Kerk en zorg
2002-12-13
Er wordt in onze samenleving veel gesproken over de zorg aan mensen en het onder verantwoordelijkheid van de overheid vallende zorgbeleid. Vooral de kwaliteit van de geboden zorg en het daarbij behorende verschijnsel van wachtlijsten zijn gewilde onderwerpen van gesprek. Het is ook niet zo vreemd dat er binnen de politiek zoveel over de kwaliteit van de zorg en het zorgbeleid wordt gesproken.- Jaargang 46
- nummer 24
Immers de toekomst van onze samenleving is direct verbonden met de antwoorden die worden gegeven op de uitdaging die uitgaat van allerlei maatschappelijke en ethische ontwikkelingen.
Wat doen we in de toekomst met de zorgvraag en hoe zal het aanbod zich ontwikkelen? In zoverre het de toekomst van de zorg betreft gaat het dan met name om de invloed van vier ontwikkelingen. Ik noem deze kort en kom er later nog op terug.
Er is sprake van een groeiende, vergrijzende maar ook gezondere bevolking.
Daarnaast moet worden genoemd de invloed van een veranderende visie op de mens en zijn omgeving. Ten derde is er de invloed van de ontwikkeling van medische wetenschap en medische technologie. En tenslotte, maar niet in de laatste plaats, de steeds meer veld winnende opvatting dat de mens recht heeft op gezondheid en daarom recht heeft op zorg.
Het zijn juist deze ontwikkelingen die van invloed zijn op de omvang en samenstelling van de vraag naar zorg en de mogelijkheden om in deze veranderende zorgvraag te kunnen voorzien.
Dus ook voor de formulering van een verantwoord toekomstig zorgbeleid.
Tegen deze achtergrond is het wel duidelijk dat juist in een samenleving waarin meer dan voorheen gehamerd wordt op veiligheid en zorg leidinggevenden in de zorg een rol kunnen en moeten spelen in de sturing van de ontwikkelingen in de samenleving.
In dit verband kan worden gewezen op het toenemend inzicht dat ook binnen het zorgveld er plaats kan en moet zijn voor concurrentie en ondernemerschap.
Over dit laatste maak ik in het vervolg nog enkele opmerkingen.
Voor degene die van te voren wat preciezer wil weten hoe het zorgveld in elkaar zit wordt verwezen naar het eind van dit artikel waarin een cijfermatig overzicht wordt gegeven.
Zorg van de kerk
De genoemde ontwikkelingen in de vraag naar en aanbod van zorg aan de medemens mogen de kerk niet onberoerd laten. Zij zijn en zullen dat in steeds sterke mate mede bepalend zijn voor de betekenis van de kerk in de moderne samenleving en in stad en wijk. En dan gaat het niet alleen maar om de vraag met welk mensbeeld de kerk naar voren komt? Maar vooral zal het om praktische zaken gaan.
Hoe gaat de kerk om met gehandicapten en dementerende ouderen.
Welke rol kan de kerk spelen in wijkgerichte zorg? Hoe gaat de kerk om met mensen in verpleeg -en verzorgingshuizen die niet tot de eigen kerk behoren?
De kerkleden mogen bij allerlei ontwikkelingen niet aan de kant blijven staan. Ook de kerk moet de uitdaging die vanuit het zorgveld tot ons komt aan durven. De kerk heeft immers ook als het gaat om de zorg voor hen die zorg nodig hebben een woord in en voor de wereld.
Een uitdaging die aan de kerk en de leden van de kerk niet zal voorbij gaan.
Een uitdaging die ook kansen voor de kerk betekent. Immers het antwoord dat vanuit de kerk door de kerkleden op deze uitdaging zegt veel over de kwaliteit van de kerk en van de intensiteit van het geloofsleven van de kerkleden.
Uiteraard betekent dit niet dat alle kerkleden hun emplooi in de zorg moeten vinden. Maar wel ons als geheel betrokken weten op de mens die zorg nodig heeft.
Wat is zorg?
In algemene termen uitgedrukt kan men onder zorg verstaan die kenmerkende menselijke activiteit die alles insluit wat de mensen doen om onze wereld te handhaven, te herstellen en te laten voortduren zodat wij en de generaties na ons zo goed mogelijk kunnen leven.
Maar wat dichter bij de mensen moet men zorg opvatten als het betrokken zijn op en het aandachtig antwoord geven op de behoeften en de zorgvraag van de ander, de naaste Op dit laatste niveau gaat het zowel om een concrete zorgverlening als om een morele houding van de zorgaanbieder ten aanzien van de zorgvrager.
Concreet in deze zin dat men in een één-één relatie met de ander voor de ander zorgt. En de morele houding houdt in dat men de andere, de zorgvragende mens, in zijn waarde laat.
De mensen worden ouder. Dus de vraag naar zorg neemt toe. De mensen worden mondiger dus bepalen zelf voor een gedeelte welke zorg wordt gewenst en nodig is. Principieel blijft de zorgvragende mens afhankelijk maar er komt toch meer gelijkwaardigheid..
Bij de zorg gaat niet alleen om een concrete zorgverlening maar ook om een morele houding van de zorgaanbieder ten aanzien van de zorgvrager.
Concreet in deze zin dat men in een één-één relatie met de ander voor de ander zorgt en dat men de andere, de zorgvragende mens, in zijn waarde laat.
De mens als autonome zorgvrager is geen object van zorgverlening.
Daarbij en dat moet ook gezegd worden, moet ook de zorgvragende mens de zorgaanbieders van hoog tot laag om hum waarde laten.
Is er christelijke zorg?
Bij het nadenken over wat nu wel christelijke zorg is moet van te voren duidelijk zijn dat barmhartigheid geen monopolie van christenen is.
Ook christelijke zorg houdt normaal een ontmoeting met de ander in.
Maar het is vaak wel de ander die aan de kant van de weg legt. De ander die ik misschien niet eens kan horen omdat er zoveel lawaai is. De verleiding, ook in de christelijke zorg, is er om de ander maar te laten liggen omdat we zo hoognodig zogenaamde belangrijkere zaken van het koninkrijk Gods op onze drukke agenda's hebben staan. Men maakt zich te gemakkelijk van de vraagstelling af door te stellen dat christelijke zorg die zorg is die door identiteitsgebonden instellingen wordt verleend.
Al zou het alleen al zijn omdat er veel zorg buiten instellingen wordt verleend.
Christelijke zorg is een zorgverlening waarbij uitgaande van goede basale zorg vanuit de evangelische boodschap de menselijke waardigheid wordt gerespecteerd.
Een zorg waarin aan de bijbel ontleende menselijke waarden richtinggevend zijn. En het is maar gelukkig dat deze waarden niet strijdig behoeven te zijn met waarden die ontleend zijn aan het humanisme.
Wellicht kan men de kern van de christelijke zorg samenvatten als die zorg die voortspruit uit het geloof dat de zorgvragende mens onze naaste is die recht heeft op onze liefde.
Zorg die voortvloeit uit de aanvaarding van het gebod dat wij elkaars naasten zijn en moeten zijn.
Christelijke zorg is ook een keuzevraagstuk.
Keuze waarin binnen het geheel van schaarsteverhoudingen gekozen wordt voor de waardigheid van de zorgvragende mens zolang hij leeft.In dit krachtenveld staan wij nu.
Met onze missie voor een gereformeerde zorg. Ik denk dat, gegeven de ontwikkeling in kerkelijke Nederland men beter kan spreken van reformatorische zorg. Persoonlijk spreek ik liever van christelijke zorg. Dat is een goede en verantwoorde zorg die ontspringt uit het evangelie.
Ik sluit dit gedeelte af met de opmerking dat er eigenlijk maar één effectief onderscheid van belang is t.w. het onderscheid van goede en slechte zorg.
Goede zorg heeft naast de normale goede basale zorg de volgende kenmerken. Uitgaan van de zorgvrager; luisteren naar de zorgvrager en respect voor de zorgvrager
Drie dimensies
Zoals in het begin reeds is gesteld worden we in een voortdurende veranderende samenleving in de zorg geconfronteerd met voor het zorgveld specifieke en typische ontwikkelingen.
Ik maak hierover nog enkele nadere opmerkingen.
Schematisch kan men bij deze ontwikkelingen drie dimensies onderscheiden t.w.
- de demografische dimensie
- de sociale dimensie
- de religieuze dimensie
Wat de demografische dimensie betreft hebben we te maken met een vergrijzende bevolking. Zorg gaat in toenemende mate betekenen zorg voor de ouderen. Ouderen die lang niet allemaal zo zorgbehoeftig zijn dat slechts opname in een verpleeginrichting de enige mogelijkheid is. Verpleeghuizen zijn op hun retour en er komt een toenemende vraag naar combinaties van zorg en wonen die meer recht doen aan de zorgvraag van en het respect voor de oudere mens. Het aantal gezonde 75 plussers neemt sterk toe en deze groep heeft nu eenmaal een heel specifieke zorgvraag. Er ontstaat een beweging waarin van instellingen uit de zorg in de wijk wordt verleend. Zorg op allerlei wijze en in allerlei maat. De kerk in de wijk zal in deze ontwikkeling partner moeten zijn van zowel de zorgvrager als van de zorgaanbiedende instelling.
In het licht van de sociale dimensie krijgen we te maken met ontwikkelingen in het denken over de betekenis van de mens in de samenleving. In onze tijd van consumentisme en toenemende autonomie van de mens gaat de ontwikkeling in de zorgverlening steeds meer in de richting van zorg op maat. En door uitbreiding van het systeem van persoonsgebonden en persoonsvolgende budgetten kan de zorgvragende mens in toenemende mate de gewenste zorg op maat inkopen.
De zorgvrager wordt klant met koopkracht. Maar is dat het nu? Een samenleving die in het zorgveld geen naasten meer kent maar slechts klanten die met hun budget "barmhartigheid" kopen. Hoe verbinden we de juiste idee van zorgbudgetten met de idee van verantwoordelijkheid voor onze naaste?
De autonome mens als zorgvrager heeft recht op zorg op maat. Hij is immers mens en heeft recht op een menswaardig bestaan. Waarom?
Omdat hij of zij mens is.
In het christelijk denken wordt dit dieper geformuleerd. De mens heeft recht op zorg niet omdat hij een budget heeft.
De mens heeft recht op menswaardig bestaan omdat elk mens door God gewild is. In dit verband zal er rekening moeten worden gehouden met een ontwikkeling waarin "identiteitsgebonden zorg" zal plaats moeten maken voor een aanbod voor alle zorgvragenden ongeacht hun godsdienstige achtergrond.
In de derde plaats vragen ontwikkelingen in de medische technologie om een nadere bezinning op de vraag of alle kennis die er is altijd en voor iedereen beschikbaar moet zijn. Zorg is ook betrokken op het begin en het eind van het leven. Wetenschap en technologie dreigen steeds meer het begin en het einde van het leven bepalen.
Van de ongeborene en pasgeborene tot de oudere die beide geen verweer hebben. Ook in de verhouding tussen wat medisch-technisch mogelijk is en wat gezien de menselijke waardigheid heeft de kerk een woord te spreken.
Ik wil dit nog op een andere manier samenvatten.
In de moderne samenleving
- is er sprake van een aanwezige dynamiek binnen het complex van normen en waarden met als onderstroom dat de mens recht heeft op een gezond leven
- krijgt men te maken met veranderingen in de machtsverhoudingen in de zorg
- krijgt de zorgverlening te maken met de gevolgen van de emancipatie van de zorgvragende mens voor de omvang van de zorg
- krijgt men te maken met veranderingen in de medische technologie en met name met de verhouding tussen wat medisch-technisch mogelijk is en wat gewenst is.
Zoals gezegd moet het zorgbeleid een antwoord hebben op deze uitdagende ontwikkelingen. Antwoorden in de vorm van creatieve oplossingen.
In dit verband wordt van allerlei kanten gepleit om in het zorgveld meer ruimte te geven aan concurrentie en marktwerking.
Kort gezegd meer ondernemerschap in en op het zorgveld. Hierover een korte beschouwing.
Dit mede omdat in de praktijk een kerk in de wijk vaak met concrete zorginstellingen en met zorgmanagers te maken hebben.
Ondernemer in de zorg
Zoals elke goede ondernemer zal ook de ondernemer in een zorginstelling een leider zijn van een team waarbij productieve prestaties worden gecombineerd in anticipatie op toekomstige ontwikkelingen in de vraag- en aanbodsverhoudingen.
Een ondernemer in de zorg geeft leiding aan een team dat zorg aanbiedt waarbij rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken van het artikel "zorg". Hij is ook de persoon die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de zorg die een zorgvrager nodig heeft.
Nu zou men al direct kunnen stellen dat ondernemen en zorg toch eigenlijk niet goed samen gaan. Immers zo heet het wel de ondernemer heeft toch ook als doelstelling het maken van winst. En lukt dit niet dan gooit hij de mensen a.h.w. op straat.
Zorginstellingen echter zijn gericht op het verlenen van zorg en goed te doen aan mensen die zorg nodig hebben.
Ondernemerschap op het brede terrein van de zorg is zowel noodzakelijk als wenselijk. Het is noodzakelijk omdat het overheidsbeleid ten aanzien van de zorg erop gericht is om een "evenwicht" tussen vraag naar en aanbod van zorg voor een belangrijk deel over te laten aan de krachten op en in de markt Het is te verwachten dat er in de toekomst meer ruimte komt voor privéklinieken, privaat gefinancierde zorgcentra.
Wel met gewone contracten met ziekenfondsen en verzekeringsmaatschappijen Er kan onder bepaalde voorwaarden zelfs sprake zijn van zorginstellingen met winstoogmerk.
Maar wel blijft de overheid verantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de noodzakelijke zorg, Dit betekent voor de ondernemer in de zorg dat hij in zijn organisatie een klimaat moet scheppen waarin erkend wordt dat de concrete zorg tot de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder behoort. Ook dat er sprake moet zijn van een bepaalde en zinvolle attitude naar elkaar toe. De zorgvrager is immers een volwaardig mens hoe zorgbehoeftig deze ook moge zijn.
Maar ook naar de zorgaanbieder toe die als aanbieder geen slaaf is van de zorgvrager.
Kerkleden kunnen in een verbondenheid in en aan zorginstellingen in de wijk medegestalte geven aan verantwoorde zorg. Niet alleen aan de leden van de kerk in de betreffende instellingen.
Maar aan de totale bevolking in instelling en wij.
Het zorgveld in cijfers
Waarover praten we als het over de zorg gaat?
De cijfers hebben betrekking op het jaar 2002 zoals die in de voorjaarsnota Zorg voorkomen.
De totale uitgaven in de zorg bedragen 40,5 mrld euro. Ongeveer 9 % van ons bruto nationaal product. In vergelijk met diverse andere westerse landen besteden wij in ons land niet bijster veel aan de zorg. We zouden al heel wat problemen kunnen oplossen als we b.v. 12 % van ons bruto nationaal product zouden besteden.
Van dit totaal gaat 38 % naar de curatieve zorg, 23 % naar de verpleging en ouderenbeleid. De gehandicapte zorg krijgt 11% en voor geneesmiddelen en transplantatie is 10% beschikbaar.
Tenslotte krijgt de GGZ en de kosten van verslaving 8 %.
De kosten van de gezondheidszorg worden voor 40% via de AWBZ betaald; 37 % door de ziekenfondsen 14 % door de particulieren ziektekostenverzekeringen.
De eigen betalingen zijn 4 % en de overheid financiert 5 % van het totaal van 40,5 mrld euro Voor verpleegtehuizen is 3,6 mrld beschikbaar is; voor verzorgingstehuizen 3 mrld; voor thuiszorg 1,9 mrld en voor persoonsgebonden budget o,16 mrld euro. De uitgaven voor het ouderenbeleid van 9.2 mrld worden voor 7.8 mrld betaald via de AWBZ en voor 1.3 mrld door eigen bijdragen van de mensen.
Om het beeld nog scherper te krijgen nog het volgende.
Er is in verpleeghuizen een capaciteit van 100.000 plaatsen en in verzorgingstehuizen 65.000 plaatsen. Maar er staan ruim 30.000 ouderen op een wachtlijst. Uit een analyse van het bestand blijkt dat 75% van de verzorgingshuizen moeten worden verbouwd en dat 35 % van de verpleeghuizen onder de maat zijn. De toekomst ziet er somber uit. De komende dertig jaar zal het aantal 75 plussers verdubbelen.
En omdat de gezondheid beter wordt zal er meer zorg aan huis in de wijk moeten worden aangeboden.
Prof. dr J.G. Knol is emeritus-hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Utrecht. Ook was hij bestuurslid van de Stichting Gehandicaptenraad, Philadelphia en de Federatie van Ouderverenigingen.