Alpha in Kampen (2)

2001-08-10
  • Jaargang 45
  • nummer 16
Op een slotavond van de cursus, de feestavond voor introducés, zag ik hen opeens zitten. Een jong stel, beiden zoekend, de één lid van de kerk, de ander volstrekt van buiten. Ik was er niet gerust op. De speech was glashelder over de ene Naam waardoor een mens behouden kan worden. Het vele zingen was uitbundig, één en al opwekking. Ik hield mijn hart vast: was dit niet wat teveel van het goede, zou dit hen niet afschrikken?

Toen zij mij naderhand vertelden hoe fantastisch zij deze avond hadden gevonden, was ik blij verbaasd.
Nieuwsgierig naar hun motivatie, antwoordden zij me: De boodschap was glashelder en deze mensen zijn overtuigd gelovig. Maar het is niet opdringerig en dominant. We kregen niet het gevoel dat wij beslist zus of zo moesten denken. We mochten zijn wie we zijn en denken zoals we denken. We voelden ons in tegenstelling tot heel wat andere kerkelijke ontmoetingen en gesprekken gerespecteerd en vrij gelaten.

Identiteit en vrijheid.
Opnieuw stuit ik hier op een facet waarmee ik het succes van de Alphacursus verklaar. Eerder noemde ik al de kracht van de eenvoud, de afhankelijkheid van God en de bijzondere aandacht voor de Geest. Daar voeg ik aan toe: de combinatie van een duidelijke identiteit met een grote mate van vrijheid. Door helder te zijn in je boodschap kun je vrijheid geven aan de bezoekers. Dat hoort ook bij de spelregels van de cursus. De cursus wil laten kennismaken met het christelijk geloof en van dat geloof wordt met enthousiasme verteld en getuigd.
Maar zonder dwang of verplichting.
Cursisten hoeven zich nergens aan te binden. Voor de teamleden geldt: ik hoef geen mensen te bekeren; ik mag het Evangelie vertellen zoals ik dat uit de Bijbel ontvang. Meer getuigend dan belerend. Deze geestelijke vrijheid is een voorwaarde voor echte ontmoeting en ontdekking. Ik zie hier een diep gereformeerd motief: het geloof in Gods verkiezende liefde is een waarborg voor geestelijke vrijheid.

De ruimte van de genade.
De Alphacursus heeft mij zo op verrassende wijze bepaald bij het hart van het Evangelie. In de Alphacursus heb ik opnieuw ontdekt, dat niet de verplichting (wet), maar de vrijheid (genade) onze sterkste troef mag zijn.
Wees met elkaar geconcentreerd op de Heer en zijn Evangelie en hoe meer je daarin vaststaat, des te meer kun je ook ruimte bieden. Mensen die geloven of tot geloof komen, hoeven niet meteen alles zonder enige twijfel te beamen en van alles te moeten.
Om met de Catechismus te spreken in Zondag 7: de artikelen van het geloof zijn geen eisen of verstandsplichten, maar belòften! Ik mag mezelf en anderen de ruimte geven om daarin te groeien. Dat is geen vaagheid en vrijblijvendheid, want het uitgangspunt is een sterke concentratie op het hart van het heil, op Jezus, de gekruisigde en opgestane Heer. Wie met zijn mond belijdt dat Jezus Heer is en met zijn hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt zal behouden worden (Rom.10). Als het stokje daar verankerd staat kan de vlieger heel veel kanten op. Dit vertrouwen in God, Zijn Woord en Geest, werkt bevrijdend en helpt mensen om tot een persoonlijke en overtuigde keuze te komen.
Dan groeien de vruchten vanzelf. Het ligt voor de hand dat deze geestelijke ruimte voor de tiener-Alpha, de Youth Alpha, helemaal een eerste gebod is. Daarover straks nog wat meer.

Buiten de kerk geen zaligheid
Door de ervaringen van de Alphacursus ga ik ook met steeds meer overtuiging dat oude dogma beamen, dat er buiten de kerk geen zaligheid is. Niet in formalistische zin. Maar wel dat het Gods beleid is om ons via de gemeenschap het heil deelachtig te maken. Ik heb mijn broeders en zusters nodig om de Geest te ontvangen. En evenzeer om te groeien in dat nieuwe leven uit de Geest. In de Alphacursus is de gemeenschap geïntegreerd, want kennismaken met het christelijke geloof is ook kennismaken met de christelijke gemeenschap.
Deze gemeenschap wordt zichtbaar gemaakt door het team dat gastvrijheid en zorg biedt en door de banden die onderling gaan groeien. De gemeenschappelijke maaltijd aan het begin van elke cursusavond is daarbij eigenlijk onmisbaar. We kenden het belang van de maaltijd al uit de Bijbel en uit Jezus’ eigen pastorale praktijk – de Alphacursus is daarvan een krachtige bevestiging. De maaltijd doet wat.
Er wordt door samen te eten gebouwd aan een vertrouwde sfeer waarin openhartige gesprekken over het geloof gevoerd kunnen worden.
Gesprekken die na de plenaire inleiding met opzet in kleine groepen voortgezet worden. Want binnen een groep van maximaal 12 personen kan er beter een sfeer van veiligheid en vertrouwdheid ontstaan.

Teambuilding.
Door de christelijke gemeenschap als een onderdeel van de boodschap te presenteren, werkt de cursus ook stimulerend en versterkend voor de onderlinge gemeenschap binnen de gemeente.
Er komt nogal wat kijken om tenminste tweemaal per seizoen zo’n 12 weken een avond (inclusief een weekend!) de cursus aan te kunnen bieden.
Deze grote krachtsinspanning kan alleen in teamverband gedaan worden.
De taken zijn breed gevarieerd en daarom kunnen mensen met heel verschillende gaven hun inbreng geven.
Zo heb je echt samen deel aan de prediking van het Evangelie (Phil.1:4). En wat is het stimulerend als je samen dat Evangelie mag zien werken als die kracht van God tot behoud. Dat maakt het Alphawerk sterk en bestendig. Er is een gezonde doorstroom van cursisten die medewerkers willen worden.
Ik heb zo met blijde verwondering kunnen constateren dat ik mij gaandeweg uit het Alpha-team kon terugtrekken.
Anderen hebben dat met kracht en bezieling geheel overgenomen.
De cursus werkt zo inderdaad vitaliserend.

Youth Alpha.
Youth Alpha hanteert dezelfde formules en thema’s. Maar dan vertaald naar tieners. In middels heeft de Youth Alpha (in Kampen een samenwerking van NGK en Youth for Christ) zijn eigen plaats in de gemeente gekregen. Voor catechisanten van 16 jaar en ouder wordt de Youth Alpha als alternatief voor een half jaar gewone catechisatie aangeboden. De ervaringen van de jongeren zijn zeer positief. Ik heb jongeren zien veranderen van afzijdig, onverschillig en onbereikbaar naar enthousiast, betrokken en gelovig. Uit een gesprek met een aantal catechisanten die begin 2001 de Youth Alpha hebben gevolgd, teken ik op: ‘We hebben een bijzondere verdieping en versterking van ons geloof ontvangen.
We hebben honger naar bijbellezen gekregen. We hebben de waarde van het bidden, ook voor en met elkaar ontdekt. We hebben vrijmoedigheid gekregen om van ons geloof te spreken.
We trekken vrienden mee naar bijzondere kerkdiensten als Pitstop, naar een Alpha-feestavond en we zouden ze ook zo graag meenemen naar catechisatie, maar dan moet daar wel het een en ander veranderen… En de vrienden worden nieuwsgierig.’ Een kerk die zowel eigentijdse leuke dingen doet als het geloof laat staan, die is interessant. Een kerk die laat zien dat het geloof wat doet en ook voor vandaag is, daar is belangstelling voor.
Beide dus: het geloof moet en qua inhoud en qua vorm iets voorstellen.
Wat de Alphacursus juist ook voor jongeren tot een succes maakt heeft alles te maken met de boven genoemde samenhang van krachtige identiteit enerzijds en ruimte en vrijheid anderzijds.
Een gezellige sfeer waarin respect en veiligheid heilig zijn, is geen bijkomstigheid, maar een geestelijke gestalte van het Evangelie.

De klop op onze deur...
Vanuit het Alphawerk komen zo indringende vragen op de gemeente af.
Hoe zijn we zo gemeente met elkaar dat de goede ervaring die cursisten opdoen in Alphaverband, teruggevonden wordt in de kerkelijke gemeenschap!
Leven we samen met en uit de gastvrijheid van de Heer? Hebben wij plek voor deze mensen die pril in het geloof van buiten komend, onbekend zijn met kerkelijke tradities en nestgeur?
Kunnen wij hen opvangen, begeleiden?
Mogen zij hun eigen taal en beleving meenemen? Hoeveel consequenties mag dat hebben voor ons gemeente-zijn, voor onze kerkdiensten?
Wat moet je met een jonge asielzoeker die de Youth Alpha volgt en zegt: je kunt maar beter moslim zijn, want die gaan als één grote familie om je heen staan.
Een van oudsher traditionele gemeente als Kampen, komt voor de ingrijpende vraag te staan: zijn wij bereid en in staat om ruimte te bieden aan nieuwe gelovigen met hun eigen ‘taal’ en cultuur.
Inmiddels kloppen al diverse jongeren van buiten op de deur van de gemeente met de (onuitgesproken) vraag: mogen wij binnen komen zonder verplicht te worden het orgel etc. mooi te vinden? Mogen wij ook op onze eigen wijze, in onze eigen taal ons geloof belijden en beleven?
Naar mijn overtuiging kan een gemeente die zelf leeft van de gastvrijheid van de Heer, die niet aan anderen ontzeggen. Maar de weg naar gastvrij gemeentezijn moet wel samen gevonden en gegaan worden. En dat gaat niet zonder (in)spanningen. Met ervaringen van traditioneel-Anglikaanse kerken, zoals de kerk waar Alpha ontwikkeld is, kunnen wij wellicht ons voordeel doen. Deze traditionele kerken kregen te maken met een grote toestroom van buiten. Door schade en schande wijs geworden heeft men daar ervoor gekozen om een variatie aan kerkdiensten aan te bieden. Van traditioneel tot zeer eigentijds. De vrees dat de geestelijke eenheid van de gemeente hierdoor ondergraven zou worden, werd niet bewaarheid.
Integendeel zelfs. Die eenheid werd in alle verscheidenheid gevonden juist door elkaar niet te binden aan bepaalde vormen. Geen gedwongen, maar een echt geestelijke eenheid bleek zo te groeien door de kracht van Gods Woord en Geest. Een oude waarheid die door de Alphacursus opnieuw onder onze aandacht wordt gebracht. Ik ben dankbaar dat ik in onze grote Kamper kerk de Alphacursus heb mogen meemaken als een eenvoudig middel, dat in Gods hand zegenrijk werkt. Een middel dat de ruimte geeft om Gods krachtgevende aanwezigheid te kunnen ervaren. Daarin verblijd ik mij en zal ik mij ook verblijden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief