Vervreemding

2009-11-06
  • Jaargang 53
  • nummer 22
Niets spreekt meer vanzelf. Er gebeurt van alles in en om onze kerken, en letterlijk alles staat ter discussie. Er is geen vaste structuur meer te ontdekken, er zijn tussen plaatselijke kerken enorme verschillen ontstaan, er worden vragen serieus besproken die vroeger tot censuur en tucht zouden leiden. Dat is mijn kerk niet meer.

Maar nu ... snap ik het niet meer. Juist bij die duidelijke en straighte vrijgemaakten zijn er sinds een paar jaar afsplitsingen, afsplitsingen van afsplitsingen, gemeenten die denken wel los van welk verband dan ook te kunnen bestaan, en een gemeente die zich niets aantrekt van synodebesluiten en toch de eenheid met het kerkverband wil bewaren. Dat te zien doet verdriet.

Twee uitspraken, beide over de huidige situatie van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. De eerste is een weergave van de geluiden die de Vrijgemaakte dominee Hans Schaeffer (Wageningen) in zijn kerken opvangt, de tweede is afkomstig van de Christelijke Gereformeerde theologe Miranda Renkema-Hoffman.
Om bij de laatste te blijven: in De Wekker (2 oktober) schrijft zij over de overgang van de Urker Vrijgemaakte dominee Van der Wolf naar de vrije gereformeerde gemeente in Hardenberg. De vroegere (enige) ware kerk is nu valse kerk geworden. Renkema:

Het bericht raakte mij wel. Het doet op meerdere manieren verdriet om dit te lezen over de Kerk van Christus. Allereerst brengt het verwarring. Hoewel ik toch nog niet zo heel erg oud ben, stam ik uit de tijd dat je bij ‘vrijgemaakten’ wist waar je aan toe was. () De vrijgemaakte rechtlijnigheid hield () een te waarderen ‘straightheid’ in. Het was hen ernst als het ging om de kerk en de roeping van ieder christen om zich te voegen bij de ware kerk van Christus. Dat bleek bijvoorbeeld in de jarenlange samensprekingen met onze kerken. () Wanneer je één bent in belijden, hoor je ook samen in de ene kerk van Christus! De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben altijd wat om dat punt heen gedraaid: “ja ..., wel één in belijden, maar verschillen in de hantering van het belijden”. Of: “ja ..., wel één, maar misschien nog niet helemaal”. Tot op de laatste synode toe: “ja ..., wel één, maar onze kerken kunnen het nu niet dragen!’ De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hebben altijd volgehouden dat ware kerken niet rustig naast elkaar mogen voortleven. () Dat is straight. Geen tussenwegen en geen gedraai.

Nadat de eveneens van de Vrijgemaakten afgescheiden Ichthusgemeente in Kampen (ds. Hoogendoorn) de revue gepasseerd is, schrijft mevrouw Renkema:

Ten slotte voel ik verdriet om de kerkelijke eenheid die weer een stap verder weg lijkt. Een paar jaar terug dacht ik nog echt dat het mogelijk was: een stap naar daadwerkelijke eenheid. Inmiddels lijkt het verder weg dan ooit. Je kunt het toch ook haast niet meer serieus nemen, dat spreken over eenheid? Met wie moeten we nu weer samenspreken? Met vrijgemaakten van wie we allang gezegd hebben dat er eenheid in belijden is? Met hersteld vrijgemaakten die de vrijgemaakte kerken als valse kerken hebben afgeschreven? Met afgescheiden hersteld vrijgemaakten die als enigen binnen de ware oecumene blijken te vallen?
Het gevaar is dat het zoeken naar kerkelijke eenheid een farce wordt. Natuurlijk staat het op de synodeagenda, moeten we het elke drie jaar aftikken, maar bijna niemand houdt er nog serieus rekening mee dat het werkelijk van ons gevraagd wordt.

Dan nog iets uit het artikel van ds. Schaeffer (De Reformatie, 12 september):

Een gesprek over al deze () onderwerpen is prima en soms nodig. Organiseer het maar! Zoek maar kringen, gemeenteavonden, lezingen op waar dat gesprek gevoerd wordt! Zoek de mensen op met wie je het niet eens bent, en probeer elkaar te begrijpen en tot overeenstemming te komen!
Maar wat schetst mijn verbazing: als ik dat betoog lees, wordt duidelijk dat het eigenlijk helemaal niet om dat gesprek gaat. Het gaat er niet om met elkaar van gedachten te wisselen, om elkaar te begrijpen, en te zoeken naar de beweegredenen van wie het niet met hen eens is.
Zowel ter linker- als ter rechterzijde binnen onze kerken wordt dit gesprek ogenschijnlijk koste wat kost vermeden. Zeker, er wordt met gelijkgezinden veel en heftig gesproken. De argumenten worden vaak genoeg herhaald in artikelen of brieven. Maar dat er op persoonlijk nivo intensief en constructief wordt doorgesproken met diegenen met wie je het niet eens bent? Want men ontmoet elkaar niet meer. Er zijn op zondag kerkdiensten. Je bent lid van je eigen sociale club. Daarbuiten om is er geen contact.
Ik overdrijf hier natuurlijk. Zo zwart-wit ligt het zeker niet altijd. Maar in die overdrijving vergroot ik volgens mij iets uit wat er wel degelijk is. Namelijk de onuitgesproken maar vaak intense overtuiging dat ik eigenlijk alleen wie het met mij eens is werkelijk als mijn broeder en zuster in Christus beschouw. De anderen horen er misschien formeel dan wel bij, maar ik heb niets met ze. Ze zijn te anders, te conservatief, te vrijzinnig, te oud of te jong om me werkelijk mee bezig te houden.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief