Zondag in Lynden (slot)
2001-02-02
Ook in Lynden vliegt de tijd. Wellicht zou iemand geneigd zijn te denken, dat we alleen maar tijd hadden voor het volgen van de kerkelijke aktiviteiten in Lynden. Een wat uit de hand gelopen, weliswaar onschuldige maar toch wat bizarre hobby. Dat valt wel mee en op maandag trekken we er weer op uit om in een comfortabele Amerikaanse automobiel door het fraaie landschap van de staat Washington te rijden of te genieten van de schoonheid van Brits Columbia en de Rockey Mountains. Soms bieden ook mensen, die we op zondag ontmoetten aan om met ons een dag de omgeving te verkennen of om ‘s avonds ergens met hen te gaan eten.- Jaargang 45
- nummer 3
Overal thuis
Zo ontmoeten we een wat ouder echtpaar, hartelijke en fijne, gelovige mensen. Hij, tachtig jaar geleden, geboren aan de oever van het Tjeukemeer, zij afkomstig uit een heel groot gezin uit de omgeving van Sneek.
Beiden kort na WO II naar de States vertrokken. Voor hun huis staat een camper met erop geschilderd ‘Oeral thûs’. Zoals vele gezonde senioren trekken ze er regelmatig op uit voor een ‘trip’. Of ze zich ook kerkelijk overal thuis voelen betwijfelen we al vrij snel. Ze zijn van huis uit Christian Reformed, maar nu lid van de Protestant Reformed Church in Lynden. Ze vragen ons, of we ook een keer meegaan naar ‘hun’ kerk en we zeggen, dat met enige aarzeling toe. Dat laatste heeft te maken met de opmerking, die ze maken over hun kinderen. Als die op een zondag in Lynden zijn, gaan ze liever niet mee, niet omdat ze geloof en kerk vaarwel hebben gezegd , maar omdat ze diensten te lang en als zeer saai ervaren. Een week later konden we deze kinderen goed begrijpen!
Goed gevoel
Onze laatste zondag in Lynden gaan we ‘s morgens naar ‘First’, omdat we daar inmiddels al wat mensen kennen.
De voorganger is ook nu weer de enthousiaste gemeentepredikant, die we eerder hoorden. Zijn vrouw bespeelt het orgel en een andere zuster uit de gemeente de vleugel. Al is dat natuurlijk niet het enige criterium, een feit is, dat het goed ‘voelt’ daar te zijn. De dienst begint weer met Praise and Worship. In een vlot tempo worden een aantal liederen gezongen. Er is dopen. Ds Hansen heeft op het podium d.m.v. een aantal portretten de lijn van de geslachten, waaruit de twee te dopen kinderen afkomstig zijn, zichtbaar gemaakt. Een lid van de familie, zingt: ‘I wish you Jesus’. De predikant neemt het kind uit de armen van de vader en gaat ermee naar het doopvont.
Tekst voor de preek is Markus 3:25, over het in zichzelf verdeelde huis, dat niet kan bestaan. Het is een preek uit een serie over het gezin. Over partners en relaties en hoe we die beleven in gezin en kerk. Hij lardeert zijn preek met veel practische voorbeelden, die kennelijk velen in de kerk aanspreken. Bij de koffie na de dienst nemen we afscheid van Christian Reformed Lynden. Het was goed er kennis mee te maken. We zouden er ons, stel dat we emigratieneigingen zouden hebben, ook uitstekend thuis voelen.
Twee kleinen
Als Nederlands Gereformeerde Kerken hebben we dan ook terecht goede banden met de CRC. Natuurlijk wij zijn maar klein, maar zijn zij dan zo groot? De CRC hebben 276.000 leden, maar dat is toch een kleine minderheid, als je in aanmerking neemt, dat het hier gaat om de CRC van Canada en de gehele U.S.A. Wij hier in Heerenveen, als enige ng kerk in Friesland voelen ons wel eens wat geïsoleerd en ondervinden de kwetsbaarheid van een streekgemeente. Onze zustergemeenten in het zuiden weten trouwens over mee te praten.
Maar denk eens aan de CRC van Anchorage (Alaska) met 182 leden. Of aan de enige gemeente van de CRC in de staat Idaho. In Grangeville is een kleine gemeente van 70 leden. Hoe redden zij het? Of wat te denken van de Queens CRC in Jamaica bij New York, die 53 leden telt en waar in het Chinees wordt gepreekt? Er zijn veel kleine gemeenten bij, waar niet in het Engels, maar in het Koreaans, Cambodjaans, Spaans of in het Navajo wordt gepreekt.
Dit alles leidt er toe, dat de CRC minder ‘Hollands’ worden en steeds meer multo-ethnisch, om die term maar eens te gebruiken. Overigens, wat het ledental van de CRC betreft, ik vrees dat er toch sprake is van een behoorlijke teruggang, als ik in Opbouw van enige tijd geleden lees dat maar liefst 37.000 leden de CRC de rug hebben toegekeerd, o.a. ook vanwege de zaak van de vrouw in de kerkelijke ambten binnen de CRC. Het valt te hopen, dat de CRC deze crisis weten te doorstaan.
Evangelisch gereformeerd
Wat ons vooral in de CRC trof, was dat men allerminst naar binnen is gekeerd: er is veel aandacht voor gebed en daadwerkelijke actie voor zending en andere projekten. Het klimaat is over het algemeen laag-kerkelijk, de gereformeerde traditie is niet heilig verklaard, maar wel goed herkenbaar. Daarnaast zijn evangelische invloeden duidelijk merkbaar; de wat moeizame discussie in ons land over het zingen van opwekkingsliederen is daar heb ik de indruk, een gepasseerd station. Ik zou willen beamen, wat Aad Kamsteeg een tijd geleden in het ND schreef over de gereformeerden in Amerika: ‘Zij hebben de evangelische correctie verwerkt en het goede eruit behouden’. De wederzijdse verrijking en uitwisseling, tussen evangelischen en gereformeerden, waar ds. H de Jong in dit blad onlangs voor pleitte, verloopt in Amerika, schat ik zo in, wat soepeler dan bij ons. Dat proces verloopt misschien ook niet altijd gemakkelijk, maar als we geloven, dat we elkaar nodig hebben, moeten we hier een weg naar elkaar in kunnen vinden.
Oude paden en psalm 251
Maar ik dwaal toch wat af. We hadden in Lynden nog één kerkdienst tegoed. En wel in het andere kamp, daar waar men, dat bleek ook wel, weinig goede woorden over had voor de gang van zaken in de CRC. Aan het wat oudere echtpaar, dat we leerden kennen, hadden we beloofd, ‘s avonds naar ‘hun’ kerk te gaan. Hun kerk, dat was de Protestant Reformed Church, een kerk van wat oudere datum. De dienst begint om zeven uur en wordt geleid door een predikant van onmiskenbaar Nederlandse komaf. Als je als vreemdeling in een vreemd land een jou onbekende kerk binnen loopt, is het natuurlijk erg belangrijk hoe je benaderd wordt. Ditmaal missen we heel duidelijk de hartelijke begroetingen, die we inmiddels gewend zijn in de CRC. Er is wel een soort drempeldienst, maar die maakt niet de indruk ingesteld te zijn op onverwachte bezoekers.
Zelfs een liturgie krijgen we pas na een uitdrukkelijke vraag van onze kant. Het is warm en de dienst duurt ruim anderhalf uur. Om ons heen kijkende, zien we dat hij voor sommigen te lang is. Het thema voor de avonddienst is: De vermaning om te zoeken náár en te wandelen òp de oude paden. Dit n.a.v. Jeremia 6:16. Er wordt gelezen uit de King James Vertaling, zoiets als bij ons de Statenvertaling. Behalve dat het nogal lang duurt, valt wel wat ouderwetse taalgebruik op. De aanwezige kinderen moeten er, denk ik zo, al helemaal weinig van begrijpen. De predikant begint met een tirade tegen de kerken, die proberen eigentijds te zijn en dus nieuwe paden inslaan. De gemeente wordt opgeroepen deze nieuwigheden niet te volgen.
Vervolgens spreekt hij uitvoerig hoe we ons op de oude paden hebben te gedragen. Al met al blijft hij toch wel erg steken in zijn angst voor de eigentijdse en naar de ondergang voerende paden. We verwachten, dat hij uiteindelijk wel terecht zal komen bij Jezus, als de Weg naar het Leven, maar daarin worden we teleurgesteld. Gezangen zijn taboe in de Protestant Reformed Church. We zingen na de preek nr. 251 uit het Psalmboek. Dat mag wat vreemd klinken, maar van één en dezelfde psalm staan er verschillende versies in het boek. Veelal zijn het geen exacte berijmingen van de psalmen, maar vrije bewerkingen De melodieën zijn ook niet de Geneefse, die wij kennen. Dat laatste vond ik beslist geen verslechtering, zeker niet wat de zingbaarheid betreft, van wat wij moeilijke psalmwijzen noemen.
Twee naturen
Als de dienst afgelopen is, ontmoeten we de familie, waar we die avond verder zouden doorbrengen, maar verder worden we nauwelijks aangesproken en dat waren we anders gewend.
En wat moeten we zeggen, als onze aimabele gastheer en zijn vrouw ons zo meteen vragen, hoe we het gevonden hebben? We besluiten het maar wat neutraal te houden, door te stellen, dat we het op deze manier toch niet meer zo gewend zijn in Nederland. Maar onze strategie faalt als we ter plekke arriveren en er nog een ander echtpaar, eveneens in de dienst aanwezig, op visite komt. Dit echtpaar, ook met Nederlandse achtergrond, kwam elke zondag vanuit Canada naar Lynden om hier te kerken. Ze waren er gastlid en ik begreep, dat het als het aan de kerkenraad lag, het ook maar bij die status moest blijven.
Later op de avond snapte ik ook wel een beetje waarom. Vooral de man, had ik de indruk, was het type kerkganger, dat levenslang op zoek naar de ware, of liever, de volmaakte kerk, het nergens kon vinden, conflicten veroorzaakte en het dan maar weer elders zocht. We zaten nog maar net in onze tuinstoelen op deze zwoele zomeravond, of hij brandde los en gaf een vernietigend oordeel over de morgenpreek, die blijkbaar handelde over de twee naturen van Christus. De dominee had er echt niets van begrepen, zo kwam je terecht bij drie naturen van Christus, beweerde hij. En het was toch zo eenvoudig als je maar de juiste theologische boeken las. Om het gesprek een wending te geven, vroeg ik hem, hoe het te verdedigen is, dat je de naam van Jezus Christus wél in de preek mag noemen (wat kun je anders zou ik zeggen), maar dat de gemeente in haar lied die naam niet op haar lippen mag nemen. Want dat is toch de realiteit, als je het nieuwtestamentische lied niet wilt aanheffen in de dienst. Ik bracht Col.3:16 in stelling. Even leek hij ietwat overdonderd, maar hij herstelde zich vrij snel, door te verklaren, dat door tendentieuze vertaalmethodes deze tekst was misvormd. Er staat in de oorspronkelijke tekst drie keer hetzelfde, dus niet psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, maar heel gewoon psalmen, psalmen en nog eens psalmen!! Na deze woorden namen hij en zijn vrouw afscheid en reden terug naar Canada. Onze sympathieke gastheer en gastvrouw verbijsterd achterlatend en een wat onrustige nacht bezorgend. En ook voor ons was het een merkwaardige anti-climax na vier zondagen in Lynden.
Afscheid
Twee dagen later is het echt voorbij. We hebben veel gezien, veel mensen gesproken. Soms was alles zo ‘Dutch’,dat je je thuis waande. Ook kerkelijk bezien was er veel herkenning en soms bevreemding, misschien omdat dingen typisch Amerikaans zijn, al moet je ook weer niet al te snel etiketten plakken. Is Lynden een reservaat voor christenen, die niet meer zo passen in de moderne samenleving en die daar met rust gelaten worden? Ik denk dat ze in Lynden tegen deze voorstelling van zaken zouden protesteren. Is Lynden een idyllische enclave in een steeds meer, ook in Amerika, geseculariseeerde samenleving? Als je eerlijk bent moet je ook dat ontkennen.
Immers de veelheid van kerken in Lynden is niet louter een gevolg van een rijk geschakeerd en beleefd christendom, maar ook van de onwil of onmacht om samen verder te gaan en daardoor leidend tot een soms wel erg snel en gemakkelijk van elkaar afscheid nemen . Op onze laatste morgen in Lynden rijden we nog een keer door de hoofdstraat met de Hollandse molen, het Hollandse restaurant, de namaakgeveltjes en nog meer zaken, die de Nederlandse afkomst van vele Lyndenaren accentueert. In een restaurant drinken we nog wat. Op de deur een grote sticker: ‘Sorry, maar op zondag zijn we gesloten. We hopen U in de kerk te zien’! Als we op het punt staan te vertrekken, komt de auto van de gemeentereiniging voor de deur.
De vuilnisman begroet ons, alsof we elkaar al tijden kennen. ‘Ja, ik weet wie jullie zijn, ik zag jullie zondag bij ons in de kerk’. En breed zwaaiend vervolgt hij zijn route. Lynden is géén reservaat, géén kerkelijk openluchtmuseum.
Maar . . . . een beetje anders is het toch wél.