Vluchtelingen
2002-11-15
Terwijl we Nederlandse boeren die in het buitenland een betere toekomst zoeken bestempelen als ondernemende types, worden vluchtelingen die naar Nederland komen vaak als ‘profiteurs’ afgeschilderd. Het ontbreken van erkenning en respect voor de positieve motieven van vluchtelingen en asielzoekers ontmenselijkt het asielbeleid.- Jaargang 46
- nummer 22
Dat is de stelling van drs. R.B.M. Grotenhuis, directeur van Pharos, landelijk kenniscentrum voor vluchtelingen en gezondheid in Utrecht. In CV.Koers van oktober schrijft hij onder het opschrift: ‘Vluchtelingen verdienen erkenning en respect’. Ter illustratie van zijn stelling zet hij naast elkaar ‘Ben Hengeveld’, die in 1951 uit Nederland naar Australië emigreert - en daarvoor veel waardering oogst - en ‘Mohammed Abdullahi’, die in 1991 besluit uit Sudan naar Nederland te vluchten - en die als economische vluchteling hier weggehoond wordt; terwijl beider motivatie dezelfde was: een toekomst creëren en iets van je leven maken. Grotenhuis vervolgt:
Het meest fnuikende aan de negatieve toon van het huidige debat over migratie is dat we die positieve ‘drive’ achter migratie niet meer willen zien. We zijn niet meer geïnteresseerd in het verhaal van migranten. We kijken nog vrijwel uitsluitend vanuit ons eigen perspectief, waarin gevoelens van bedreigdheid, kosten en trage procedures overheersen. We hebben geen oog en geen respect meer voor hun motieven en de betekenis die ze met deze stap aan hun leven willen geven.
Migratie is een positieve daad op individueel niveau en is de bron van dynamiek in sociaal economisch en maatschappelijk opzicht. De enige supermacht die deze wereld kent, is een land van migranten. Economen kennen de onmisbare betekenis van migratie voor de Nederlandse economie vanaf de jaren zestig. Het ontbreken van erkenning en respect voor de positieve motieven van vluchtelingen en asielzoekers ontmenselijkt het asielbeleid.
In een onlangs door antropologen en psychologen uitgevoerd onderzoek onder asielzoekers naar de beleving van hun situatie is de rode draad hun schreeuw om respect. Ze voelen zich een nummer, een dossier, ze voelen zich niet als mensen behandeld. Ze worden door niemand geloofd en serieus genomen, hun verhaal wordt van meet af aan gewantrouwd.
Respect en erkenning betekent geen open-deurbeleid zonder procedures en afwijzing. We moeten in staat zijn twee boodschappen gelijktijdig uit te dragen: we hebben respect voor de keuze om te vluchten en te zoeken naar een veiliger en betere toekomst, maar we zijn in Nederland niet in staat iedereen die naar zo’n veiliger en betere toekomst zoekt op te vangen en kansen te bieden. Wie een dergelijke dubbele benadering als irrealistisch terzijde schuift, realiseert zich niet dat het de basis is van veel communicatieprocessen.
Harde en on-plezierige boodschappen (reorganisatie, ontslag) zijn het best te verteren als daarin respect voelbaar en hoorbaar is voor de mensen die daarvan het slachtoffer zijn.
Communicatie- en organisatieadviseurs vatten dat graag samen in het adagium ‘zacht voor de persoon, hard op de inhoud’. Dat geldt ook voor de communicatie met vluchtelingen.
Sterker nog: een beleid waarin een aanzienlijk aantal asielaanvragen wordt afgewezen en waarbij terugkeer de voorliggende optie is, zal - mits aan voorwaarden van zorgvuldigheid wordt voldaan - meer acceptatie vinden als in die asielprocedure en in de opvang respect en erkenning pijlers zijn van de bejegening. () Zonder ons respect verliezen vluchtelingen het zelfrespect. En zonder zelfrespect is terugkeer in waardigheid niet aan de orde. Dat respect zou zich dan moeten vertalen in gerichte en effectieve ondersteuning in de toekomst en ontplooiing van vluchtelingen die afgewezen worden. () In het beleid ten aanzien van vluchtelingen lijkt ontpersoonlijking een steeds belangrijkere rol te gaan spelen.
Medewerkers die betrokken zijn bij beoordeling van vluchtverhalen en bij de opvang, lijken, om te overleven, steeds meer hun toevlucht tot die strategie te nemen: ‘Zie de vluchteling als een nummer, raak niet persoonlijk betrokken, zie hem of haar als een dossier, engageer je niet met zijn achtergrond en zijn strijd om erkenning. Op die manier kun je het beste staande blijven in het systeem’. Juist die benadering krenkt en kwetst vluchtelingen in de ingrijpende keuze die ze hebben gemaakt. Die ontpersoonlijking heeft ook haar effecten op onze publieke psychosociale hygiëne. Een samenleving die zo omgaat met een duidelijk zichtbare groep in haar midden, zit in een ongezond proces van stigmatiseren.
In het midden van de jaren negentig trok Evert van Benthem naar Canada.
De onmogelijkheid van groei voor zijn landbouwbedrijf, de melkquota en het mestbeleid beperkten hem in zijn ontplooiing als ondernemer. Met veel respect, interviews en televisiereportages is hij vertrokken en als het in Nederland vriest, maken we verbinding met deze gevierde schaatser.
Als vluchtelingen tijdens hun asielprocedure slechts een klein deel van dat respect voor hun keuze voor de toekomst zouden ontmoeten, zou hun toekomst er aanzienlijk beter uitzien.
Ook als we hen uiteindelijk moeten meedelen dat Nederland hen niet de ruimte kan bieden die zij zoeken.