De culturele factor (2)
2009-11-06
In deze artikelen vraag ik aandacht voor de culturele factor bij het lezen en verwerken van de Bijbelteksten over homoseksualiteit. Die houdt in dat elke waarneming gepaard gaat met (cultureel bepaalde) betekenisgeving en dat die betekenis bepaalt hoe we ons verhouden tot dat wat we waarnemen. In het vorige artikel heb ik aangeven dat dit mechanisme ook in de bijbel aanwijsbaar is en heb ik het toegepast op homoseksualiteit. In de bijbel wordt homoseksualiteit over heel de linie waargenomen als een kenmerk van een wereld in opstand tegen God. Wij daarentegen nemen homoseksualiteit waar in individueel en zakelijk perspectief.- Jaargang 53
- nummer 22
Deze meer persoonlijk-individuele en meer zakelijke manier van kijken naar homoseksualiteit is voor ons zo vanzelfsprekend dat we nauwelijks meer beseffen, hoezeer deze kijkwijze eigen is aan onze westerse cultuur. Deze verschuiving in waarneming is vergelijkbaar met die van ziekten en handicaps. In het oude oosten en de antieke wereld werd ziekte niet primair als een behandelbare stoornis gezien, maar allereerst religieus geduid. Zieken waren mensen die om wat voor reden dan ook door God of kwade machten geslagen waren. Dat had ook direct zijn weerslag op de gemeenschap waarin de zieke leefde (vgl. Johannes 9:2; 1 Korintiërs 11:30). Daarom zochten mensen in vroeger dagen bij ziekte in de eerste plaats de gunst van God of de goden. Een ‘arts’ was in feite iemand die in contact stond met de goden en op basis daarvan mogelijk (geheime) kennis had omtrent allerlei middelen. Wij zoeken bij ziekte eerst een deskundige arts, die werkt met beproefde en toetsbare kennis en als christenen beleven we dat, als het goed is, in religieus perspectief.
Deze verandering van kijkwijze is overigens niet buiten het evangelie om gegaan. De grondslag daarvan is de Bijbelse leer van de schepping, die een zakelijker omgang met de werkelijkheid mogelijk maakt en een dieper verstaan van de boodschap van verlossing. God vindt het belangrijk dat mensen niet lijden, maar gezond en heel zijn en roept mensen op om in navolging van Hem het lijden te bestrijden.1
Culturele factor aan het werk
Het is op basis van deze culturele factor dat gesteld kan worden dat homoseksualiteit voor Paulus iets anders ‘was’ dan het voor ons ‘is’. Of Paulus al dan niet op de hoogte was van liefdevolle homoseksuele relaties (wat overigens onbewijsbaar is) is op deze manier minder relevant. Als hij ze heeft gekend zou hij ze– gelet op de gedachtegangen in zijn geschriften - nog steeds als een teken van een goddeloze leefwijze hebben geduid. Op karakteristieke wijze komt deze culturele factor naar voren in de onder orthodoxe christenen nogal eens gehoorde reactie: ‘Als je er mee te maken krijgt, ga je er anders over denken’. Dat is geen teken van zwakke principiële knieën, zoals nogal eens wordt gedacht, maar een duidelijk signaal dat die culturele factor ook daar werkzaam is, waar men grote moeite heeft met homoseksualiteit. Bij confrontatie doet men namelijk de ontdekking dat men de dingen toch in een ander kader waarneemt dan in de Bijbel gedaan wordt. Dat gegeven is zo sterk dat het noopt tot een nuancering van eerder ingenomen standpunten.
Ethische betekenis
Betekent dit nu dat de Bijbelse teksten over homoseksualiteit voor ons betekenisloos zijn geworden? Allerminst! Net zo min als de psalmen die spreken over het zoeken van de gunst van God bij ziekte voor ons nu betekenisloos zijn. Nog steeds heeft ziekte een ‘teken-karakter’, al was het maar omdat het ons bepaalt bij de menselijke kwetsbaarheid. Verder: zoals mijn kinderen en ik door informatie-uitwisseling een vollediger beeld kunnen krijgen van mijn vrouw, zo kunnen wij in gesprek gaan met de Bijbelse teksten. Maar om er wat mee te kunnen zullen we niet aan een vertaalslag ontkomen. Eerlijk Bijbellezen betekent namelijk niet alleen dat je recht doet aan de Bijbel, maar ook aan jezelf als 21e eeuws mens.
Wie dat probeert, ontdekt meer dan genoeg boodschap in de Bijbelse teksten over (homo)seksualiteit. Ik heb voor mijzelf in elk geval de volgende dingen genoteerd. Hoe de Heer het leven van den beginne bedoeld en gemaakt heeft is een belangrijke richtingwijzer voor ons handelen. Daarnaast is overigens ook de voorwaartse gerichtheid op de komst van het koninkrijk van God van groot belang.2 In elk geval heeft de man-vrouw relatie heeft in het christelijk geloof een symbolisch-religieuze betekenis die een gelijkgeslachtelijke relatie nooit kan hebben. Dat staat een absolute gelijkstelling van gelijkgeslachtelijke relaties binnen het christelijk geloof m.i. in de weg, In de tweede plaats: de Heer vraagt in seksuele zaken liefde en trouw, tederheid en reinheid. Dat geldt onverminderd voor eventuele homoseksuele relaties. In de derde plaats: de ‘huiver van Leviticus’ is voor ons besef weliswaar primitief, maar wel degelijk ergens op gestoeld. Het is gestoeld op het intuïtief aangevoelde belang van het respecteren van de structuren die God in de schepping heeft gelegd, ook al kun je niet precies achterhalen hoe het precies in zijn werk gaat. Seksualiteitsbeleving doét iets met een mens op een fundamenteel niveau, dat nooit helemaal te achterhalen valt.3 Ten vierde: de geschiedenissen van Sodom (Genesis 19) en Dan (Rechters 19) en het betoog van Paulus in Romeinen 1 leren mij hoe homoseksualiteit een innerlijk verbond aan kan gaan met een leven zonder God of gebod en zo een revolutionaire betekenis kan krijgen. Wie in de beleving van de homoseksualiteit een kracht ervaart die van God aftrekt, mijde de homoseksualiteit of zoeke naar bevrijding door Gods Geest. In een christelijke pastorale begeleiding mag daarom de kritische vraag: ‘Trekt het je van God af of brengt het je dichter bij Hem?’ niet ontbreken.
Pluriforme pastorale begeleiding
Meer dan vroeger mogelijk was zien we hoe homoseksualiteit allerlei vormen en oorzaken kan hebben. Zowel biologische, psychologische, sociologische en culturele factoren spelen een rol, maar niemand kan precies zeggen hoe die factoren in elk concreet geval zich tot elkaar verhouden. De homoseksualiteit die ontstaat in een klooster is van een andere orde dan die van een kind waarbij al in de jonge jaren de eerste contouren van een homoseksuele gerichtheid kunnen worden waargenomen. En die is weer anders dan de homoseksualiteit van iemand die als gevolg van een verstoorde genderontwikkeling, teleurstellingen in de liefde of traumatische ervaringen homoseksualiteit ontwikkelt. En dan zijn daar ook nog de mensen die uit ideële motieven (feminisme) of pure seksuele experimenteerlust homoseksuele contacten zoeken. We maken pastorale en ethische brokken, als we alles over een kam scheren.
Aan deze pluriformiteit mag de kerkelijke ethische bezinning en pastorale praktijk niet voorbijgaan. Er zal telkens een bij de situatie passend antwoord gevonden moeten worden. In de christelijke kerk zijn onthouding en het zoeken naar bevrijding vanouds de enige geaccepteerde handelingsopties. En ik geloof dat er nog steeds heel goede redenen kunnen zijn om de weg van de onthouding in sterke overweging te geven dan wel te stimuleren genezing of bevrijding door Gods Geest te zoeken.
Behoort de weg van de relatie ook tot de mogelijkheden? Ik geef een dubbel antwoord. Binnen het oud-oosterse en antieke culturele klimaat dat in de bijbel naar voren komt (= gelet op de betekenissen die in de Bijbel aan homoseksualiteit gehecht worden) is de weg van de relatie inderdaad uitgesloten. Daarin kan ik Gagnon, De Bruijne en de Boer helemaal gelijk geven. In óns culturele klimaat evenwel (=gelet op de betekenissen die wij aan homoseksualiteit hechten) hoeft de weg van de relatie niét te worden uitgesloten. De Bijbelse legitimatie daarvoor is het gegeven dat de profeten en Jezus zelf ons dringen tot een visie op de mens, waarbij hij/zij primair als individueel persoon wordt gezien en niet als teken of symbool van een (goddeloze) cultuur.4 Is dit perspectief eenmaal gekozen, dan is het de roeping van de christelijke gemeente om mensen die een weg zoeken in hun homoseksualiteit te ondersteunen vanuit het liefdegebod en het perspectief van het koninkrijk van God. Voor de goede orde: daarbij gaat de Bijbel open, en worden dus óók de stemmen van Leviticus en Romeinen gehoord, hoe lastig dat ook mag zijn.5
Wereldhistorisch perspectief
Is christelijke openheid voor de weg van de relatie geen breuk met een eeuwenlange christelijke praktijk? Dat is het inderdaad. Maar dat is in de geschiedenis van de christelijke kerk niet uniek In de afschaffing van de reinheidswetten, de afschaffing van de slavernij, de opkomst van de moderne democratie en de veranderde positie van de vrouw heeft de kerk dit eerder meegemaakt. Het christelijk geloof doorloopt nu eenmaal verschillende culturen. Zoals wij de slavernij niet als onvermijdelijk economisch bijproduct, maar (mede door het evangelie) als onrecht hebben leren zien, zo leren wij nu, (mede door het evangelie) dat het taboe op homoseksualiteit tot onrecht kan leiden en positief: dat ook in een homoseksuele relatie iets weerspiegeld kan worden van het koninkrijk van God. Niet zoals dat in het huwelijk het geval is, maar toch óók.
Job Smit is verbonden aan de NGK Apeldoorn en als geestelijk verzorger werkzaam in een verpleeghuis.
1 Dat is de betekenis van de uitgebreide genezingspraktijk van Jezus.
2 Zo relativeert Paulus in 1 Korintiërs 7 de betekenis van het huwelijk vanuit de komst van het koninkrijk van God.
3 Dit wonderbaarlijke en dus geheim-zinnige karakter van seksualiteit wordt mooi verwoord in. Spreuken 30:19: ‘Deze drie dingen zijn mij te wonderlijk, ja, vier begrijp ik niet: de weg van de adelaar langs de hemel en de weg van de slang op de rots, de weg van een schip in volle zee en de weg van een man bij een jonge vrouw’. (vertaling NBG)
4 Een mooi voorbeeld vind ik Marcus 3:1-6, waarin de man met de verschrompelde hand niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk in het midden komt te staan.
5 Zowel De Bruyne als De Boer beroepen zich sterk op het boek van R. Gagnon The Bilbe and Homosexual Practice, Nashville USA, 2001. Omdat hij in orthodoxe kring nogal eens wordt aangehaald zou dit boek een aparte bespreking verdienen. In dit boek worden de culturele factoren wel (zelfs overvloedig) genoemd, maar niet naar waarde geschat. Dit komt door dat de op zich waardevolle uitleggingen functioneren in het kader van een hermeneutiek en een ethiek die in wezen rationalistisch zijn. In gewoon Nederlands gezegd:de uitleggingen van Gagnon kan ik in hoge mate volgen en ze krijgen van mij in deze artikelen het volle pond. Bij de manier waarop die uitleggingen worden gebruikt voor het beantwoorden van de vraag ‘wat moeten wij doen?’ heb ik echter veel bedenkingen.