Naschrift
2001-07-06
De gelegenheid die br. Uit de Bosch mij bood om een naschrift aan zijn artikel toe te voegen, heb ik graag aangegrepen. Al verschillen we van mening, we doen dat in broederlijke eensgezindheid. Ik maak een paar kanttekeningen in de hoop misverstanden uit de weg te ruimen.- Jaargang 45
- nummer 14
1.Heb ik werkelijk zijn titel verkeerd begrepen? Ik zal niet de enige zijn die deze titel een rake typering vindt van een tendens in het spreken over theologie binnen de kring van het Seminarie. Ik had ook kunnen wijzen op wat ds K.H. de Groot schreef volgens hetzelfde nummer van Seminarie Nieuws. Volgens collega De Groot moet de discussie over de predikantenopleiding niet gaan over een basisopleiding of over een doctoraal in de theologie, maar over de praktische oefening in de kennis van het Woord van God. In die context, door het Seminarie Nieuws zelf aangegeven, heb ik het artikel van br. Uit de Bosch gelezen. Ook hij werkte met een tegenstelling tussen predikantenopleiding ten dienste van de kerken en een wetenschappelijke studie in het vak theologie. Hij constateerde een verschil in grondhouding tussen de predikant in opleiding en de student in de wetenschappelijke theologie.
Hij gaf ook aan dat het een het ander als zodanig niet hoeft uit te sluiten.
Hij koos dan ook doelbewust voor het Seminarie en niet voor een universiteit, want "Simpel, ik hoef geen wetenschappelijk theoloog te worden".
Ik blijf erbij dat hij dat wel moet worden om predikant te kunnen zijn. Het tijdstip waarop iemand in zijn leven aan de studie begint, is in dit opzicht niet relevant. Of aan mensen op oudere leeftijd een aangepaste weg naar het predikantschap kan worden geboden, is een vraag apart, die de kerken los van de vraag naar de theologische opleiding moeten beantwoorden.
2. Natuurlijk gaat het er hem niet om het niveau van de predikantenopleiding te verlagen tot dat van een bijbelschool. Er moet op universitair niveau worden opgeleid. En dat is belangrijk genoeg om weer eens te noteren in onze discussies met het Seminarie. Een universitair niveau wordt vastgesteld volgens wetenschappelijke normen, neem ik aan, anders is het geen universitair niveau meer. Zijn bezwaar gaat dus niet tegen het wetenschappelijke niveau van de predikantenopleiding.
Vandaar dat br Uit de Bosch het met me eens kan zijn dat theologie als wetenschap binnen de kerken een plaats behoort te ontvangen. Toch wringt er hier iets. Want hij schreef in Seminarie Nieuws dat het een misser is "als er gesteld wordt, dat een wetenschappelijk component toegevoegd moet worden aan het Seminarie". Het doel van het Seminarie zou worden losgelaten, als het een meer wetenschappelijk karakter zou krijgen. Dus wel universitair van niveau maar niet wetenschappelijk van karakter? Hij schrijft nu dat er geen tegenstelling is tussen theoloog worden en dienaar des Woords worden. Zijn we het dan helemaal eens? Is het enige punt dan dat er in de predikantenopleiding niet meer wetenschappelijke theologie gestopt moet worden, maar meer aandacht moet komen voor wat hij dan "de zachte vaardigheden"
noemt? Dat laatste zal niemand tegenspreken. Zijn opmerkingen in deze richting hebben mijn volle instemming en verdienen ons aller aandacht!
3. Zijn wij het dus blijkbaar meer eens dan we wellicht dachten? Toch krijg ik niet helemaal mijn vingers achter de manier waarop in Seminarie-kringen, waartoe br Uit de Bosch hoort, over theologie wordt gesproken.
Waar men tegen is, is voor mij duidelijker dan waar men voor is. Men is tegen verwetenschappelijking van de theologie, zoals beoefend aan menige theologische faculteit. Maar theologie moet toch in de predikantenopleiding op universitair niveau worden aangeboden. Bestaat er een niet-wetenschappelijke theologie op universitair niveau? Verder: gevoed door het denken van sommige reformatorische wijsgeren opponeert men tegen hen die aan het academische vak theologie een plaats willen geven in de predikantenopleiding.
Men vindt dat als academisch vak theologie niet thuis hoort aan een kerkelijke opleiding – theologie en kerkelijke opleiding stammen immers uit heel verschillende kringen!
Men is voor een predikantenopleiding op universitair niveau. Maar die is wel of niet wetenschappelijk van karakter? Aan die predikantenopleiding wordt niet aan theologie als wetenschap gedaan? Helemaal begrijpen doe ik het niet. Als het Seminarie inderdaad geen wetenschappelijk karakter wil hebben, ontbreekt het haar m.i. aan een belangrijke component bij de uitvoering van haar doelstelling predikanten op te leiden. Natuurlijk heb ik begrip voor een wezenlijk gevaar van theologiebeoefening, waar het Seminarie terecht beducht voor is.
Vandaar dat ik in mijn bijdrage slechts op het derde taalniveau een plaats voor haar zag weggelegd, en waarschuwde tegen niveauverwarring.
Een inzicht dat ik ontleend heb aan de reformatorische wijsbegeerte, een huis dat op het punt van theologie meer tegen zichzelf verdeeld is dan in Seminariekringen lijkt te worden beseft.
4. Misschien heeft br Uit de Bosch wel wat gelijk dat ik niet gereageerd heb op wat hij beoogde te schrijven.
Zijn artikel diende voor mij meer als een opstapje voor mijn eigen bijdrage aan de discussie onder ons over de theologische opleiding. Dat was niet helemaal correct, geef ik toe.
Tegelijk moet hij beseffen dat hij in een duidelijke context zijn verhaal schreef – dat van het Seminarie op het moment dat op de Landelijke Vergadering gesproken wordt over de predikantenopleiding. Hij moet zich dan in kunnen denken dat hij in die context verstaan wordt. En zeker niet ten onrechte, denk ik zo.
B. Wielenga