Israël en Ismaël

2001-02-16
  • Jaargang 45
  • nummer 4
Het januarinummer van CV.Koers besteedt speciale aandacht aan het slepende conflict tussen Israël en de Palestijnen. De mensen die aan het woord komen zijn het over weinig eens, met één uitzondering: de rol van de media. Beide kanten vinden unaniem dat daarin te veel het standpunt van de tegenpartij klinkt.
Zo zegt Pee Koelewijn (van Christenen voor Israël): ‘Zoals CNN en sommige Nederlandse verslaggevers de gebeurtenissen verslaan, dat houd je niet voor mogelijk!() Ze gaan klakkeloos af op onbetrouwbare, Palestijnse bronnen. Het is echt ook een media-oorlog geworden. Als je elke avond op het journaal dat logo ziet, van een betonblok en twee schietende Israëlische militairen, wat ga je dan denken? Dat Israël de agressor is! Het ware verhaal wordt niet verteld’.
Maar Mohammed Abu Leil, een in Nederland wonende Palestijn, denkt er precies omgekeerd over. Hij ontleent zijn informatie o.a. aan een Palestijnse zender, want: ‘Andere zenders, zoals CNN, zijn nogal eenzijdig’, zucht Abu Leil. ‘Ze tonen vaak huilende Israëlische kinderen en Israëliërs die lijden’.
Als het blijkbaar al zo moeilijk is om te bepalen of en in welke richting er eenzijdigheid is in de berichtgeving van één en dezelfde nieuwszender, hoe moeilijk moet het dan wel worden als het om echt belangrijke dingen gaat?!
Dan naar het hoofdpunt. Eerst weer Koelewijn. Op de vraag waar in de Bijbel staat dat Israël geen land mag geven in ruil voor vrede, of dat Oost-Jeruzalem niet onder Palestijns bestuur mag komen, zegt hij: ‘Als je de Bijbel erop naslaat, behoren Judea, Samaria, Gaza en zeker ook Jeruzalem tot het Beloofde Land.
Psalm 105 is daarin heel duidelijk: het is een eeuwig toegemeten erfdeel. De zogenaamde Bezette Gebieden mogen dus niet worden opgegeven. En Jeruzalem is de eeuwige, ondeelbare hoofdstad van Israël. In de psalmen en de profetieën staan zo veel beloften aangaande Jeruzalem. Ik kan me voorstellen dat de Israëlische regering bereid was concessies te doen.
Als ik geen geloof zou hebben, zou ik dat misschien ook doen. Barak gelooft heel weinig, dus hij dacht: we móeten vrede sluiten, dus laten we dan maar stukken land weggeven. Ik ben het er niet mee eens. En nu blijkt wel dat hij de haat van de islam heeft onderschat’.
En op de vraag of er dan geen Palestijnse staat mag komen, zegt Koelewijn: ‘Nee. Als we vast willen houden aan de Bijbel, mag er geen Palestijnse staat komen. Althans niet binnen de grenzen van de huidige staat Israël. Ik lees nergens in de Bijbel iets over een Palestijnse staat. En Jeruzalem moet ongedeeld en onder Israëlisch bestuur blijven’.
Heel andere ideeën komen naar voren in een gesprek met Wim Lankamp, voorzitter van het Nederlands Palestina Komitee. Hij probeert de betekenis van de stichting van de staat Israël duidelijk te maken door een vergelijking: ‘Je kunt je voorstellen dat de inwoners van historisch Palestina niet hebben staan juichen. Probeer je eens te verplaatsen in hun situatie. Het is net zoiets als wanneer de internationale gemeenschap - buiten de Nederlandse bevolking om - zou beslissen dat de Koerden het recht hebben om in Nederland een eigen staat te stichten.
Denk je eens in: Nederland heet vervolgens Koerdistan... Zouden Nederlanders dat pikken? - Ik denk het niet. Toen de Duitsers Nederland bezetten, zijn grote delen van de Nederlandse bevolking passief of actief in verzet gekomen. Er is gesaboteerd en er zijn aanslagen gepleegd. En we zijn er nog trots op ook. Elke bezetting die niet spoort met je rechtsgevoel maakt nationalisme en haat in je wakker. Dat is bij de Palestijnen ook gebeurd. Daar hoeft niemand vreemd van op te kijken’.
Maar, zo wordt hem gevraagd, zouden al die verschillende mensen niet samen kunnen leven in één groot, ongedeeld Israël? Lankamp: ‘In theorie moet het kunnen. Je hebt dan een land dat ongeveer even dicht bevolkt is als Nederland. Momenteel zijn bepaalde gebieden al heel dicht bevolkt. Ik denk bijvoorbeeld aan Haifa en Tel Aviv. In andere delen wonen weinig mensen. Die zul je dan tot ontwikkeling moeten brengen. Als je afziet van de Palestijnse rechten en puur let op de geografie, moet het mogelijk zijn om er een Marshall-plan op te zetten en zodoende ruimte te creëren voor iedereen. Maar het resultaat is dan wel een seculiere, democratische staat, waarin mensen met verschillende religies gelijke rechten hebben, net zoals in Nederland. Zo’n land is een veilige plek voor Joden, christenen, moslims en atheïsten. Ik zou daar voorstander van zijn. Maar Israël heeft dat nooit gewild en zal dat nooit willen. Israël wil een Joodse staat zijn’.
Hoofdredacteur Paul Meinders blijkt in een afrondend commentaar in dezelfde richting te denken. Hij neemt zijn uitgangspunt in het woord van Jezus: ‘Hebt uw vijanden lief’, en zegt dan: Als je de onmogelijke opdracht van Jezus ter harte neemt, is er eigenlijk maar één begaanbare weg. Dan zul je toch moeten denken aan de vorming van één groot en ongedeeld Israël, met gelijke rechten voor allen. Alleen, dan kan Israël niet langer een Joodse staat zijn. Dan moet het Zionistische bestel worden omgevormd tot een ‘gewone’ democratie, waarin voor discriminatie () geen plaats meer is. () Er zijn in Nederland heel wat christenen die veel van Israël houden. Omdat God van Israël houdt. Die liefde is mooi. Maar het is helemaal niet gezegd dat deze liefde voor Israël impliceert dat God de Palestijnen haat. Sterker nog, God verbiedt ons Palestijnen te haten. Hij gebiedt ons hen lief te hebben, zelfs als zij vijanden van Israël zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief