Tussen gereformeerde dogmatiek en historischkritisch bijbelonderzoek

2002-11-01
  • Jaargang 46
  • nummer 21
Bijna negentig mensen waren op vrijdag 4 oktober bij elkaar in de aula van de Theologische Universiteit Kampen om via een lezing stil te staan bij het overlijden van de hoogleraar Benne Holwerda, inmiddels 50 jaar geleden.
Destijds veroorzaakte zijn plotseling heengaan, kort na dat van professor Schilder, grote verwarring in de jonge Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
Zijn werk als oudtestamenticus was eigenlijk maar net begonnen.
Holwerda was helemaal niet van plan geweest zich in het Oude Testament te verdiepen. Tijdens de oorlogsjaren had hij het plan opgevat om een promotiestudie in het Nieuwe Testament te beginnen. De benoeming door de synode in 1945 gooide wat dat betreft roet in het eten…

Toch heeft Holwerda zich enthousiast op de bestudering van het Oude Testament gestort. Toen hij plotseling overleed stond zijn werk nog maar net in de steigers. Hij zou nog jaren nodig hebben gehad om de contouren die hij de voorgaande jaren had geschetst uit te werken tot een stevige gereformeerde bijbelwetenschap…

Prof. Kwakkel
De huidige bekleder van de leerstoel Oude Testament aan de Theologische Universiteit (Broederweg), prof. G. Kwakkel, koos ervoor in te gaan op Holwerda als oudtestamenticus en op de moeizame verhouding van Holwerda met gereformeerde dogmatiek.
Sinds het midden van de negentiende eeuw werd het oudtestamentisch bijbelonderzoek gedomineerd door de schriftkritische benadering van Julius Wellhausen c.s., die door een kritische, historische reconstructie een totaal nieuwe chronologie voor het ontstaan van de bijbelboeken voorstelde. De aanleiding tot Wellhausen’s kritiek werd gevormd door Deuteronomium 12. Hier bindt Mozes het volk op het hart de eredienst aan Jahwe te concentreren op één plaats, wat werd geïnterpreteerd als Jeruzalem. Dit was in strijd met de praktijk van vele offerhoogten in de tijd van de richters, Samuël, Saul en David. Wellhausen stelde voor deze tekst te lezen als geschreven ná de hervormingen onder koning Josia, mogelijk zelfs tijdens of na de ballingschap. En datzelfde gold voor eerste vijf bijbelboeken. Ze waren niet door één auteur, Mozes, geschreven, maar zouden in veel later tijd zijn samengesteld uit allerlei schriftelijke en mondelinge overleveringen. De bijbelwetenschap zou zich moeten bezighouden met het opsporen en onderscheiden van deze verschillende bronnen.
De gevolgen van deze kritische methode waren groot. De gangbare chronologie van het ontstaan van de bijbel werd aan de kaak gesteld. Er ontstond discussie over de ‘waarheid’ van de in de bijbel beschreven gebeurtenissen.
Er werden twijfels geuit over de goddelijke inspiratie van de Heilige Schrift. Ook werden bijbelboeken niet meer als eenheid beschouwd, maar als compilatie van verschillende bronnen.

Gezaghebbend
Toen Holwerda hoogleraar werd, was de theorie van Wellhausen gezaghebbend.
Collega-oudtestamentici hadden wel kritiek geuit op deze methode, maar er nog weinig steekhoudende argumenten tegen ingebracht.
Holwerda onderkende dit probleem en ondernam daarom zelf verschillende pogingen om de theorie van Wellhausen onderuit te halen. Hij wees daarbij allereerst op het geloofs-a-priori dat in elke bijbelvisie vanzelfsprekend besloten ligt: iedere wetenschapper, ook Wellhausen, neemt bepaalde uitgangspunten in die niet wetenschappelijk te onderbouwen zijn.
Wellhausen gaat bijvoorbeeld uit van het paradigma van de mogelijke feilbaarheid van de Heilige Schrift, terwijl Holwerda uitgaat van de onfeilbaarheid van de Schrift.
Met dit verschil in paradigmata wilde Holwerda ‘de vijand’ op eigen terrein verslaan. Zijn werkzaamheden aan de Theologische Hogeschool moeten we ook vooral in dit licht bezien: Holwerda wil de schriftkritische benadering met de Schrift zélf tegemoet treden. Holwerda bracht ook de resultaten van de bijbelse archeologie in stelling tegen de historisch-kritische bijbelwetenschap. Hij wees ook allerlei feitelijke onjuistheden aan in de theorie van Wellhausen. Bijvoorbeeld de structuur van het boek Genesis: ieder verhaal begint met ‘toledot’, vrij vertaald: ‘dit is de geschiedenis van…’. Deze verhaalstructuur wijst op een zorgvuldige compositie van het bijbelboek, wat Holwerda in strijd achtte met de door Wellhausen voorgestelde samenstelling uit verschillende bronnen.
Een alternatieve exegese van Deuteronomium 12 zou volgens Holwerda de hoeksteen onder de methode van Wellhausen weghalen. Weliswaar wordt er in dit bijbelgedeelte gesproken over één plaats waar Jahwe gediend moet worden, maar dit kan in combinatie met Exodus 20, waar gesproken wordt over meerdere plaatsen waar aan de Heer geofferd mag worden, ook gelezen worden als een voorschrift alleen te offeren op plaatsen die Hij zelf gekozen heeft, in verzet tegen de heersende heidense cultus op willekeurige plaatsen samen te komen en te offeren.
Dan gaat het niet meer per se om één plaats, maar dan kan het ook om meer plaatsen gaan.
Holwerda als oudtestamenticus is te typeren als iemand die vasthield aan een strikte historiciteit van de bijbel, het probleem van de verschillende uitgangspunten (paradigmata) onderkende en zich grondig verdiepte in het brede spectrum van de vakliteratuur.
Opgemerkt wordt dat de meeste visies en exegeses van Holwerda inmiddels achterhaald of gedateerd zijn. Op zijn exegese van Deuteronomium 12 valt wel wat af te dingen. Maar bijvoorbeeld zijn opmerkingen over de structuur van het boek Genesis zijn nog steeds actueel.

Dogmatiek
Het tweede deel van de lezing van Kwakkel ging in op de relatie Holwerda en dogmatiek. Er is regelmatig op gewezen dat Holwerda niet veel moest hebben van de (gereformeerde) dogmatiek.
Niet dat het recht van het vak op zich ter discussie stond, maar hij had een afkeer van de verwarring die kon ontstaan wanneer men onzorgvuldig termen uit de exegese en de dogmatiek over en weer verkeerd gebruikte. Als voorbeeld gaf Kwakkel de term ‘uitverkiezing’.
In de dogmatiek heeft deze term de betekenis van een Godsbesluit van eeuwigheid, terwijl dat woord in de exegese concreet een daad van God in de tijd betekent.
Holwerda vond dat de invloed van de gereformeerde dogmatiek op de exegese te bepalend was geworden. Hij pleitte ervoor zich bewust te zijn van het Hebreeuwse denken en de psychologie van de tijd van de bijbelschrijvers.
Bijbelteksten moesten vanuit het geheel van de tekst en context benaderd worden, los van algemene, meeromvattende gezichtspunten. Dogmatiek kon bij Holwerda echter verschillende klanken hebben. Hij kon het gebruiken voor het vak van de dogmatiek, waarbij hij bang was voor onjuist gebruik van termen in exegese en dogmatiek.
Dogmatiek kon ook een wat wrange klank krijgen, als component van ‘theoretisch’, getheologiseer.
Deze bijbetekenis is zonder twijfel ingegeven door het klimaat in de kerken voor de Vrijmaking.
Toch kon ook Holwerda niet zonder bepaalde dogmatische stellingnames.
Hij hield van het begin af vast aan de inspiratieleer, die in wezen dogmatisch is, evenals het heilshistorisch kader, waarin hij de historische gebeurtenissen plaatste als Gods voortgang in verlossingswerk.
Hierin was hij evenzeer gebonden aan een bepaalde stellingname als in het debat over paradigmata.

Van wezenlijke betekenis
Wat hebben we, terugkijkend na vijftig jaar, van Holwerda geleerd? Zijn werk, vaak slechts in contouren, is van wezenlijke betekenis is geweest voor de gereformeerde bijbelwetenschap, in het bijzonder die van het Oude Testament.
Zijn aandacht voor woorden en teksten in hun context van tijd en cultuur heeft de bibliologie weer bewust gemaakt van het eigene van de tekst. Zijn voorzichtigheid met de dogmatiek heeft voor de nodige bewustwording gezorgd wat betreft gebruik van gelijke termen in dogmatiek en exegese. Daarnaast waren zijn uitlatingen over paradigmata en het geloofs – a-priori van wetenschappers van groot belang.
We kunnen nog steeds van Holwerda leren. Hij bepleitte een onvoorwaardelijk geloof in en diepe eerbied voor de Schriften, waarbij kritiek altijd toetsbaar moest blijven aan de Schrift zelf.
Zijn grondige verdieping in het werk van vakgenoten en zijn confrontatie met hen is inspirerend. Kwakkel typeerde Holwerda als een optimist wat betreft de vooruitzichten op zijn vakgebied.
Hij wilde werken aan een volledig gereformeerde, alternatieve exegese van het Oude Testament.

Persoonlijke herinneringen
Na afsluiting van de lezing kregen nog twee aanwezigen de gelegenheid persoonlijke herinneringen aan Benne Holwerda met ons te delen. Mevrouw J. Veenhof – Holwerda, de oudste dochter van professor Holwerda, vertelde over haar jeugdherinneringen aan haar vader. Vooral de periode in Amersfoort was ondanks oorlog en bezetting een periode van huiselijk geluk geweest.
De familie was een gastvrij gezin, waar regelmatig onderduikers en verzetsmensen over de vloer kwamen. In de studeerkamer zijn heel wat gesprekken rond de kerkelijke problemen en de Vrijmaking gevoerd. De periode van godsvrede zorgde ervoor dat het conflict in Amersfoort pas na het einde van de oorlog uitgevochten werd. De schorsing van Holwerda en Van den Born kwam hard aan, te meer omdat de andere predikant en vriend in Amersfoort, dominee Popma, zich niet vrijmaakte.
De benoeming van Holwerda in Kampen zorgde ervoor dat Holwerda snel een vakbibliotheek op het terrein van het Oude Testament moest vormen.
Hierdoor moest het gezin zuinig leven.
Voor een grammofoon moest worden gespaard: Holwerda had tijdens de synode in Groningen, om even alle kerkelijke kwesties te ontvluchten, in een bioscoop een uitvoering gezien van een opera van Verdi en beloofde zijn kinderen er eens mee naar toe te nemen. Drs H. de Jong haalde herinneringen op aan zijn colleges bij professor Holwerda. Samen met Schilder gaf hij de Hogeschool een bijzondere glans. Colleges bij Holwerda waren altijd spannend. Hij probeerde een sfeer van openheid te creëren waarin studenten zich thuis voelden.
Tegelijkertijd gingen de colleges over pittige onderwerpen. En daarbij kwam dat Holwerda een stem had die ‘geschikt was om er definitieve dingen mee te zeggen’. Holwerda heeft, ondanks zijn vroege overlijden, bij veel mensen liefde gewekt voor de bestudering van het Oude Testament.

Drs Matthijs Driebergen is historicus en archivaris van het Archief- en Documentatiecentrum van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief