Twee kerstdiensten
2001-01-19
Op de eerste kerstdag bezocht een echtpaar twee kerkdiensten. Hij heeft een Gereformeerde achtergrond, zij komt ‘van buiten de kerk’. Ze zijn pas verhuisd. In hun nieuwe woonplaats zijn ze op zoek naar een kerkelijke gemeente waar ze zich thuis kunnen voelen. Ze vertelden over hun ervaringen op die eerste kerstdag. Tijdens de eerste kerkdienst die ze bezochten verliep alles ín goede orde. De dienst was strak georganiseerd. Niets leek aan het toeval te zijn overgelaten. De preek was degelijk en sober. De dominee vertelde dat kerst-stress uit den boze was. En dat al dat gedoe met kerst in onze tijd helemaal niets meer met de komst van Jezus te maken heeft. De gemeente leek ademloos te luisteren.- Jaargang 45
- nummer 2
Iedereen zat netjes op zijn plek. Behalve de predikant en de organist leek geen enkel gemeentelid een actief aandeel te hebben in de dienst. Na afloop ging ieder zijns weegs. Het echtpaar liep meteen door naar een ander kerkgebouw. De tweede dienst verliep heel anders. Er was een koor dat niet echt goed zong. Er werd voor de kinderen een kerstspel opgevoerd. Af en toe ging er iets helemaal mis. De predikant verzorgde de preek, maar ook andere gemeenteleden hadden hun inbreng. Na de dienst was er gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Het echtpaar voelde zich betrokken bij de kerkdienst en bij de gemeente.
Ze hebben na die kerkdienst op eerste kerstdag niet gekozen waar ze zich aan zullen sluiten. Daar is hij te nuchter voor. ‘Eén dienst zegt nog niet zoveel… Maar Janneke moet nog veel leren over het Evangelie, ik wil wel dat ze zich thuis kan voelen.’ Daarop deed Janneke een onverwachte duit in het zakje. Op haar eigen onbevangen manier reageerde ze gevoelsmatig op de inhoud van de beide kerkdiensten. ‘In die eerste gemeente kunnen ze perfect organiseren. Ze weten precies hoe de kerkdienst er uit moet zien. Ze zijn goed in het regelen van samenkomsten. Maar als ik de beide diensten vergelijk vroeg ik me wél af: waar zou God nu het meeste mee gediend zijn? Waar zou Hij het meeste blij mee zijn geweest?’ En in haar onzekerheid vulde ze aan: ‘Of mag je dat zo niet zeggen?’
H. Algra, Den Helder