Zo veel met zo weinig

2002-11-01
  • Jaargang 46
  • nummer 21
En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden Handelingen 2:21

Ze vluchten voor de Chinezen. Vinden een elfjarige jongen. Zwaargewond in een greppel. Nemen hem mee. Eerst naar het zuiden. Later, als de Amerikanen komen, terug naar het noorden.
De stinkende ellende van de oorlog.
Het trieste geploeter van mensen om in leven te blijven.
Plaats van handeling: Korea.
Tijd: de winter van 1950-51.
Hoofdpersonen: de oude man en de oude vrouw (blijven naamloos) en de jongen Kim Sin Gyoe.

De moeder van de oude vrouw had het lied ooit geleerd van een westerse missionaris. De oude vrouw zelf wordt er door op de been gehouden. En na haar dood de jongen ook.
Aangrijpend, hoe in deze volstrekte grijsheid een paar woorden licht verspreiden: troost, moed en hoop!
Woorden die de hoofdrolspelers zelf niet eens begrijpen, maar die hen wel op de been houden.
'Uw wil geschiede, Heer, Uw wil geschiede.
Gij zijt de pottenbakker en ik ben de klei' (Chaim Potok, Het stof der aarde). Zo véél kan de Geest met zo weínig bereiken.

Die Iraakse jongens die in de Golfoorlog sneuvelden. Opgevoed in de Islam. Nooit van de Redder der wereld gehoord. En de Koran dan? Daarin wordt Hij toch ook genoemd? Zou die naam niet geruist hebben langs zwarte oliewolken van Kuwayt?
Weten wij tot wie Hindoes en Chinezen, Azteken en Papoea's in doodsnood geroepen hebben?
Joël zegt het, Petrus herhaalt het, dat alwie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden. Wat een woord!
Voor iedereen: alwie. Zo simpel: de naam des Heren aanroept. Wijds: zal behouden worden.

Weet je waar dit aanroepen voor staat?
Bij Joël voor het bidden tot God. Bij Petrus voor het belijden van Jezus als Heer.
En in Handelingen zelf?

(a) Woorden die hetzelfde betekenen.
Mensen die Gods woord aanvaarden, horen, eraan gehoor geven, zich erdoor laten overtuigen, zich eraaan houden.
Mensen wenden zich in berouw en bekering tot de Heer of tot het leven. Ze worden gelovig, komen tot het geloof, geloven in of gehoorzamen aan Hem.
Zowel individueel als gemeenschappelijk, bij Joden en Grieken.

(b) Het gaat niet van de krimp. De markt is wereldwijd, het aanbod zo algemeen als het maar kan.
Van Jezus getuigen alle profeten, dat een ieder die in Hem gelooft vergeving van zonden ontvangt door zijn naam. Geen beperkingen. God wil dat alle mensen gered worden.

(c) Dit tot-geloof-komen gebeurt massaal: 3000, 5000 mensen in Jeruzalem.
En wel: dagelijks, des te meer, talrijker, zeer toenemen.
Tot het geloof komen enigen in Tessalonika en Athene, sommigen in Rome, een groot aantal, een brede schare in Antiochië, een grote menigte in Ikonium, allen die bestemd waren ten eeuwigen leven te Antiochië in Pisidië.
Velen gaan geloven in Joppe, Berea, Korinte en Efeze.
Maar ook hele steden of landstreken komen tot geloof en bekering. En ook dit geldt voor Israël en de heidenlanden.
De algemeenheid van het aanbod en de massaliteit van het gaan-geloven laten bijna geen ruimte voor persoonlijke bekeringen. Handelingen legt daar tenminste geen nadruk op-. Het gaat om de grote daden van God, niet om het kleine geloof van de mens.

(d) Gòd voegde aan de gelovige kring toe. Híj heeft ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken. Híj heeft ook voor de heidenen een deur des geloofs geopend. Hij die de harten kent, heeft getuigd door de heidenen de Heilige Geest te geven evenals ook aan ons... door het geloof hun hart reinigende. Híj opent het hart van Lydia.
Een aantal keren wordt zelfs helemaal afgedacht van de mens die gelooft en God die het geloof werkt, maar staat er gewoon: het woord des Heren groeide en verbreidde zich. Zelf gaat het evangelie zijn weg door wereld en geschiedenis. Wint mensen voor het koninkrijk van God. In oude èn nieuwe Bundesländer!
Hóé dit precies gebeurt, komt niet uit de verf. Maar het gebéúrt. En het is verbazingwekkend, hoe véél de Heilige Geest met weínig weet te bereiken!
Uw wil geschiede, Heer, uw wil geschiede.
Gij zijt de pottenbakker, ik ben de klei.

(e) Handelingen geeft hier ook enkele sprekende voorbeelden van.
Is dit niet schitterend? Een Ethiopische minister, de Jood Paulus, de Filippenzische gevangenisdirecteur, de Romein Cornelius! Bij God geen aanzien des persoons, onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt Hem welgevallig...
En dit is het woord dat de kerk in bewaring en ter toediening kreeg.

Het oude sprookjesland Narnia is ten onder gegaan. De volgelingen van Aslan, de Leeuw, mogen het nieuwe Narnia binnengaan. Maar tot zijn eigen verbazing mag een volgeling van Aslans grote tegenstander Tash dit ook!
De leeuw buigt zijn gouden hoofd en raakt het voorhoofd van de man aan met zijn tong en zegt: 'Zoon, ge zijt welkom'. Maar deze zegt: 'Helaas, Heer, ik ben geen zoon van u maar de dienaar van Tash'.
De Leeuw antwoordt: 'Kind, alles wat ge voor Tash gedaan hebt, reken ik alsof ge het voor mij hadt gedaan'.
'Toch heb ik Tash al mijn levensdagen gezocht', zegt de man. De Leeuw echter: 'Geliefde, als uw verlangen niet mij gegolden had, zoudt ge niet zo lang en zo oprecht gezocht hebben.
Want ieder vindt wat hij oprecht zoekt'.
En later zegt de man: 'Dit is het wonderbaarlijkste van alles, dat hij mij "geliefde" heeft genoemd, mij die nog minder is dan een hond...' (C.S. Lewis, Het laatste gevecht).

Dit is niet de oppervlakkigheid van het humanisme. Ik heb ieder het zijne gegeven; ik ben altijd goed geweest voor iedereen; wat is er op mij nog aan te merken?
Maar dit is de diepzinnigheid van het christelijk geloof. Al het goede wat mensen krijgen, krijgen zij van God; en al het goede wat mensen doen, doet de Heilige Geest in hen.
Wij weten niet langs welke kanalen de Heilige Geest werkt.
Via het doorvertellen van de blijde boodschap, ja. Maar de Heilige Geest heeft maar heel weinig nodig om heel veel bij de mensen te bereiken. Een tekst, een regel, een naam, een lied, een radio- of TV-uitzending, een gesprek.
Een brokstuk van de waarheid in de herinnering, een rest van de openbaring in oude godsdienstige boeken.

In de grote nood van de eindtijd, hoef je alleen maar je verzet op te geven, je hoogmoed te laten overwinnen en tot de Here God te roepen, en Hij zal je redden.
In het sterven van de enkeling zit iets van het oordeel over de hele mensheid.
Daarom geldt ook van jouw laatste uur: in de doodsstrijd hoeft je alleen maar je verzet op te geven, je hoogmoed te laten overwinnen en de Here Jezus te belijden, en Hij zal je redden. Wie je ook bent en wat je ook hebt uitgevoerd in je leven.

'En het zal zijn, dat al wie de naam des Heren aanroept, behouden zal worden'. Roep Jezus dan aan! In het uur van je nood of je dood: roep Jezus aan! Wat een woord! Geldig voor iedereen: alwie. Zo simpel: de naam des Heren aanroept. Wijds: zal behouden worden.

1. De 'volken' en het dienen van God – ga dat eens na bij de profeten (de volken komen aan de weet dat God de Levende is, zelf klaagt Hij ach en wee over hen, ze leveren hun bijdrage aan de nieuwe wereld, en ze zullen zijn volken zijn).
2. De tekstverwijzingen staan er niet voor niks bij!
3. Ken je andere voorbeelden van wat Potok en Lewis aanreiken?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief