Dominee regelmatig in café

2002-11-29
  • Jaargang 46
  • nummer 23
‘Zo hoog als de drempel voor mij is om op die barkruk te gaan zitten, zo hoog is die voor veel cafébezoekers om in een kerkbank te schuiven’ Al bijna een jaar stapt de Sliedrechtse dominee Gerard Vrooland (50) elke vrijdagavond rond elven een kroeg in. Meestal voor een uurtje. Hij drinkt er een biertje – ‘heel langzaam, dan hou ik het lang uit’ – om er contact te leggen met bezoekers. ‘Sommigen geloven hun oren niet als ik zeg dat ik dominee ben. De kerk in het café!’

‘Ja natuurlijk kan ik ook op een bankje in het park gaan zitten en daar met mensen aan de praat proberen te raken. Of in een ziekenhuis.
Dat laatste heb ik gedaan toen ik in Doetinchem stond.
Maar contact maken bleek op die plek erg moeilijk.
Mensen die in een ziekenhuis zitten, duiken vaak weg in hun verdriet, zo was mijn ervaring.
Ze verschuilen zich achter een boekje. Mensen die in een café zitten, staan vaak open voor een gesprek. Ze willen iets van zichzelf met anderen delen of willen dat een ander iets met hen deelt. Bovendien maakt alcohol mensen loslippiger, opener. Het café is een plek waar ik redelijk makkelijk toegang krijg tot mensen.
Ik moet het dan natuurlijk hebben van de enkeling. Of van de man wiens vrienden laveloos op de bank liggen.
Met bezoekers die komen om met een groep vrienden bij te praten, kan ik niet veel.’ ‘Het went niet. Elke vrijdagavond moet ik mijzelf weer bij de kladden grijpen om erheen te gaan. Ik ervaar nog steeds een grote drempel om die wereld binnen te stappen. Ik voel me er niet thuis. Toch doe ik het: sla ik een vrijdagavond over, dan ben ik rusteloos. Het is een manier om de grens tussen het ene glazen huisje en het andere te doorbreken. Want zo hoog als de drempel voor mij is om op die barkruk te gaan zitten, zo hoog is die van menig cafébezoeker om in een kerkbank te schuiven.
Ik wil de grens tussen beide werelden heel graag doorbreken. Dat dat hier en daar lukt, is voor mij heel bemoedigend.’

VERBITTERD
‘Dat ik dit jaar al behoorlijk wat contacten heb gelegd, ligt ook aan de omgeving.
Sliedrecht is een dorp. In de kroeg zitten veel mensen uit dit dorp of uit de directe omgeving die heel kerkelijk is.
Er is veel weggezakt geloof.
Veel kroegbezoekers zijn bekend met een kerk; niet zelden met een zware waarvan ze zijn losgeraakt. En ik merk dat velen daar niet rustig onder zijn. Er zijn veel onverwerkte dingen die ze graag aan de orde stellen als ik ze vertel dat ik een gereformeerd dominee ben. Eerst vaak cynisch, verbitterd of verwijtend; later rustiger en openhartiger.
Ik probeer rustig antwoorden te geven, voor zover ik die heb. Het gaat me in het café trouwens niet om het diepe gesprek. Daar leent de omgeving zich niet goed voor. Wel om het leggen van een eerste contact dat later kan worden uitgebouwd.
Door iemand die zijn naam in de kroeg aan je heeft toevertrouwd op straat aan te spreken. Of om hem uit te nodigen voor een kerkdienst.
Of door bij iemand langs te gaan als hij heeft verteld waar hij woont. Zo heb ik inmiddels met vier wat oudere mannen een band opgebouwd, een soort van vriendschap.
Ze hebben me beloofd eens naar een kerkdienst te komen.
Geen van de vier heeft dat tot op heden gedaan, hoor.
Maar de belofte ligt er!’ ‘Ik heb mijn activiteiten van de vrijdagavond in de kerk bekendgemaakt. Ik weet dat er voor me wordt gebeden.
Sommigen hebben er meer waardering voor dan anderen.
Maar in de kroeg kan ik ook werken aan mijn eigen gemeente. Want natuurlijk kom ik daar ook eigen broeders en zusters tegen, hoe jammer we dat met z’n allen ook kunnen vinden. Tegen de jongeren heb ik gezegd: ‘als je me tegenkomt, zorg ervoor dat je je vrienden aan me voorstelt. Dat we aan de praat raken.’ Verder bezoek ik ook de cafés omdat ik mijn gemeente wil wakker maken.
Ik wil ze laten zien dat we er ook voor de onkerkelijken zijn. Dat is ook een van de redenen dat ik kleine advertentietjes plaats in krantjes in deze omgeving, met daarin mijn telefoonnumer met de opmerking ‘Bel gerust’. Ik vind dat we als kerk toegankelijk moeten zijn voor onze omgeving.’

GEZEGEND
‘Waarom ik mezelf elke week weer in de kladden grijp en een kroeg instap? Tja.
Allereerst omdat ik heel veel van mensen houd. Ik zie het verdriet waarmee mensen leven en ik wil ze graag van het Evangelie vertellen. Maar ik doe het eigenlijk ook omdat ik niet alleen kerkmensen om me heen wil. Ik vind het fijn om met heel andere mensen over het Evangelie te praten.
Om grenzen te doorbreken.
Daar leer ik van. Zoals bidden voor mijn onkerkelijke medemens.
En hoe belangrijk en ook hoe toegankelijk het Evangelie is voor buitenkerkelijken.
Dat heb ik in betrekkelijk korte tijd hier in Sliedrecht gezien. Dat vind ik heel bemoedigend. Ik voel me hierin gezegend. En dus ga ik er mee door.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief