Laat de kinderen tot mij komen
2002-11-01
‘Mama, waarom bidden we thuis niet? En waarom lezen we niet uit de bijbel? Geloof jij niet in de Here God, mam?’ - Jaargang 46
- nummer 21
Sanne is zeven jaar en ze zit op een christelijke school. Haar juf vertelt elke week een bijbelverhaal en ze bidt dagelijks met de kinderen in de klas. Sanne vindt de verhalen zo mooi, ze hoort ze allemaal voor het eerst.
Hoe meer ze over de Here Jezus hoort, hoe meer ze van Hem gaat houden.
En zo is Sanne in de Here Jezus gaan geloven.
Het gaat maar niet over
Op een dag vertelt Sanne haar moeder dat ze gelooft. Irma weet niet zo goed wat ze met dat geloof van haar dochter aan moet. Zelf kent ze de verhalen uit de bijbel niet. Als Sanne haar ook nog vraagt of ze wel in de Here Jezus gelooft, weet ze niet wat ze moet antwoorden.
Ze besluit mij op te bellen in de hoop dat ik haar kan helpen. Als Irma over Sanne begint te vertellen, krijg ik een warm gevoel van binnen.
‘Eerst dacht ik dat het geloof van Sanne vanzelf wel weer over zou gaan, maar het gaat maar niet over, ze gelooft zo sterk. Ik snap er niets van. Wat moet ik hier nu mee? Eigenlijk weet ik niet goed of ik zelf nou geloof of niet.’ Ik vertel Irma wat ik wel eens tegen mijn dochter zeg als ze mij vraagt waarom veel kinderen in haar klas niet geloven.
‘Je kunt pas van iemand gaan houden als je hem of haar kent. Veel kinderen in jouw klas hebben niet van hun vader of moeder over de Here Jezus gehoord.
Dus kennen ze Hem misschien nog niet of nog niet zo goed.’ Irma begrijpt wat ik bedoel. ‘Ik wil Hem wel leren kennen, maar hoe doe ik dat?’ vraagt ze. ‘Door in de bijbel te lezen’ antwoord ik. Irma wil wel een bijbel aanschaffen zodat ze met haar dochter kan gaan lezen. We maken een afspraak om er samen één uit te zoeken in een evangelische boekhandel.
Winkeltje van de Here Jezus
Irma kijkt haar ogen uit in ‘het winkeltje van de Here Jezus’. Ze is nog nooit in zo’n winkel geweest. Op de achtergrond klinkt muziek: ‘God houdt van jou vanaf het begin, helemaal van buiten en van binnenin’. Ik luister naar de mooie tekst en ik vraag me af of Irma de woorden ook hoort. Ik wijs Irma op ‘De bijbel voor jou’, een mooie kinderbijbel waar we zelf ook uit lezen met onze kinderen. Als Irma de bijbel wil afrekenen, vraagt de mevrouw bij de kassa of het een kadootje is. ‘Ja, voor mijn dochtertje’, zegt Irma. De bijbel wordt mooi ingepakt en we gaan blij de winkel uit. Ik weet niet wie er blijer is, Irma met haar bijbel of ik met Irma?
De eerste afspraak
Irma en Sanne lezen trouw uit de bijbel.
Irma heeft veel vragen. Ik nodig haar uit om haar vragen op de mail te zetten. Er komt een intensief mailcontact op gang. Op veel vragen heb ik geen antwoord, maar dat lijkt Irma niet af te schrikken, integendeel. We spreken af dat Irma tijdens het bijbel lezen in een schrift bijhoudt wat ze niet begrijpt, waar ze nog eens over door wil praten en wat ze mooi vindt.
Eén keer in de twee weken zullen we dan samen uit de kinderbijbel lezen en praten over wat ze heeft opgeschreven.
Onze eerste afspraak is op een woensdagmorgen.
Die ochtend ben ik wat gespannen, hoewel ik weet dat ik het los mag laten. Ik kan Irma het geloof niet geven. Het is de Heilige Geest die harten kan openen en mensen aanraakt.
Een paar gemeenteleden bidden voor ons. ’s Morgens vroeg gaat de telefoon, het is Irma. ‘Ik heb een probleem, ik kan niet bij je komen want Sanne is ziek’. Even speelt de gedachte door mijn hoofd dat onze afspraak niet door mag gaan. Maar dan stel ik voor dat ik naar haar toe kom. Ze vindt het (gelukkig) goed.
Schriftje
Irma heeft zich goed voorbereid. In een schriftje heeft ze vier pagina’s vol geschreven.
Niet alleen met vragen, nee ook met dingen die ze mooi vindt. Zo schrijft ze bijvoorbeeld dat ze de bijbelverhalen zo mooi vindt. En dat ze ook wel eens zou willen bidden maar dat ze niet zo goed weet hoe dat moet.
Bidden vindt ze ook wel spannend, stel je voor dat iemand haar ziet zitten terwijl ze bidt.
Als ik in het schriftje lees dan krijg ik weer dat warme gevoel van binnen.
Ik vind het zo bijzonder om te zien hoe God in het leven van Irma aan het werk is. We praten eerst over haar vragen en daarna lezen we uit de kinderbijbel het verhaal ‘Laat de kinderen tot mij komen’. Sanne is inmiddels bij haar moeder op schoot gaan zitten. Ze wil ook wel meelezen. Zo lezen we alle drie hardop een deel van het verhaal.
Geen dure woorden
Voor ik naar huis ga, vraag ik Irma of ze het fijn vindt als ik met haar en Sanne bidt. Dat wil ze wel. Ik leg uit dat bidden niets anders is dan praten met God. Je mag Hem alles vertellen wat je bezig houdt. Zo vouwt Irma voor het eerst van haar leven haar handen.
Sanne doet ook mee. Ik bid een kort gebed en ik probeer eenvoudige woorden te gebruiken. Als ik mijn ogen weer open, zie ik dat Irma geraakt is. Even later, als ik naar huis fiets, bedenk ik dat deze gewone woensdag voor ons allebei een woensdag met een gouden randje is geworden.