Zendeling in Lelystad

2001-02-16
  • Jaargang 45
  • nummer 4
Het is even zoeken in het donker, maar de routeaanwijzingen van ds De Groot werken prima, ze brengen me keurig bij Het Anker, het kerkcentrum van de gecombineerde gemeente van de Christelijke Gereformeerde en Nederlands Gereformeerde kerk te Lelystad. Een groot parkeerterrein, zoeken naar de ingang, maar dan word ik hartelijk ontvangen. Ik moet ‘boven’ wezen. Een prachtige ruimte, zolderachtig: schuin dak. Een ruim vertrek met tafels en daarom heen stoelen als in een restaurant; menige gemeente zal er jaloers op zijn. Ik ga wat aarzelend naar binnen, maar ds De Groot komt even later en stelt me op mijn gemak. Het is catechisatieavond, maar een bijzondere: ds De Haan, die door de kerk van Kampen als zendeling is uitgezonden naar Natal in Zuid-Afrika, komt over zijn werk vertellen.

In twee rondes. Het eerste uur heeft hij de catechisanten tot 16 jaar onder zijn gehoor, daarna de groten. De verschillende groepen van die leeftijdscategorieën zijn samengevoegd. Dat betekent dat de groepen van aanstaand predikant Marco de Best ook van de partij zijn.

Leuk
Er zit nog maar een enkele catechisant, maar, als gebruikelijk, rolt de rest een minuut voor tijd naar binnen. Ds De Haan en een zendingscommissielid uit Kampen als laatsten overigens. Ik zoek een plaatsje aan de zijkant en kom zo terecht aan tafel bij Corina, Elise en Yvette. We maken kennis en na enige aarzeling vertellen ze me dat ze ‘zoiets’ vorig jaar ook meegemaakt hebben. Toen was het een Christelijke Gereformeerde zendeling. Ze verwachten dat het wel ‘leuk‘ zal worden, maar hebben nauwelijks idee van wat hen te wachten staat. De vorige catechisatieles heeft de dominee het met hen over de zending gehad. Ze hebben vragen bedacht en die zijn opgestuurd naar de zendeling, zodat die zich op de antwoorden kon voorbereiden.

Zweep
Ds De Groot begint de avond. Na zijn gebed vertelt hij nog even de bedoeling en dan is het woord aan de ‘zendeling’.
Die laat eerst een aantal meegebrachte typisch Zuid-Afrikaanse voorwerpen zien, waarbij hij laat raden wat het voor dingen zijn. Een aardewerk kom met speciale rand (tegen het morsen als je hem op je hoofd draagt), een papyrus matje, een zweep. De laatste wordt direct herkend. Wat kun je ermee? Slaan! Wie zou je willen slaan? Mijn mentor op school! Spontaan reageren past bij de leeftijdsgroep. Een merkwaardig voorwerp wordt als schild herkend. Als medecatechisant Frank in krijgstenue uitgedost is, roept er een: ‘Een kannibaal!’

Persoonlijk
Er is veel aandacht als daarna dia’s vertoond worden. ‘Een dag uit het leven van een negenjarig Zoeloemeisje, Nottà’. Ze zien haar water dragenop haar hoofd – en later hout halen. Met andere kinderen naar school gaan in uniform. Het slot laat Nottà zien, zingend en tekenend met kinderen van de kerk. De tekeningen zijn er ook ‘in het echt’, de catechisanten moeten raden bij welk verhaal ze horen. Soms raden ze goed, soms zitten ze er faliekant naast. Maar spontaniteit is er steeds; tijdens de muziek reageren ze bij mij aan tafel: ‘Wat een leuk liedje’.
Ds De Haan nodigt ze uit vragen te stellen. ‘Moeilijke vragen zal ik zo veel mogelijk ontwijken’, stelt hij ze heel ironisch gerust. Het blijft een poosje akelig stil. Tot een meisje durft. Deze groep stelt overigens geen moeilijke vragen, wel persoonlijke.
Waarom bent u zendeling geworden? Hoe gaat dat? En verder: Hoeveel kinderen hebt u? Hoe oud zijn die? Hebben die vrienden in Afrika? Waar gaan ze naar school? Willen ze daar wel leven? Het zijn andere vragen dan op de avonden voor volwassenen gesteld worden, maar ze leveren wel antwoorden op met veel bijzonderheden over het zendingsveld in Natal.

Ander perspectief
Om acht uur komen de groten; een hele ploeg. Het zijn er zeker 35. Omdat de beloofde videoband er niet is, krijgt ook deze groep de dia’s te zien. Er wordt stil geluisterd en gekeken. Haast eerbiedig.
Het gesprek daarna komt wat moeizaam op gang. Ds De Haan beantwoordt geen vragen van het briefje dat hem gestuurd is, hij wil graag dat ze persoonlijk gesteld worden. Een jongen zegt dat de dia’s niet zoveel indruk op hem gemaakt hebben. Het zijn bekende beelden ‘zoals hij al zo vaak op televisie gezien heeft’. Mijn indruk is dat de zendeling de opmerking verkeerd interpreteert. Hij denkt namelijk dat er een negatieve houding uit spreekt, terwijl de jongen in werkelijkheid wil aangeven dat hij heel andere informatie verwacht. Dat blijkt even later wel, als hij met zijn vragen komt. ‘Is het niet moeilijk het evangelie in zo’n ingewikkelde taal te brengen? Hebben ze wel woorden voor bijbelse begrippen? Zoals zonde? Vergeving?’ En daarmee komt een fijn gesprek op gang waarin de zendeling de bekende televisiebeelden aanscherpt door de mensen in Zuid-Afrika te schetsen vanuit een heel ander perspectief.

Hoop
De vertaling van bijbelse begrippen levert inderdaad problemen op, maar dat is niet zo belangrijk. Want in eerste instantie verkondig je het evangelie hier niet met woorden, maar met je daden. Uit je gedrag, uit je houding moet het evangelie spreken. Dat je aandacht voor de mensen hebt, belangstelling, dat is evangelie. Want in Afrika interesseert niemand zich voor deze mensen. Wat zijn ze nu helemaal waard? Hun omstandigheden zijn gruwelijk. Van de 15jarige jongens is 50 (vijftig !) % HIV-besmet. Van hen is een groot gedeelte binnen tien jaar dood. Weet je welk bijbels woord ze goed kennen en begrijpen en dat hen geweldig aanspreekt? Dat is het begrip hoop. Hoe zeer het hen aanspreekt blijkt op een ontroerende manier uit een van de kindertekeningen die ds De Haan bij zich heeft. Een jongetje van de bijbelclub heeft een tekening gemaakt bij het verhaal uit Daniël 5. Daarop zie je koning Belsazar die zit te kijken naar de hand die op de muur van zijn troonzaal schrijft. De tekening is heel herkenbaar. Alleen, de hand schrijft een woord te veel en dat is precies dat woord ‘hoop’: ‘geteld, gewogen, verdeeld, hoop’ staat er.

Een meisje van achttien
Het gesprek gaat verder. Als ze horen dat in het zendingsgebied zoveel (kleine) gemeentes zijn, die ook nog een eind uit elkaar liggen willen de catechisanten weten hoe dominee De Haan dat ‘s zondags doet. Allemaal langs gaan? Nee, in elke gemeente komt hij maar één keer in de vier, vijf weken. En de andere zondagen dan? Dan heeft iemand anders de leiding.
in één gemeente een meisje van 18 jaar. Dat maakt indruk. Meisjes van 18 zitten hier ook, tussen hen in.

Bidden bij het leven
Als er gevraagd wordt of de jongeren in de dienst wel echt meedoen, ‘luisteren ze goed?’ krijgen ze te horen dat de kerkdiensten in het zendingsgebied heel anders verlopen dan in Nederland. Niet de preek is het belangrijkste maar het bidden en het zingen. Zingen doen ze graag, het liefst meerstemmig. Vaak is er maar een korte inleiding (‘preek’), daarna volgen veel getuigenissen. En ze bidden bij het leven. Letterlijk en figuurlijk.

Bewondering
Zo ontstaat er op de bijeenkomst die wat stroef begon, toch een wat lossere sfeer en krijgen catechisanten die van zijn leven niet naar een zendingsavond zouden gaan – en hun ouders anno 2001 helaas ook in veel mindere mate dan vroeger – toch nog een beetje beter beeld van de langzame voortgang van het evangelie in een klein stukje van Zuid-Afrika; en heeft een aantal Flevolandse tieners wat bewondering opgevat voor het vaak moeilijke, maar ook dankbare werk van een zendeling.
Een zendeling in Lelystad; een leuk initiatief.
Ter navolging.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief