Onmogelijk

2001-01-19
  • Jaargang 45
  • nummer 2
Wij waren in die tijd bijna vijfentwintig jaar getrouwd, toen we van vrienden hoorden dat zij zo'n jubileum naar alle waarschijnlijkheid niet zouden meemaken. Van heel onze vriendenkring was toen iedereen nog bij elkaar.
Sommigen waren nog druk bezig met kinderen krijgen, anderen zaten met pubers. Hun pubers hadden, naar het zich liet aanzien, straks geen vader meer. Iedereen leefde mee. Een muur van gebed werd rond het gezin opgetrokken. Er waren mensen die ongevraagd en ongenuanceerd alles, maar dan ook alles uit de theologische kast haalden: genezing, zalving, opleggen van handen. Ze werden om de oren geslagen met teksten, visies, geloofsovertuigingen. Soms lieten ze zich er door meeslepen, kregen ze rust door de gedachte: als er zovelen bidden dan zal God toch wel horen? Het stáát er toch? Zo màg je toch bidden? Tot het eind toe bleven ze in het wonder geloven. Jezus deed wonderen van genezing. Dat kon toch nu ook nog gebeuren? Inderdaad gebeurde er een wonder. Hij stierf en kon allen die hem dierbaar waren loslaten.
Maar wij waren verslagen, zaten met vragen als: waarom laat God dit toe? Hij is toch almachtig. Waarom doet Hij er niets aan? Wat was hier de bedoeling van? Zulke vragen worden altijd gesteld. We wisten in ieder geval dat de dood niet Gods bedoeling was. Maar wat was de zin van dit sterven dan wel? Het is nu al meer dan vijftien jaar geleden en ik weet het nog niet. Ik zie hem levend voor me maar kom hem op deze aarde nergens meer tegen. Hij maakt deze tijd niet mee want hij is bij God. Opgeslagen in Gods geheugen. Opvraagbaar op Zijn tijd. Dood is slechts een stiller naam voor slapen, (Kees van Duinen) De dood: een hazeslaapje (Henk Knol) Slapen is een bekend begrip voor ons. Ik slaap 's nachts in en voor ik het weet is het morgen. Een troostende gedachte. Voor hem duurt het wachten maar kort. Morgen is de nieuwe aarde er. Morgen al! Ondanks de grote droefheid die hun jeugd overschaduwde zijn z'n kinderen fijne volwassen mensen geworden. Alsof hun een bijzondere zorg ten deel viel.

Toen dit de weg bleek
ben je gegaan
lopend achteruit
gezicht op hier en nu
hartverscheurend eenzaam.
Onmogelijk
niet afgerond
midden in het leven.

Gaande weg
Jezus.
Vooruit
gezicht op daar en straks
hier en nu Zijn zorg
oneindig leven
de toekomst.

Ytje Veefkind, Amersfoort

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief