden - moet lopen via het aannemen van Jezus Christus als Here. Maar het is ook mijn mening dat Israël – volgens de Bijbel - nog steeds Gods volk is en dat ze juist daarom zoveel hebben moeten lijden. En dan nog iets: Het is ook mijn mening dat er – volgens de Bijbel - voor Israël nog beloften in het verschiet liggen.
Te hard en te zacht
Ik vind ‘onze’ officiële kerkelijke theologie op het punt van Israël veel te hard, veel te rigoureus. Die visie sluit niet goed aan bij de menselijke ervaring, maar is m.i. ook niet schriftuurlijk. Maar is de visie van het chiliasme niet weer te zacht? Die visie gaat er vanuit dat Christus terugkomt op aarde en eerst koning van Israël wordt en zo de hele wereld duizend jaren op een rechtvaardige en barmhartige manier zal regeren. Aan het eind van die duizend jaar zal de duivel dan nog een korte tijd de zaak verknoeien, maar Christus zal de duivel overwinnen en dan pas komt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Aldus het chiliasme.
Is de Bijbelse basis hiervoor niet enorm smal, namelijk Openbaring 20. Wanneer er echt zoiets zou zijn als een duizendjarig rijk op aarde ná de wederkomst van Christus en vóór het definitieve oordeel; Kan iemand dan uitleggen waarom de Here Jezus in zijn kijk op de laatste dingen (Matt. 24/Marcus 13/Lucas 21) hier met geen woord over rept?! Jezus wekt in Zijn woorden over de laatste dingen altijd de indruk, dat Hij komt met het definitieve oordeel en de definitieve redding. Nee, ik kan het chiliasme niet goed volgen. Is het ook niet veel te zacht? In de visie van het chiliasme is er een soort tweede kans voor het Joodse volk. Voor hen wordt het op die manier allemaal een stuk gemakkelijker in Jezus Christus te geloven en Hem te dienen, want Jezus zou die duizend jaar hun koning op aarde zijn. Geeft dat geen scheve ogen? Wij, Joden en heidenen die nu leven, moeten het hebben van geloof alleen; de mensen in het duizendjarig rijk hebben het maar gemakkelijk. Die zien Jezus met eigen ogen als koning regeren. Ik kan moeilijk geloven dat er een soort tweede kans komt voor het Joodse volk. Ik merk het niet in de Schriften. Integendeel: Nu is het de tijd van Gods genade. Dít is de tijd om te kiezen! Als Jezus Christus terugkomt valt er m.i. niet veel meer te kiezen. Hij komt met het definitieve oordeel en de definitieve redding. En nog een vraag: Zet het chiliasme de deur naar de alverzoening niet gemakkelijk open? Denk maar na: Als er zoiets is als een tweede kans voor sommige mensen, dan zullen de mensen die nu weinig kans gehad hebben, ook wel gered worden; Ja, eerlijk is eerlijk! Het zijn vooral de implicaties van de visie van het chiliasme, die bij mij vragen oproepen.
Worden wij gered door het geloof in Jezus Christus alleen of zijn er nog andere wegen tot God mogelijk, in andere tijden dan die tussen hemelvaart en wederkomst? En, is dat wel Bijbels? Hier moet ik het afbreken. Een volgende en laatste keer verder. En dan vooral over Israël en de toekomst.