Het geheim van de riem
2001-07-06
- Jaargang 45
- nummer 14
| Jeremia 13:1-11 |
Want zoals de gordel kleeft aan het middel van een man, zo had ik het gehele huis van Israël aan Mij doen kleven.
Een vreemde opdracht
Een eigenaardig verhaal: dat is wel de eerste reactie, die bij ons opkomt. Nu zal dat niet de eerste of de laatste keer zijn bij het lezen van de bijbel.
Daarin verloopt nu eenmaal niet alles volgens onze gedachten of patronen.
Het breekt er telkens weer doorheen.
Waarom valt dit verhaal buiten de boot? Omdat het zo alledaags is. Dat past volgens ons niet bij de grootsheid van Gods Woord. Stel u voor: Jeremia krijgt de opdracht om een gordel, een riem, te kopen.
Alledaagser kan het toch niet? De hoogverheven en almachtige God geeft Zijn profeet bevel om een boodschap te doen. Strijdt dat niet met onze voorstellingen over God? Is het niet te gewoon, te aards, te weinig geestelijk?
Jeremia kijkt er niet vreemd van op. Hij was wel iets gewend van de Here op dit punt. Hij gaat op weg en koopt het gevraagde. Hij mag niet zo maar een riem kopen. Het wordt precies omschreven: hij moet van linnen zijn.
Nog even apart komt de waarschuwing, dat hij niet in aanraking met water mag komen. Bemoeit de Here Zich dan zelfs met het gebruiken van een riem? En daar loopt Jeremia dan, met de nieuwe riem om z'n middel.
De mensen zullen er vast en zeker naar gekeken hebben. Maar bijzonder opvallend was het niet. Nieuwe riemen zullen wel meer gedragen zijn.
Nog vreemder
Dan komt, na verloop van tijd, de volgende opdracht: weer over die riem.
Jeremia moet naar Perat gaan. Daar moet hij de riem verbergen en wel in een rotsspleet. De uitleggers zijn het oneens over de ligging van dit Perat.
U moet weten, dat het ook de Hebreeuwse naam is voor de rivier de Eufraat. Moest hij nu helemaal naar die rivier reizen: zo' n duizend kilometer ver? Maar die rivier stroomt door het vlakke land: rotsspleten zijn daar niet te vinden. Het ligt dus niet voor de hand, dat hier de Eufraat bedoeld is. Daar, in Perat bevindt zich nu die riem, maar hij blijft er niet.
Na een poos moet Jeremia opnieuw naar Perat; nu, om hem weer op te halen. Het was al een tijd geleden, dat hij hem daar ergens verstopt had.
Hij moet even zoeken, maar: hij vindt 'em. We kunnen ons voorstellen, hoe hij er uitzag: helemaal door het vocht aangetast.
Dat had je van tevoren kunnen weten.
Dat is alweer het opzienbarende: het lijkt zo nutteloos: een riem kopen; die om doen; hem vervolgens verbergen in een rotsspleet en later weer ophalen.
En dan ontdekken, dat hij helemaal waardeloos geworden is; dat je hem zonder meer kunt weggooien.
Wat moeten wij nu met zo'n geschiedenis?
Het verbondsteken
Dit verhaal heeft een vervolg en daar gaat het nu juist om. Het is een zichtbare verkondiging van het meest wezenlijke van het geloof. Het betreft hier Gods verbond met Zijn volk. Ook al vinden we hier dat woord zelf niet, de zaak is heel duidelijk aanwezig.
Dat is: de levende verbondenheid aan de Here, omdat Hij Zich eerst Zelf aan ons verbonden heeft. Daarvan is die riem een zichtbaar symbool. De Here Zelf legt dat verband. Hij zegt: zoals de gordel kleeft aan het middel van een man, zo had Ik Israël en Juda aan Mij doen kleven om Mij te zijn tot een volk. Dat is de taal van het verbond.
Hetzelfde woord, dat hier met kleven vertaald is, vinden we in Gen. 2:24: een man zal zijn vrouw aanhangen.
Dit laat wel zien, hoe de Here een heel nauwe en intieme verbinding had gelegd tussen Zijn volk en Zichzelf.
Maar zij hadden dat afgewezen en waren andere goden gaan dienen.
Wat een Goddelijk verdriet klinkt hierin door! De Here had Zich helemaal aan hen verbonden, maar zij wilden dat niet. Nu kunnen wij denken: moet zoiets geweldigs door een riem zichtbaar gemaakt worden? Ligt er tussen die beide niet een te grote afstand?
Had de Here daarvoor niet beter een ander beeld kunnen gebruiken? We moeten ons niet ergeren aan dit kleine en onaanzienlijke. Het is nog altijd zo, dat de Here juist door het heel kleine Zijn grote (wel)daden zichtbaar wil maken. Denk maar aan doop en avondmaal. Wat stelt dat eigenlijk voor: een klein beetje water op het hoofd van een baby. Een stukje brood en een slokje wijn. Maar juist daardoor komt het voor ons te staan in heel z'n verrassende grootheid.
Heel het werk van de Here Jezus komt in die kleine, onaanzienlijke vormen naar ons toe. Daar moeten wij het mee doen, of wij het nu willen of niet. De Here buigt Zich daarmee wel heel diep naar ons toe. Blijkbaar is dat nodig, omdat wij op een andere manier niet bereikt kunnen worden. Wij moeten, net als de kinderen, bij de hand genomen worden. Dan pas gaan we het zien, wat de Here voor ons wil zijn.
Hier geldt wel helemaal: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.