See you in heaven
2001-02-16
Naarmate de reis vordert wordt het drukker in de trein. Het wordt zoeken naar een plaatsje. Ik zet mijn tas in het rek en een ‘zwarte’ man maakt van de gelegenheid gebruik door naast me te gaan zitten. Hij lijkt me nogal verlegen en kijkt, als ik even op kijk, een andere kant uit. Ik zit ook te lezen, dus van een gesprek komt het niet. Dan pakt hij uit zijn binnenzak een Engelstalige bijbel en gaat er in zitten lezen. Hij is – zo kan ik vanuit mijn ooghoeken zien- bezig met de brief van Paulus aan Timotheüs. Op het volgende station moet ik overstappen. Ruim van tevoren geef ik aan dat ik er langs moet. Als ik mezelf tussen de zitting van de stoel voor ons en zijn knieën door manoeuvreer zeg ik ‘en passant’: ‘See you in heaven!’ Straks zien we elkaar terug, in de hemel….- Jaargang 45
- nummer 4
Plotseling slaat mijn buurman zijn ogen op. Hij begint stralen, geeft me een paar klaphanden en roept uit: ‘Brother! Praise the Lord! Hallelujah!’ Voor mijn idee kijken alle mensen in de coupé opeens op. Mijn (niet uitgesproken) reactie is: ‘Hoho, niet zo hard, de hele coupé kijkt en luistert mee, zó enthousiast had ik het nou ook weer niet bedoeld…..’ Als ik over het perron loop kijk ik de trein nog even in. Een stralende lach, van oor tot oor. Wat een enthousiasme!
Is de reactie van mijn medereiziger uit een ver land iets dat wij zijn kwijtgeraakt? Steken we onze blijdschap teveel onder stoelen en banken? Kunnen we van onze buitenlandse gasten weer leren hoe we ons geloof kunnen en mogen uiten?