Ezelsoren
2002-09-20
Vaak moet ik denken aan een lezing, zo’n 30 jaar geleden, van wijlen Prof. Rookmaker, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de VU.- Jaargang 46
- nummer 18
Het ging over moderne kunst. En de eerste dia die hij liet zien, was van een surrealistisch schilderij van de Belgische schilder Magritte.
Daarover wil ik ook iets vertellen, maar ik beschik niet over een projector en die dia. Dus voor mijn poging tot schilderen met woorden zijn uw bereidwillige ogen nodig. Kijk met me mee.
Ik zie een kamer met opengeslagen ramen; daarvoor, gedeeltelijk onder de vensterbank, een schildersezel met een schilderij-in-wording.
Het is fotografisch nauwkeurig.
Hoewel … Als je wat langer kijkt, zie je dat wat op het schilderij is te zien, overloopt in wat echt te zien is, buiten en op de wanden van de kamer.
Hoewel ... echt ... ook dat is 'maar' schilderij.
En als je nóg wat langer kijkt, zie je rechtsonder een geschilderd ezelsoor, zo’n omgevouwen, omgekrulde hoek; dat wil zeggen, dat daarachter nog iets te zien is.
Misschien te zien is.
Maar om dat te weten te komen moet je het voorste blad omslaan en dat kan niet op een schilderij!
‘Dit schilderij’, zei Rookmaker ongeveer, ‘is moderne schilderkunst: onzekerheid, twijfel, wanhoop. Moderne kunst is niet zozeer een kwestie van vorm, als wel van inhoud, van levensgevoel’.
Wij weten ook van iets achter en na de werkelijkheid die we nu zien en ervaren.
Een werkelijkheid van bloed, zweet en tranen, van zoekgeraakte atoombommen in Rusland, terreuraanslagen en dreigende overreactie, aids die landen in ‘killing fields’ verandert, hongersnoden en milieurampen met wel meer dan 7.000 doden, soms dagelijks, …. : een werkelijkheid die tot wanhoop kàn leiden.
Maar wij hebben Gods beloften voor het hiernamaals, achter het hiernumaals, Door de door de Heer aan het beeld van onze tijd gegeven 'ezelsoren'.
Achter het ‘nu’ zit het ‘straks’.
Zijn beloften.