Doorgeven

2002-10-04
  • Jaargang 46
  • nummer 19
Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u (uit 1Joh.1:1-4)

Onlangs zag ik op televisie de estafettelopen van het E.K.-atletiek. Per land doen vier lopers mee. Telkens moet een estafettestokje aan een volgende loper worden overhandigd.
Maar omdat men met hoge snelheid loopt gaat die overdracht nogal eens fout. Het waren deze televisiebeelden die bij me bovenkwamen toen ik over het begin van 1Joh.1 nadacht.
Waarom? Omdat je zou kunnen zeggen dat het geloof ook wel iets van een estafettestokje heeft. Eeuw in eeuw uit komen er nieuwe lopers in veld en wordt het geloof aan een volgende generatie overdragen. Wat je door mag geven is mooi, zo geweldig rijk dat je die blijde boodschap niet alleen je kinderen gunt, maar iedereen!
Het is doorgeven naar binnen en naar buiten.

Goddelijke vonk?
Voor deze mooie, maar ook moeilijke opdracht biedt 1Joh.1:1-4 een handreiking.
Want wanneer Johannes op hoge leeftijd is gekomen, wil hij nog één keer een poging doen het geloof in Jezus Christus door te geven aan een volgende generatie.
Johannes heeft voor het schrijven van zijn brief een heel concrete aanleiding.
Onder leiding van een aantal dwaalleraren heeft zich namelijk een groep zich van de gemeente afgescheiden. ’t Ging om mensen die een weg wezen naar heerlijke geestelijke ervaringen.
Kernpunt was dat je daarvoor op zoek moet gaan naar de goddelijke vonk in jezelf. Het stoffelijke, zo beweerde men, is aangetast door de zonde en is slecht.
Het geestelijke daarentegen is goed.
Het gaat erom dat je je als mens zoveel mogelijk boven het stoffelijke uitwerkt. Jezus heeft laten zien hoe een mens het stoffelijke kan overwinnen en je in contact kunt treden met machten, krachten en geesten buiten de aardse werkelijkheid. Wie op zoek gaat naar de goddelijke vonk in zichzelf zal één worden met het goddelijke en heerlijke dingen beleven….
Dit estafettestokje werd in de tijd van Johannes door velen aangepakt. En ook vandaag worden door allerlei religieuze groepen wegen aangereikt waarlangs je op zoek kunt gaan naar het goddelijke in jezelf.
Niet doen, niet aanpakken! roept de apostel. Gemeenschap met God komt niet tot stand door naar het goddelijke in jezelf opzoek te gaan.
Gemeenschap met God komt alleen maar tot stand via de weg van de oog en oorgetuigen. Mijn collega-discipelen en ik hebben met onze eigen oren gehóórd, met onze eigen ogen gezién en met onze eigen handen getást dat Jezus èn Gods Zoon èn echt mens was.
‘Het leven dat van den beginne bij de Vader was, is ons geopenbaard.’ Jezus Zelf heeft ons opdracht gegeven van Hem te getuigen.

Getuigen en verkondigen
‘En, zo schrijft Joh. wij getúigen niet alleen van wat wij gezien, gehoord en getast hebben, wij verkóndigen het ook u’ Getuigen is het weergeven van de feiten waar je met je neus boven op stond. Verkondigen is echter niet alleen maar informatief, maar wil vooral ook overtuigen. Met andere woorden: Johannes wil niet alleen dat je de feiten over het leven Jezus voor waar aanneemt, maar vooral ook dat je daar je leven opbouwt, dat je je hart toewijdt aan Jezus Christus.
Johannes roept zijn lezers en daarmee ook ons op: laat ons jullie ogen, jullie oren, jullie handen mogen zijn!
Gemeenschap met God komt niet langs de weg van allerlei speciale ervaringen tot stand, maar alleen in gemeenschap met ons. Wij mogen jullie het Leven doorgeven. Echt leven is er alleen maar in gemeenschap met Jezus.
Gemeenschap wil zeggen: al het mijne is het jouwe. Gemeenschap met God wil zeggen dat God al Zijn schatten en gaven, Zijn genade, Zijn liefde, Zijn trouw, Zijn vergevingsgezindheid, Zijn nieuwe wereld en nog veel meer met jou wil delen!
Van gemeenschap met Vader en Zoon word ik enorm blij, schrijft de apostel.
Iets mooiers, iets heerlijkers is er voor een mens niet. Maar mijn blijdschap is pas compleet wanneer jullie niet het stokje van de dwaalleraren aanpakken, maar het stokje van ons, de oor- en ooggetuigen van het eerste uur!

Feit en ervaring
Wat we nu concreet van Johannes leren?
De belangrijkste aanwijzing is, denk ik, dat er in ons getuigen en verkondigen evenwicht moet zijn tussen feit en ervaring. In onze tijd lijkt het er wel eens op alsof opvoeden en evangeliseren bestaat uit het vertellen van ervaringen met God. Opvoeden en evangeliseren houdt echter allereerst in: vertellen van de feiten van Jezus leven.
Natuurlijk is het goed om zo nu en dan iets van je eigen ervaringen met God te vertellen, maar het allerbelangrijkste is dat je aan je zoon, aan je dochter, je buurman, je collega, je sportmaatje, het betrouwbare oor- en ooggetuigenverslag van de apostelen doorgeeft en van hen die in het O.T. het estafet-
testokje van geloof doorgaven. Je vertelt geen fabels, geen sprookjes, maar (heils)geschiedenis.
Op catechisatie merk ik dat het peil van de bijbelkennis bij de meeste jongeren niet al te hoog is. Dat kan te maken hebben met ontwikkelingen in het onderwijs. Maar ik vermoed dat het ook wel eens te maken zou kunnen hebben met het aantal
keren dat de Bijbel in onze gezinnen opengaat……

Hoe het kan misgaan
Zoals bij een estafette het doorgeven van het estafettestokje wel eens mislukt, kan er ook op de lange weg van het doopvont naar de avondmaalstafel heel wat misgaan. En als het om gesprekken met ongelovigen gaat knapt het lijntje ook soms zomaar.
Het kan misgaan het wanneer je daden niet stroken met je woorden en er in je wijze van leven maar heel weinig terug te vinden is van wat je belijdt.
Het kan misgaan met de overdracht van het estafettestokje van geloof wanneer er in een gezin geen rust en tijd om eens door te praten over wat je leest of beleeft en er praktisch nooit een moment is waarop je samen kunt bidden.
Het kan misgaan wanneer je altijd maar negatief bent over het kerkelijk leven en de zwakke kanten van je broeders.
en zusters uitvergroot. Op die manier maak je het voor je kinderen niet echt aantrekkelijk om in gemeenschap te treden met onze hemelse Vader en gemeenschap met Zijn kinderen te zoeken.
Het kan misgaan wanneer je jezelf niet opent en verstoppertje speelt.
Wanneer je niet in je hart laat kijken laat je grote kansen liggen. Het is van groot belang iets te delen van de blijdschap die de Heilige Geest in jouw hart werkt en ook iets van je aanvechtingen en verlegenheden die het geloof in je teweeg brengt.

Gebed
Het doorgeven kan helaas op vele manieren mislopen. En zelfs als je geen fouten maakt is er geen garantie dat estafettestokje van geloof wordt aangepakt.
Ongeloof ligt lang niet altijd aan de opvoeding! Laat het tot troost zijn dat zaad wat in de jeugd is uitgestrooid soms pas heel laat tot ontkieming komt.
En als je niet meer met je kind over God kan praten is goed te volharden in je gesprekken over je kind met God!
Geloofsoverdracht, naar binnen en naar buiten, kan daarom absoluut niet zonder gebed!

Handreiking voor gesprek
1 Wat we uit Gods hand ontvangen mogen we doorgeven, aan elkaar, maar ook aan mensen buiten de kerk. Heb jij wel eens gesprekken met zgn. ‘niet-gelovigen’. Zo ja, hoe kom je dan over God aan de praat?
Zijn daar bv. bepaalde aanleidingen voor, of begin je zelf, of….?

2 Welke dingen vind je moeilijk in gesprekken met ‘niet-gelovigen’ Hoe ga je op genoemde concrete situaties in? Welke benadering zouden anderen uit de groep kiezen?

3 In 2Kor.3:2,3 staat dat wij aanbevelingsbrieven van Christus zijn. Aan welke letters (elementen) van jouw leven kunnen mensen zien dat je bij Jezus hoort? Zijn er ook ‘letters’ die vaag blijven en welke zijn dat dan?
Hoe zouden die ‘scherper’ kunnen worden?

4 Gemeenschap met God is: al het mijne is het jouwe. God doet ons delen in al Zijn schatten en gaven (vergeving, vrede, blijdschap, vernieuwing van je Leven etc.) Met welk geschenk van God ben jij het meest blij en waarom?

5 Door de Bijbel leer je God kennen.
Je hoort Hem spreken en leest hoe Hij Zijn weg met mensen en volken gaat. Welke Bijbelse geschiedenis of Bijbeltekst spreekt jou het meest aan? Deel ook waarom dit zo is.

6 Op welk moment of in welke situatie heb jij in je leven Gods aanwezigheid het meest sterk ervaren?

7 Deel hoe jij en je huisgenoten met Bijbellezen omgaan. Op welke momenten, welke vertaling en hulpmiddelen? etc.

8 Deel wat je in je eigen opvoeding of als opvoeder als heel heel mooi en waardevol hebt ervaren of ervaart.
Deel vervolgens ook wat je als negatief of als heel moeilijk hebt ervaren of ervaart. Dank God en breng de pijnlijke ervaringen samen in gebed! Bidt ook samen voor je directe leefomgeving en de kinderen en jongeren van de gemeente.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief