Ruzie om een kopje koffie...

2001-07-06
  • Jaargang 45
  • nummer 14
In de gemeente Perenscha is de kerkenraad in vergadering bijeen. Op de agenda staat o.a. de organisatie van de jaarlijkse gemeentemaaltijd. Eén van de diakenen vraagt wat voor koffie er geschonken gaat worden. Hij doet het voorstel om voortaan Max Havelaar-koffie te drinken. Op die manier doe je iets voor een rechtvaardiger wereld, en in de gemeente waar hij vandaan komt was men dat ook zo gewend.

‘Daar hebben we niks mee te maken’ zegt een ander lid van de kerkenraad geprikkeld. De voorzitter probeert een ruzie te voorkomen en formuleert het voorstel opnieuw. Eén van de andere aanwezigen vindt het wel een goed idee dat er Max Havelaar koffie gedronken wordt. "Zo doen we tenminste iets voor de derde wereld." Een ander reageert vervolgens dat die koffie wel duurder is. De indiener van het voorstel vindt toch dat de gemeente best die duurdere koffie kan gaan drinken.
"Dat maakt voor jouw portemonnee niets uit", zo krijgt hij te horen, "maar niet iedereen kan zoveel voor een kopje koffie betalen als jij."
De dominee heeft de indruk dat de discussie uit de hand loopt. Hij ziet geen andere oplossing dan de zaak maar te laten rusten. Want als er al binnen de kerkenraad zoveel discussie ontstaat, hoe zal het dan in de gemeente gaan? En die onrust kan de gemeente absoluut niet gebruiken.
De diaken laat het hierbij niet zitten.
Hij zegt dat hij het aan zijn geweten verplicht is om zich het lot van de arme koffieboeren aan te trekken. "Als we zo’n gebaar niet eens kunnen maken verzaken we onze plicht als kerkelijke gemeente." Een ander merkt daarbij op dat hij toch vindt dat deze diaken een doordrammer is die meent te weten wat de wil van God is. Dat gaat de indiener van het voorstel te ver, hij verlaat de vergadering.
De rest van de kerkenraad blijft in verwarring achter, verwijten gaan over en weer. Uiteindelijk wordt besloten dat twee leden van de raad zullen gaan praten met de opgestapte diaken om hem er toe te bewegen zijn ambtswerk weer op te pakken, en ‘te vergeven en te vergeten’. Als gelovigen leven we immers uit de verzoening, dat moet je juist in eigen huis waar kunnen maken, zo is de algemene mening.

Toedekken
Dit voorbeeld wordt ons aan de hand gedaan door drs. L. Korevaar, één van de auteurs van het boekje "Welles, nietes", dat werd uitgegeven als (34e) ICS-Cahier door Boekencentrum Zoetermeer. In de bundel staan –vanuit allerlei gezichtspunten- bijdragen over het omgaan met conflicten.
Daarbij passeert ook een aantal kerkelijke conflicten de revue. Korevaar laat in zijn bijdrage kort zien wat er in bovengenoemd conflict ‘fout ging’.
Voorafgaand daaraan zou ik –en dat is een punt dat de auteur niet noemt-
willen vragen of zo’n discussie wel op de agenda van een kerkenraad thuis hoort. Naar mijn mening komen er op de tafel van de kerkenraad allerlei regelzaken terecht die beter elders afgehandeld kunnen worden (in een activiteitencommissie of desnoods in de Commissie van Beheer). Daarnaast kun je je afvragen wat het probleem nu eigenlijk is, van wie het een probleem is en waarom het onderwerp als een probleem wordt gezien.
Korevaar signaleert als kernpunt dat de verzoening als een startpunt wordt gebruikt om conflicten toe te dekken, waarschijnlijk ook om te voorkomen dat mensen de kerk de rug toe zullen keren. Maar zo werkt het niet. Wat onderhuids speelt (en vaak zijn dat persoonlijke oordelen) kun je niet met een ‘bezwering van verzoening’ toedekken.
Evenals bij een veenbrand die niet geblust is zal het vuur bij een volgende gelegenheid des te harder gaan branden…..

De ander is uitnemenderÉ
Wie verwacht dat de auteur een sprankelende oplossing bedenkt voor zo’n conflict komt bedrogen uit. Die kant-en-klare oplossing is er natuurlijk ook niet. Kerkelijke activiteiten zijn (ook) mensenwerk en juist daar waar mensen sterk emotioneel op elkaar betrokken zijn ontstaan gemakkelijk conflicten. Korevaar doet wel suggesties voor oplossingen: het gesprek, het gebed, hulp van visitatoren, het nemen van maatregelen. Hij is het principieel oneens met een gang naar de burgerlijke rechter. Tenslotte stelt hij: kerkelijke conflicten zijn wél én niet oplosbaar. Zelfs disciplinaire maatregelen leiden uiteindelijk niet tot vrede zolang de één wil winnen ten koste van de ander (de zgn. win-verliessituatie).
Overigens zijn conflicten niet erg, het vermijden van spanningen is op den duur schadelijker voor de kerk.
Maar om in een conflict verder te kunnen moet ‘de één de ander uitnemender achten dan zichzelf’. "Waar deze geloofsmoed in de praktijk wordt gebracht helpen conflicten de kerk verder..."

Naar aanleiding van: Welles, nietes (omgang met conflicten); ICS-Cahier 34, onder redactie van: A.H. Blok, T.J. van der Ploeg en A.D. Senf. Uitgever: Boekencentrum Zoetermeer. Adres van het Internationaal Christelijk Studiecentrum (ICS): Faustdreef 183, 3561 LG Utrecht, 030-2622000.
Er zijn plannen om in het najaar (zaterdag 3 november) een themadag aan de inhoud van deze bundel te wijden.
Dan zal ‘Opbouw’ ook nader aandacht aan dit thema besteden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief