Yin en yang
2002-11-29
Haar smsje lees ik in mijn auto als ik terugkom van een stagebezoek.- Jaargang 46
- nummer 23
Als ik de 160 karakters uitgelezen heb kijk naar mijn sigarettenaansteker. Er hangt een klein kettinkje aan met een yin en yang teken.
Het hing op een middag aan mijn autospiegel.
Een leren koordje en geëmailleerd cirkeltje. Door de straffe wind wiegend tegen de autolak… Die morgen had ik haar met het kettinkje om zien lopen en vroeg waarom een christelijke meid zo’n paradoxaal uiterlijk had door met yin en yang loopt te koketteren.
Na een vraag of drie (echt open en belangstellend bedoeld) haalde ze met een rood hoofd het kettinkje van haar ranke nek. Ze stopte het beschaamd weg.
Ze vraagt deze week voor de tweede keer of ik een klusje voor haar heb.
Ik denk na, lees het smsje nogmaals om te kijken of er nog een boodschap tussen de regels in staat. Als dat zo is, kan ze die erg goed verbergen, want ik zie niets.
Ik denk wel van alles.
Ik sta daarom in tweestrijd. Anique (met ‘kuu’ en een ‘uu’ zoals ze zelf vaak een beetje dwingerig zegt) is nu een half jaar bezig naar professionele hulp te gaan en de laatste weken zet ze echt door. Ze moet wel.
Ik ben blij dat het me lukt haar te overtuigen van het feit dat ze echte hulp nodig heeft. En ze is zover dat ze naar een instelling durfde te stappen. Maar ja. Voordat de wachtlijsten weggewerkt zijn… En ze heeft niet echt gezegd dat ze suïcidaal gedrag vertoont.
Ik zit er maar mooi mee.
Sinds ze door heeft dat ik een luisterend oor heb en echt om haar lijk te geven, blijk ik vertrouwenspersoon nummer één in haar leven te zijn. En dan, op ruime afstand, nummer twee: een klasgenoot, mijn toffe Tamar. Verder is het nogal leeg aan betekenisvolle mensen in haar leven.
Wat moet ik met Anique. Ze is 17 jaar en wil een klusje op vrijdagmiddag.
Een normale leerling gaat werken of naar een scholierencafé, maar Anique wil op school blijven. Een klusje doen.
En de ‘kluspauze’, waarin ik een kop thee met haar zal drinken en vraag: ‘Hoe gaat het nu?’, lijkt haar grootste doel.
Een collega die haar de laatste keer met haar klusje bezig zag, vertelde me later: ‘Ik weet niet wat ze moest doen in die kamer, maar het leek het meest alsof je een vaderlijke actie had bedacht voor een zwerfkind van een ander’.
Mooi gezegd… Vaderlijke gevoelens.
Zwerfkind.
Als ik mijn mobiel wegleg en nadenk over de vraag om een klusje, ben ik me weer pijnlijk bewust van de invloed die ik op haar heb.
Ze is mager, maar vindt zich te dik, ze snijdt in haar eigen armen, en sinds kort boven haar schaamhaar. Ze is thuis weggelopen en woont nu bij tante. Ze heeft haar verkering uitgemaakt en voelt zich alleen. Ze heeft een week geleden voor het eerst geblowd. Een overdosis, naar eigen zeggen… Ze draagt haar geverfde haar als een oversized gordijn rond haar gezicht.
Slechts een streepje neus blijft zichtbaar tussen de harige vitrages… Ik wilde dat ze bij professionele hulp zat. Ze zit er niet.
Ik wilde dat ik minder van invloed op haar was. Maar ben het wel.
Ik zie het kettinkje. Een perfecte vorm in perfecte balans.
Als ze die middag de postvakjes zit te stickeren en ik haar verdrietig gebogen lijf in een te grote gothic-jurk zie doet het me denken aan het kettinkje aan mijn auto. Hulpeloos wiegend in de wind.
Gelukkig van boven vastgehouden.