Muilezel
2001-01-19
De naam ‘Carl Niehaus’ zal vele Opbouwlezers niet onbekend zijn. Tot het midden van vorig jaar was hij Zuid-Afrika’s ambassadeur in Nederland. Zijn Afrikaanse kerkelijke achtergrond in Zuid-Afrika in de grote Nederduits Gereformeerde Kerk en zijn theologische studie zal het Bestuur van de Vrije Universiteit er mede toe gebracht hebben hem uit te nodigen voor het houden van de Kuyper-voordracht die hij in 1999 hield en op velen een diepe indruk maakte. In mijn Afrika-boekenkast bewaar ik die rede in Niehaus’ boek ‘Om te Veg vir Hoop’ waarin hij bewogen vertelt over zijn eenvoudige Afrikaner-jeugd, zijn langzaam groeiend besef dat het traditionele apartheidsbeleid radicaal mis was. Hij liet het niet bij woorden en ging als student voor zijn verzet de gevangenis in. Ook mijn kinderen waren diep onder de indruk van het boek. Een voluit sympathieke, oprechte en bewondering afdwingende man. Na de vrijheidsstrijd kwam hij onmiddellijk voor het ANC in het Parlement terecht vanwaar hij later de overstap naar Den Haag maakte. Terug in Zuid-Afrika kwam hij de vorige maand weer in het nieuws als initiatiefnemer voor een campagne om de blanken op te roepen een apologie te tekenen waarin zij belijden geprofiteerd te hebben van de apartheid en beloven zich in te zullen zetten voor een nieuw rechtvaardig Zuid-Afrika. Welke blanke zou dit niet willen ondertekenen?- Jaargang 45
- nummer 2
Tenslotte is de nalatenschap van apartheid een schandvlek voor de blanke en schrijnende pijn voor de zwarte.
En toch? Waarom zou Helen Suzman dan weigeren het te tekenen? Ik lees in Time dat zij verklaarde: ‘ik heb niets om een apologie voor aan te tekenen; ik heb apartheid niet uitgevonden, ik heb het bevochten’. Er zouden nog heel wat meer onverdachte strijders tegen de apartheid te noemen zijn die voor de eer bedankten. Zou ik zelf mogen zeggen dat ik als klein pionnetje altijd maar weer vanuit de Bijbel gewezen heb op onze onverbrekelijke eenheid als mensen en dat apartheid die eenheid wil openbreken? Maar de onwil om nog weer eens op de knieën te gaan zit dieper. Is er nu nog niet genoeg door kerken, cultuurgemeenschappen, zakensectoren, politici en wie maar namens iets een mondstuk is, uitgesproken dat apartheid een zonde was? Je kunt schuld ook politiseren! En daarvan kun je het ANC niet vrijspreken dat steeds onverbloemder blank identificeert met onrecht, heerszucht en daarom schuld. Nu kan ik als blanke burger van Zuid-Afrika van instelling veranderen, van inzicht, van nationaliteit, van stand, van geloof maar ik ben gedoemd altijd een blanke te blijven. Maar omdat ik blank ben, word ik als schuldige steeds meer buitenspel gezet tenzij ik me bij het ANC aansluit. En men wordt niet moe te blijven hameren op de apartheidsschuld.
Het lukt de staatstelevisie altijd weer om allerlei misstanden te herleiden tot het apartheidsregime dat de normale aanduiding is geworden voor de regeringen van weleer. Legio zijn de congressen en workshops met het oude onderwerp ‘racisme’ dat vele blanken zich schuldig doet voelen voor hun blank-zijn. Het gevolg is ook dat de zwarte Afrikaan, wellicht sterker dan elders in Afrika en helemaal in overeenstemming met het oude Afrikaanse denken, zich slachtoffer voelt. De schuldige is de apartheids-blanke, het slachtoffer de misdeelde zwarte. Dit machteloze en vruchteloze misdeelden-syndroom is een kleine variatie op het algemene Afrika-thema: de boosdoener is nog immer het kolonialisme. Zonder dat zouden we het goed gehad hebben! Zo komen we in een omgekeerde apartheids-wereld terecht. En dat onder leiding van het ANC dat ons van de apartheid bevrijden zou. De Carl Niehaus van het oude Zuid- Afrika is mij lief, de verpolitiseerde van het nieuwe met zijn handtekeningenactie is mij vreemd. De negerjournalist Keith Richburg vertelt hoe hij zijn oude wijze vader eens aan tafel vroeg: vader, waarom lukt het een immigrantkid uit Vietnam dat geen woord Engels kent hier in Amerika met twintig jaar een bestaan op te bouwen, terwijl zo velen van onze eigen zwarte mensen langs de straten zwerven zonder ooit de eindjes aan elkaar te kunnen knopen?
Het bleef lang stil vertelt hij, totdat ‘dad’ op zijn wat onbehouwen manier zei: het is omdat ons zwarte volkje daar buiten op de straat nog altijd denkt dat de blanke hem iets schuldig is. Het wacht nog altijd op die twintig akker grond en een muilezel! (Out of America,179/180).
J. Vonkeman, Richmond, Zuid-Afrika