Mag ik er zijn?

2002-12-13
  • Jaargang 46
  • nummer 24
Mag ik er zijn? Die vraag is de meest fundamentele van het mens-zijn. Veel mensen hebben het gevoel dat ze er niet mogen zijn. Of, iets anders geformuleerd: ze mogen er slechts voorwaardelijk zijn. Ze zijn pas iets waard als ze iets presteren. Je bent pas goed genoeg als je je netjes gedraagt, als je niet meer in je broek plast, als je de afwas voor je moeder hebt gedaan, als je op school goede cijfers haalt, als je beter presteert dan je broer, als je een diploma hebt gehaald, als je een gezin hebt gesticht, als je in een mooi huis woont, als je een hoge functie hebt, als je in een dure auto rijdt.

Zelfvertrouwen
De Noorse psychotherapeut Jesper Juul raakt aan dit thema als hij schrijft over eigenwaarde en zelfvertrouwen. Met zelfvertrouwen bedoelt hij onze vaardigheden, de dingen waar we goed of minder goed in zijn.
Zelfvertrouwen leren we ‘van buiten’.
Je vader helpt jou te leren fietsen en opeens rijd je zelf. Dat gaat nog wel met vallen en opstaan, maar opeens is daar het gevoel: ik kan het zelf, ik val niet direct om. Dat gevoel wordt ook weer nadrukkelijk gestimuleerd door je vader, die het fantastisch vindt dat je zomaar een eind zelf op je fiets rijdt.
Tijdens de kerkdiensten kun je ook zelfvertrouwen opbouwen. Je hebt een rol in een kerstspel en dat gaat je goed af. Je moet voor het eerst een stukje uit de Bijbel voorlezen en het blijkt verstaanbaar. Je begeleidt met je gitaar, samen met anderen, de gemeentezang en je krijgt er een compliment voor. Op die manier leren ook jongeren mee te doen in de dienst.
We doen het goed en we worden gewaardeerd.
Zelfvertrouwen leer je van buitenaf, doordat je ervaart dat je de dingen goed doet en goed kunt. Je krijgt complimenten en dat versterkt je zelfvertrouwen.
Zelfvertrouwen hebben we nodig om ons staande te houden in de samenleving, tussen andere mensen.

Eigenwaarde
Eigenwaarde gaat dieper dan zelfvertrouwen: het zit ‘van binnen’. Jesper Juul trekt bij de eigenwaarde een lijn naar ouders die voor het eerst bij de wieg van hun slapende baby staan te kijken. Ze hebben het gevoel dat dit nieuwe mensje heel bijzonder en waardevol is, alleen omdat het bestaat. Die baby hoeft niets te presteren, hij hoeft niets te doen, hij mag gewoon doorslapen en er tóch zijn.
Sommige mensen kennen nauwelijks eigenwaarde, anderen hebben meer eigenwaarde, maar alle mensen zijn op dit punt kwetsbaar. Het is geen zwart-wit, maar meer of minder donker Mensen die weinig eigenwaarde hebben zijn kwetsbaar. Ze hebben niet het gevoel dat ze er onvoorwaardelijk mogen zijn. Ze zijn afhankelijk van hun zelfvertrouwen, ze moeten presteren om er te mogen zijn. De Amerikaanse psychologe Nancy Groom schrijft dat deze mensen verslaafd zijn geraakt aan waardering. Op het moment dat ze kritiek krijgen stort hun wereld in. “Ik kan het tóch niet. Ik ben tóch nergens goed in. Ik doe niet meer mee”. De waardering, het er mogen zijn, komt bij hen dus van buitenaf.

Zondeval
Het gevoel dat we er slechts voorwaardelijk mogen zijn lijkt sinds de zondeval ingebakken te zitten in de mens.
De val in het Paradijs werd immers direct gevolgd door een breed scala aan problemen tussen mensen onderling.
Adam en Eva schaamden zich voor God en voor elkaar (Genesis 3 vers 7), ze gaven elkaar de schuld (Genesis 3 vers 11 – 13) en de ruzie en jaloezie tussen hun kinderen leidde zelfs tot doodslag (Genesis 4).
Menselijke relaties lopen stuk.
Mensen kunnen wel zelfvertrouwen opbouwen, maar het gevoel dat we er onvoorwaardelijk mogen zijn heeft in de loop van veel mensenlevens grote blutsen en deuken opgelopen.
Er was maar één uitweg. Jezus, ook geboren als een klein kind, in een kribbe. Ongetwijfeld hebben zijn aardse vader en moeder vertederd naar Hem gekeken. Hij kwam op aarde voor het heil, om heel te maken wat zo ontzettend stuk was gemaakt. Van kerst tot Goede Vrijdag en daarna direct door naar Pasen.
Hoe dat zal zijn? De gebrokenheid van deze wereld maakt dat we dat beeld niet echt kunnen vangen in woorden of emoties. “Beperkt is ons kennen en beperkt is ons profeteren. Nu zien we nog indirect, via een spiegel, maar dan staan we oog in oog. Nu is mijn kennis beperkt, maar dan zal ik kennen zoals God mij kent”(1 Corinthe 13 : 9 en 12).
Het beeld van die baby in de wieg, met zijn ouders, is zo’n indirect beeld.
Het geeft iets weer van hoe het straks zal zijn. We mogen dan met ons gevoel en ons verstand helemaal ervaren en weten wat het betekent om er onvoorwaardelijk te mogen zijn. Dankzij de geboorte van Jezus, die ook als klein kind naar onze aarde kwam.

Literatuur-gegevens werden ontleend aan: Nancy Groom: Van moeten naar mogen (Navigator Boeken, 2000) Jesper Juul: Uw capabele kind (Ad Donker, 1997) Bruce Narramore: Ouderschap in bijbels perspectief (Novapress, 1983)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief