Soli Deo Gloria

2001-01-19
  • Jaargang 45
  • nummer 2
Ter gedachtenis aan broeder Govert van Oord
9 juni 1920 - 5 januari 2001

'De HERE is mijn herder, mij ontbreekt niets'. De hele bijbelschoolbevolking was op woensdag 10 januari 2001 in de Oosterkerk te Zeist aanwezig om deze psalm uit de Opwekkingsbundel in een eenstemmige canon ten gehore te brengen bij de begrafenis van haar oud-voorzitter Govert van Oord. Het was een ontroerend moment, een evenement waarbij je dacht: Hij zou dat hebben moeten meemaken! Wat zou hij genoten hebben! De bekende Reformatorische Bijbelschool (officieel: Christelijke Hogeschool en Toerustingscentrum 'De Wittenberg') is namelijk zijn schepping en het is met name wel om deze reden dat wij in ons blad aandacht besteden aan 'oom' Goofs overlijden.

Zeker, de heer Van Oord heeft (met anderen) ook aan de wieg van ons blad gestaan, toen het er in de vijftiger jaren van de vorige eeuw om ging een tegenwicht te vormen tegen de eenzijdige voorlichting die in de bestaande kerkelijke bladen van de toen nog verenigde vrijgemaakte kerken geboden werd. Dat alleen al zou aanleiding genoeg zijn om aan zijn verscheiden aandacht te schenken. Maar de bijbelschool in Zeist heeft toch nog meer aan hem te danken. En daarmee raken wij aan een niet te onder-schatten kerkelijk belang, want het zijn er intussen ook uit onze kerken niet weinigen die aan dat instituut zijn opgeleid voor evangelisatie- en zendingswerk, thuis en in verre landen, of die in onze kerken het ouderling- of diaken-
ambt bekleden en daarbij dankbaar gebruik maken van de vorming die ze daar hebben ontvangen. Om nog maar te zwijgen van het onderwijs dat verschillende van onze predikanten aan de BS hebben gegeven. Al bijna dertig jaar is dit werk nu gaande en blijvend is aan deze inrichting de naam van Govert van Oord verbonden, getuige bijvoorbeeld de aula van het gebouw aan de Krakelingweg die naar hem is genoemd.

De wordingsgeschiedenis van de Zeister bijbelschool is te opmerkelijk dan dat ze onverteld zou blijven. Dit 'in memoriam' biedt daarvoor een goede gelegenheid. Het is wellicht bekend dat de heer Van Oord in de zeventiger jaren van de vorige eeuw een drietal formidabele rampen in zijn familie heeft meegemaakt. Hij heeft toen achter elkaar twee van zijn kinde-ren en zijn echtgenote verloren.
Slagen om nooit te boven te komen, zou je zeggen, maar zijn trouwe Hemelse Vader heeft hem er doorheen geholpen. Hij heeft daar zelf in een kleine publicatie van getuigd en is daarmee velen tot steun geweest bij het verwerken van soortgelijk verdriet.
Maar God maakte dat vreselijke leed nog op andere wijze vruchtbaar-. Een van de gestorven kinderen was, toen hij verongelukte, als jongvolwassene in een automobielbedrijf werkzaam. In die hoedanigheid was hij natuurlijk verzekerd en zodoende stond de familie na zijn overlijden opeens met een behoorlijke uitkering in handen. Zijn vader en moeder vonden niet dat zij het vrijgekomen bedrag nodig hadden en zo zocht vader Van Oord naar een passende bestemming voor dat geld. Het moest op de een of andere wijze de jonge mensen ten goede komen, dat stond voor hem vast, want het was eigenlijk geld van een jong mens. Hij is toen bij zijn geestelijke raadsman Professor C. Veenhof om advies gaan vragen en die heeft hem op de gedachte gebracht er een bijbelschool van op te richten. En zo is dat ook gebeurd. Dat Govert van Oord in de kerkstrijd van de zestiger jaren niet helemaal toevallig aan de 'buitenverbandse' kant terechtgekomen was, bleek uit het feit dat hij voor zijn initiatief krachten uit verschillende hoeken van de gereformeerde gezindte aantrok. Dat lag toen voor iemand die uit de vrijgemaakte traditie stamde weinig voor de hand, maar broeder Van Oord deed het. Geholpen door veel broeders en zusters van de NGK-gemeente van Zeist waar hij lid van was (er moest heel wat praktisch werk worden verzet) heeft hij toen dat project van de grond getild. En al de tomeloze energie waarover hij ook in zijn vrije tijd nog beschikte heeft hij gedurende lange jaren daarin gestoken. Het was dan ook niets teveel gezegd toen op zijn begrafenis de Zeister bijbelschool zijn kind genoemd werd. Zijn kind, in een wel heel bijzondere zin van het woord. Het verhaal is er een mooi voorbeeld van hoe de Here God ook het grootste verdriet nog vruchtbaar kan maken voor zijn koninkrijk!

Gode alleen de eer!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief