Fanas Fasa
2001-02-16
Het is de morning after.- Jaargang 45
- nummer 4
Gisteren een groot feest met examenklassen en omdat het bufferweek is lijkt er op deze vrijdagochtend geen sterveling op school. Raar gedoe, die lesvrije weken.
Ik heb een klein beetje een kater en zit om 8.30 uur op mijn werkkamer door mijn dampende koffie naar de dwarrelende sneeuwvlokken te kijken.
Dan komt ze even zachtjes als een verdwaalde sneeuwvlok mijn kamer binnen.
Fanas. Ze is 19 en drie weken geleden getrouwd. Traditionele moslimbruiloft waar onze leerlingen hun ogen uitkeken.
Ik ook.
Fanas vertelt me dat ze gisteren is aangenomen op haar stageplaats en komt vertellen dat het te ver lopen is.
‘Fietsen?’ stel ik voor.
Ze lacht. Het rinkelt zachtjes als ze zegt: ‘Jawel, ik kan het wel, maar mijn man vindt dat eng. Smal weggetje en afgelegen bosjes’.
Ze besluit bij een klasgenoot achterop het scootertje te gaan.
Ze lacht weer, alsof ze in gedachten zich ziet zitten op die veel te kleine buddyseat.
De volgende 50 minuten zijn bijzonder voor me.
We spreken over onze school en stad (leuk) over 6 hoog wonen in een flat (niet echt leuk) over gebrek aan Iranese contacten (wij zijn ons land kwijt, maar ook elkaar...) over moeten werken om een schuld af te lossen (vader is in Iran geopereerd en Fanas heeft een lening afgesloten om de operatie te betalen.) In het weekend werkt ze in een Mexicaans restaurant om geld te verdienen.
Ze vertelt het mooi. Prachtige zinnen en met een humorvolle gelatenheid die ik vaker bij Arabieren zie. We spreken over dromen en spreken in het Perzisch. Ik vertel hoe mijn dochter heet.
Ze luistert en zegt: ‘Een mooie naam, wat betekent het?’ ‘Het komt uit de bijbel,’ zeg ik, ‘en betekent Helper van God.’
Ze is even stil en zegt dan zachtjes: ‘Het is ook de naam van een engel uit de koran.
Maar een engel die nare dingen doet.’ Ze kijkt me vragend aan en besluit verder te vertellen.
‘Deze engel haalt mensen op die dood moeten.’ ‘
Wiens tijd het is,’ verduidelijkt ze.
‘Bevalt het je om moslim te zijn?’ Ze zucht: ‘Ik geloof in God, God en ik zijn één. Hij zit in mij en als ik opgehaald wordt gaat mijn ziel weer naar Hem. Dat weet ik zeker, maar moslims hebben er zo’n stom verhaal van gemaakt.
Ik heb een hekel aan moslims’, zegt ze bitter.
Ik blijf luisteren en dan vervolgt ze: ‘Ik ga nu iets zeggen, (ze slaat haar ogen op en drukt haar hand op haar hart) God vergeef het me, in mijn eigen land zou ik er voor opgehangen worden…’
En dan fel: ‘Jullie Jezus is veel sterker en respectabeler dan Mohammed!’ Ze legt het uit.
Mohammed trouwde met erg veel vrouwen. En dat wordt altijd maar goedgepraat door moslimmannen.
Maar Jezus was echt een man van God en hield van mensen.
Niet van vrouwen op een Mohammed-manier.
Ik ben ontroerd.
Bedwing me om een alphacursus-foldertje of Nicky’s Gumble’s ‘Waarom Jezus’ uit mijn laatje te pakken.
Ik realiseer me dat ze nog een tijdje op school blijft en dat het ‘er nog wel van komt’ op Zijn tijd.
Een zaadje bleek al geplant, ik hoef slechts water te geven.
Ik voel me een tuinman uit een oosterse parabel wanneer ik haar zeg dat ze in ons land die dingen wel mag zeggen, want de Schepper van het leven houdt ook van haar.
Ze lacht. ‘Dat weet ik, daarom woon ik ook hier en is het niet erg om 6 hoog in die flat te wonen.’
Dromer