Eva
2001-02-16
Geen dag- Jaargang 45
- nummer 4
zonder gedachtenis
aan hem
geen dag
waarop ik hem niet zie
Abel mijn zoon
ademloos uitgeteld
op het stoppelveld
van de dood
te ver heen
voor ons roepen
ons smeken
onze tranen
in het besef dat hij
in deze staat niet viel te
conserveren
werkten we hem
heimelijk
- als was hij iets onoirbaars –
weg in de van zijn ziel
doordrenkte aarde
en noemden die plek
graf
hoe lang heb ik
geschreeuwd
de pijlen van mijn pijn
verschietend naar de dove
vensters van de hemel
verdroogd zijn mijn tranen
verdord is mijn keel
maar elke dag
denk ik aan hem
proef ik zijn stem
hoor ik de lach
van zijn ogen
Abel mijn zoon
waarom werd je
geboren?
Meint R. van den Berg