Eerst zien dan voelen (2)

2002-09-20
  • Jaargang 46
  • nummer 18
Mijn enthousiasme over de mogelijkheden van het gebedspastoraat heb ik duidelijk laten blijken in het eerste artikel. Toch moet ik toegeven dat deze vorm van pastoraat anders is dan ik in mijn traditie heb leren kennen.
Denk alleen maar aan het taalgebruik.
In het gebedspastoraat wordt vrijmoedig gesproken over het horen van Gods stem en het ontvangen van beelden, terwijl ik geleerd heb om steeds maar weer terug te grijpen naar de Bijbel. Het Woord staat in onze traditie centraal. Dus ging ik zoeken naar verbindingslijnen tussen het gebedspastoraat en de Woordgerichtheid zoals ik die in onze traditie ken. Daarover zal nu dit tweede artikel gaan.

Van tekst naar ontmoeting
Vanuit mijn traditie heb ik geleerd om tekstgericht met de Bijbel om te gaan. De vragen die ik stelde waren bedoeld om te verstaan wat ik las.
Dus: wie doet wat, hoe, waar, wanneer en waarom. En welke verbanden zijn er te leggen. Op zich is die instelling niet verdwenen, want die blijft onmisbaar als je de tekst recht wil doen. Toch is die houding ingrijpend verrijkt en veranderd. Als u nu even onthoudt dat ik vooral tekstgericht bezig was dan kunt u begrijpen wat ik bedoel met die verandering. Ik stelde dus die vragen. De 'begrijp-vragen'.
Ze waren bedoeld om te ontdekken wat die tekst betekende, waarbij ik me me vervolgens afvroeg wat dit voor mij kon betekenen. Maar daar zat altijd iets in wat leek op een analyse gevolgd door een constructie. Om de afstandelijkheid van dat proces te compenseren kwam het verlangen op naar persoonlijke beleving van het gelezene. Leanne Payne heeft nadrukkelijk gewezen op de armoe hiervan, want verstand en gevoel worden op die manier uit elkaar getrokken.
Ik vrees dat de wens om het geestelijke te beleven in speciale praise-diensten ook vaak het gevolg is van zo'n onevenwichtige gerichtheid op gevoel.
In die gerichtheid wordt een compensatie gezocht voor het tekort dat alleen het verstand te bieden heeft.

Verbeelding
In het eerste artikel heb ik er al op gewezen dat het in gebedspastoraat gaat om verbeelding. In het gebed worden er beelden gezocht die aansluiten bij het Evangelie. Maar dat impliceert een andere omgang met de Bijbel. De omgang is niet meer tekstgericht maar ontmoetingsgericht.
Ik ontmoet al lezend mensen die goddeloos handelen of juist godvrezend leven. Ik zie dan voor me wat beschreven wordt en hoe God daarin optreedt.
Ik laat de tekst heel bewust tot een beeld worden. Vervolgens ga ik in gesprek met God naar aanleiding van de tekst. Elke zin en de verbeelding daarvan kan aanleiding worden tot een reeks gebeden. Dankzij Payne heb ik geleerd om op deze directe wijze met de Bijbel om te gaan. Dat is de verandering in omgang met de Bijbel die ik hierboven noemde. Niet tekstgericht maar ontmoetingsgericht. In de beeldtaal van die ontmoetingen laat ik me meenemen. Gods doorwerking daarin en mijn reactie daarop wisselen elkaar af: gesprek met Hem! (Dit is een heel belangrijk element van mijn stille tijd).

Bijbelse beelden
Nu weer terug naar het gebedspastoraat.
Want deze grondhouding is ook bepalend voor dit pastoraat. Door deze manier van omgang met Gods Woord verandert de beleving van de werkelijkheid ingrijpend.
Daarbij is het niet nodig dat je op een directe wijze Gods stem hoort of visionaire beelden krijgt, maar Gods Woord is werkzaam in beeldtaal tijdens het gebed. De Bijbel toont ons God als de Goede Herder; de Rots die ons draagt en beschermt; de Heiland die een kind zegenend omarmd. Zo zijn er talloze beelden. In het gebedspastoraat kan eenvoudig worden aangesloten bij datgene wat de hulpvrager aanspreekt in de Bijbel. Dat mag gevisualiseerd worden. Dan kun je zeggen dat het gezien wordt met de ogen van het hart. Zo wordt in het hart de werkelijkheid 'omgebeeld' in een ontmoeting met God. De Bijbel hoeft tijdens het gebedspastoraat niet letterlijk open te gaan, maar speelt wel voortdurend mee in die oneindige mogelijkheden die ons in beeldtaal worden aangereikt. En zo wijst Gods Geest de wegen waarin Hij de pijnlijke beelden van vroeger wil ombuigen tot beelden waarin God aanwezig is als Redder en Genezer.

Geest en geest
Hier zijn we terechtgekomen bij een ander punt dat heel belangrijk is voor het gebedspastoraat. Namelijk, dat Gods Geest Zelf werkzaam aanwezig is en dat dit vooraf gaat aan ons bewustzijn daarvan. Sterker nog, niet ons gevoel of ons denkend vermogen is bepalend voor de werkelijkheid, maar dat wat Gods Geest ons wil zeggen.
Ons gevoel kan totaal in de war zijn geschopt. Als we dan naar ons gevoel luisteren lijkt de werkelijkheid gitzwart, maar het gebedspastoraat leert ons weer ontvankelijk te worden voor de boodschap van de Heilige Geest. Payne wijst erop dat de Heilige Geest aansluiting zoekt bij onze levensgeest (Romeinen 8:16)1. Dus niet in de eerste plaats bij ons verstand of bij ons gevoel. Gods Geest kan door onze geest inwerken op ons gevoel en ons denken, maar het uitgangspunt mogen we niet zoeken in ons gevoel of ons denken. Hier voltrekt zich een verborgenheid.
Aan ons voelen en denken gaat iets vooraf en dat mogen we eenvoudig aanvaarden.

Bij H.m moet je zijn
Dat aan ons denken en voelen de werking van Gods Geest vooraf gaat is voor gereformeerden niet vreemd.
Wij weten hoe Gods Geest werkt door het Woord. Dat Woord met zijn rijke beeldtaal onthult de waarheid over ons leven. Dat Woord is aan alles voorafgegaan (Johannes 1:3).
Anders gezegd: aan alles wat goed is gaat God als Auteur vooraf en dat toont Hij aan ons in heilzame beelden: hoe God ons liefdevol vormde bij de schepping. Hoe Hij ons bekleedde na de zondeval. Hoe Hij voor ons aan het kruis ging. Zo toont Gods Woord de waarheid over ons leven. Oerbeelden van Gods goedheid die voor tallozen troostrijk waren. Wij mogen die beelden ook op onszelf toepassen. Dat toepassen op onszelf is onze manier om de waarheid over ons leven te ontvangen. Of dat toepassen goed of minder goed lukt zegt niets over de waarheid. Want de waarheid ligt vast in Gods Woord niet in ons vermogen om dat op onszelf toe te passen. We moeten het bij de Auteur van het Woord zoeken. En Hij wil met zijn beeldtaal inwerken op ons gevoel en ons denken. Bij Hem moet je zijn. Niet bij onze reactie op Hem. Hij komt eerst en Hij komt tot ons in beeldtaal. Dat gaat er aan vooraf. De erkenning dat er aan ons voelen en denken iets vooraf gaat dat ons leven bepaalt is al heel belangrijk2. Maar op dat punt moeten we ook zeer alert zijn.
Want wat gaat daaraan vooraf? Waar oriënteren we ons op, bewust of onbewust?
Door te benadrukken dat we bij Hem moeten zijn, wil ik er op wijzen dat we niet bij ons gevoel of ons denken moeten zijn, maar ook niet bij andere auteurs. Want niet alleen Gods Geest produceert beeldtaal. Er zijn meer geestelijke auteurs! Beeldtaal is ontstaan uit de intelligentie van hogere machten. Machten die wereldwijd werkzaam zijn en ons willen beïnvloeden. Gelovig mogen wij dit duiden als het werk van Gods Geest of van duivelse machten. Alleen als Hij ons voorgaat met zijn Woord is het goed. Eigenlijk moeten we het zo zeggen: niet het denken of het voelen is er eerst, maar er bestaat een basale beeldvorming en daarop borduurt het denken en voelen voort (zie hieronder).
En van die basale beeldvorming kunnen we zeggen dat die geïnspireerd is door de Heilige Geest of door boze geesten. Onze basale beeldvorming gaat terug op oerbeeldmateriaal uit de geestelijke wereld: destructieve geesten of Gods helende Geest. Zij werken door middel van die oerbeeldtaal van Gods Woord of van opstand tegen Gods Woord.

Van jongsaf
In de ontwikkeling van baby tot volwassene zien we hoe dit gaat. Een baby denkt en voelt nog niet bewust, maar hij ontvangt wel indrukken en die slaat hij op als zijn eerste ongeordende beeldmateriaal.3 Pas later gaat hij koppelingen maken tussen bepaalde beelden, de sfeer die daarbij hoort en de geluiden. Er ontstaan verbanden.
Bijvoorbeeld: de dingen die op de tafel staan veranderen altijd eerst, daarna gaan ze allemaal om die tafel gaan zitten en dan weet je dat er eten komt. Op het moment dat het kind de geluiden gaat overnemen die volwassenen bij iets gebruiken ontstaan er woorden. De hersenen gaan steeds meer verbanden leggen en die verbanden helpen om tot steeds snellere reacties te komen. Zo ontstaan gaandeweg gecompliceerde denkprocessen, reactiepatronen en de diepere reflecties op gevoelens.
Er is dus steeds iets dat aan het bewuste denken en voelen vooraf is gegaan. Ik zal het eens op een rijtje zetten:
* Aan de bewuste reflectie op gevoelens en verwoording van gedachten gaat het ontvangen van begrippen en woorden vooraf.
* Aan het ontvangen van begrippen en woorden gaan allerlei indrukken vooraf die wij opslaan als beelden.
* Aan die beelden gaan gevoelsuitingen, gebaren en handelingen vooraf die ontstaan in contact met ouders en anderen.
* En in die gevoelsuitingen, gebaren en handelingen zijn mensen bezig die in hun geest leiding ontvangen.
Dat betekent dat ook daarin een geestelijke wereld actief is die aan alles vooraf gaat.

Ombeelding als verlossing
In die ontwikkeling van baby tot volwassene en daarna kan heel wat fout gaan. Ook akelige dingen worden opgeslagen en liggen in de herinnering vast als beeldmateriaal. De duivel wil graag met negatief beeldmateriaal dat eenmaal is vastgelegd aan het werk gaan. Telkens dringen zich die beelden weer aan je op. Soms in onherkenbare vormen. En telkens bewerkt het in je gevoel de reacties die blokkerend of zelfs zondig genoemd kunnen worden.
Want de duivel weet ook dat zien vooraf gaat aan voelen. Bij de zondeval werkte hij in op onze ogen zodat wij anders gingen kijken om vervolgens als resultaat ook anders te gaan voelen (Gen. 2:6). De duivel deed ons een aantrekkelijke vrucht zien om in ons gevoel en denken te suggereren dat wij God niet meer nodig zouden hebben. En zo probeert hij steeds de werkelijkheid af te tekenen alsof God daarbuiten zou staan. Maar Leanne Payne leert ons een ombeelding. In die ombeelding wordt het arme van het zichtbare verrijkt door het onzichtbare dat met de ogen van het hart is te zien (Hebreeën 11:27). Juist de Bijbel is daarbij een krachtig instrument van de Heilige Geest. Daarin ontvangen wij het oerbeeldmateriaal waarin wordt getoond hoe God Zich oordelend en verlossend bemoeit met elk detail van ons leven. Van deze oerbeelden maakt de Heilige Geest heel creatief gebruik in ons leven. Het is deze werking van de Geest die vooraf gaat aan de vorming van ons geloof. In het gebedspastoraat stellen we ons heel bewust open om deze werking van de Geest te ontvangen.
Zo ontstaat die heilzame ombeelding.
In de ombeelding ontdekken we God in en achter het concreet zichtbare nu, maar ook in het verleden. Gods Geest komt met nieuw beeldmateriaal van verlossing zodat het negatieve beeldmateriaal wordt omgebogen tot iets positiefs. Ontmoetingsgericht.

Rijke beeldtaal
De Bijbel toont ons het door God gegeven beeldmateriaal zoals dat genezend inwerkt in een door de zonde verziekte wereld. Gods Woord is altijd woord en daad tegelijk. Dus het Woord laat altijd wat zien in daadkracht. En die daden zijn vastgelegd in beeldtaal. Daarom vinden we zoveel geschiedenissen in de Bijbel.
Trouwens, ook de poëtische stukken zijn zeer beeldrijk. Niet om ons te brengen tot één vastgelegd beeld (zoals de systematische theologie dat graag doet), maar om ons mee te nemen in allerlei verbeelding die Gods goedheid toont in de bewegelijkheid zoals die naar ons toestroomt (vergelijk Psalm 17:15). Het Woord wil Zich tonen in dynamische kracht. Het Woord werd Vlees om de Vader te verbeelden (Johannes 14:9). En deze verbeelding hebben wij nodig om tot heilzaam beeldmateriaal te komen.
Het wordt onze geschiedenis die van toen stroomt door naar nu.4 Een doorwerking vindt plaats. En dat zien we in het gebedspastoraat. De Heilige Geest is heel creatief als Hij heilzame beelden geeft. Maar het is en blijft toetsbaar aan de Geest van de Schrift.
Door die creativiteit van de Geest zoekt God aansluiting met onze geest en mogen we Hem zien komen als Abba, Vader. En zo verdwijnen de ziekelijke beelden van eenzaamheid en mislukking. Hij omarmt ons en doet ons slagen in Christus. Gods Woord brengt ons tot een hervorming van ons denken (Romeinen 12:2).

Crisis
Voorlopig wil ik het hierbij laten. Er is nog veel meer te zeggen over gebedspastoraat en de dingen die Leanne Payne ons aanreikt. Misschien ook kritische dingen. Maar het ging mij in deze twee artikelen om de grondhouding die hoort bij het bedienen en ontvangen van gebedspastoraat. Die grondhouding is nodig om het proces van ombeelding mogelijk te maken. Ik wilde tegelijk aantonen dat 'pinksterterminologie' (zoals 'God sprak tot mij' en 'ik zag hoe God mij toonde') niet nodig is om gebedspastoraat te ontvangen. Het was dus min of meer een poging om deze dingen te vertalen op een manier dat het herkenbaar wordt binnen onze traditie.
Die herkenbaarheid vind ik ook om een andere reden heel belangrijk.
Want binnen gereformeerde kringen is er sprake van crisisverschijnselen in het gebedsleven.5 Dat zou kunnen samenhangen met het feit dat wij verleerd zijn om voortdurend de aanwezigheid van God te praktiseren. In dat geval verschuift het accent van het eenvoudig leven aan Gods hand naar een geloofsleven dat bestaat uit bijzondere momenten van ervaring.
En omdat het iets bijzonders is willen we erover nadenken en zoeken we de reflectie daarop vanuit ons gevoel.
Maar zoals ik in dit artikel al eerder noemde: ons denken en ons voelen lijken wel tot waarheid te leiden, maar er gaat iets aan vooraf dat de Geest bewerkt. En op die Geest moeten we leren vertrouwen ook als we Hem niet voelen. Dat vertrouwen is de geloofshouding die Payne ons steeds voorhoudt. Dat moet hoe langer hoe meer terugkomen onder ons. Zo niet...
dan blijft ons gebedsleven in een crisis steken. Dan blijft het een zwenken tussen concentratie op gevoel of ons denken daarover. We komen daarmee dan niet echt tot Hem, maar tot onze reactie op Hem. Dan verliest het gebed telkens de betekenis van het gesprek met de Levende die er 'gewoon' is. Gebed dus ook gebedspastoraat worden dan onmogelijk.
Daarom wil ik nu afsluiten met de bede dat wij gelovig de ogen van het hart zullen richten op Hem. Dan komt de rest vanzelf.

Noten
1.L. Payne: o.a. in Herstel van Identiteit, blz.79; ook mooi in Real Presence, blz.89 (met heerlijke consequenties voor onze kinderen en verstandelijk gehandicapten! De Heilige Geest werkt ook in hen al zijn zij zich dat niet bewust). Zie bovendien Andrew Murray: De Geest van Christus.
2.Er zijn aanwijzingen dat er al hersenactiviteit plaatsvindt een halve seconde voor er een bewuste reactie in denken en voelen volgt (onderzoek van B. Libet in Brain story t.v.-programma 2001).
Zie James W. Fowler: Stages of faith, hoofdstuk 4.
4.Van C. Veenhof vond ik een mooi artikel dat de beeldende kracht van het Woord beschrijft zoals dat vroeger vorm kreeg in de grote feesten.
In de feestliturgie was een illustratieve dramatisering van Gods verlossing als herbeleving mogelijk. ‘Wat de Schrift ons in deze fragmenten uit Exodus concreet en indringend voor ogen stelt is dus dit, dat Gods grote daden, speciaal die waardoor Hij zijn volk verlossing schenkt, ook nadat ze op een bepaalde plaats en in een bepaalde tijd hebben plaats gegrepen, actueel blijven, en om zo te zeggen, hun bestaan onder de mensen voort zetten. In het bijzonder wijzen deze Schriftwoorden er daarbij op, dat dit geschiedt door het verhaal, het vertellen, het door het Woord uitbeelden van die daden. In en door het verhaal daarvan her-leven Gods grote werken uit-het-verleden in het heden’ (...) ‘Zo'n verhaal van Gods wonderdaden heeft naar Gods orde en door zijn kracht precies hetzelfde vermogen om de mensen te brengen tot het kennen van de HERE als de daden des HEREN welke ze beschrijven, uitbeelden en daardoor opnieuw op het leven der mensen toespitsen.’ (Dienst no.2 en 3 - 10e jaarg. 1959, blz.50) Omdat elk woord sowieso refereert aan een innerlijk beeld, wordt wat C. Veenhof hier schetst nog sterker in zijn doorwerking.
5.Zie o.a. K. Runia: Bidden wordt moeilijker.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief