Synodevrees?

2001-08-10
  • Jaargang 45
  • nummer 16
Kerkelijke vergaderingen hebben, net als de seizoenen, iets onvermijdelijks: ze komen telkens weer, of je dat nou leuk vindt of niet. (Kleine troost: na verloop van tijd gáán ze ook weer, evenals de seizoenen.) Dit najaar is het weer zover: in Nunspeet komt de Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken bij elkaar. Ds G. van Roekel heeft een verschijnsel opgemerkt dat hij betitelt als ‘synodevrees’: wanneer de synode naderbij komt neemt de spanning in de kerken toe. Eén broeder wenste hem zelfs toe in Nunspeet het geloof te behouden. Maar Van Roekel is van plan nuchter op pad te gaan, want voor synodevrees is geen reden. In De Wekker van 22 juni schrijft hij erover.
Ik neem twee gedeelten over: Mijn eerste opmerking heeft te maken met de algemene visie op de Generale Synode. Soms heb ik namelijk de indruk dat veel vrees voor de synode eenvoudig te maken heeft met een eenzijdige, negatieve blik op de breedste vergadering van de kerken. Maar is dat terecht?
Is de synode zo'n negatief gebeuren?
Laat ik voorop stellen dat het deelnemen aan de Generale Synode inderdaad lang niet altijd gemakkelijk is. () Maar dat is niet het enige. Een synode heeft zeker ook andere kanten. Laten we dat vooral niet vergeten. () Er wordt door de synode niet alleen hard gewerkt, maar vaak ook broederlijk en harmonieus.
Meer dan eens ervaar je ook geestelijke verbondenheid met elkaar en met het oog op de kerken, waarin de Here ons laat dienen. En dat geeft bijzondere vreugde.
Heel concreet: als ik denk aan de twee synodes die ik meemaakte zie ik met dankbaarheid terug op het werk in de synodecommissie. De commissieleden kwamen beide keren uit de volle breedte van de kerken, terwijl de onderwerpen die we moesten voorbereiden 'gevoelig' lagen. En toch was er een goede samenwerking.
Sterker nog, er was - in een gezamenlijke verbondenheid aan de Schrift, de belijdenis en de kerkordeeen broederlijk zoeken om elkaar vast te houden en de kerken te dienen.
Soms waren we als commissie behoorlijk verdeeld. En dat betekende dan: verschillen in standpunten proberen te overbruggen en aan formuleringen net zo lang 'schaven' tot ieder er zich in kon vinden.
Maar is dat erg? Als afgevaardigden als broeders in de Here met elkaar omgaan is dat niet erg, maar een geestelijke beleving van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de Here en voor Zijn kerk.
En zo is synodewerk ook mooi en dankbaar werk. Werk waaraan vreugde valt te beleven. Echte, bijbelse vreugde!
In Nederlands Gereformeerde kring kom ik soms de gedachte tegen dat de eenheid van de Christelijke Gereformeerde kerken eigenlijk een schijnvertoning is, enkel voor de buitenwacht, zonder dat er nog een werkelijkheid aan beantwoordt. Ik denk dat het goed is dit geluid van Van Roekel te horen en ook serieus te nemen. Zo beleeft een insider dat dus, iemand die zelf deelneemt aan dat ingewikkelde en vaak ook wel ondoorzichtige proces dat zich afspeelt op een synode. De eenheid in de CGK is meer dan alleen een mooie façade, het is een realiteit, zij het geen gemakkelijke.
Minder goed kan ik uit de voeten met het volgende dat Van Roekel naar voren brengt: Synodewerk heeft op grond van Gods Woord en de belijdenis alles te maken met de manier waarop de Here Zijn kerk regeert. Met art. 30 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden we dat de Here Zijn kerk regeert door ambtsdragers en door kerkelijke vergaderingen. Christus Zelf is de eigenlijke Koning van Zijn kerk.
Maar Hij maakt bij dit werk gebruik van mensen - inderdaad zondige, gebrekkige, in veel opzichten beperkte mensen! -, maar wel mensen aan wie Hij de taak geeft om leiding te geven aan het kerkelijke leven ‘opdat de ware religie wordt onderhouden en de ware leer haar loop hebbe’.
Anders gezegd: Christus regeert de kerk niet door decreten uit de hemel.
Christus regeert de kerk niet door middel van rechtstreekse ingevingen van de Heilige Geest aan ambtsdragers.
Christus regeert Zijn kerk door middel van mensen die Hij roept tot deze taak en die zich gebonden moeten en zullen weten aan Zijn Woord. Maar als dit de geestelijke orde is die de Here ons leert in Zijn Woord (art. 30) dan hoort daar ook bij dat kerkregering en discussies elkaar niet uitsluiten. Integendeel, als het de Here behaagt Zijn kerk te regeren door middel van geroepen ambtsdragers hoort daar ook bij dat deze ambtsdragers door onderlinge discussie verschillen in standpunten proberen te overbruggen en soms door ‘onderhandelingen’ proberen tot een eenstemmig besluit te komen. Dat is toch niet ineens ongeestelijk? Dat is juist een serieus nemen van onze eigen belijdenis.
Want zó behaagt het de Here om Zijn kerk te regeren...
Ik meen dat het serieus nemen van deze regel uit Schrift en belijdenis van veel synodevrees verlost en voor veel synodeteleurstelling bewaart. Want dan zien we dat het deelnemen aan de synodemet al het menselijke wat daar bij hoort - toch voluit geestelijk werk is.
Als ik dit lees denk ik: Jazeker, God schakelt mensen in om Zijn gemeente te leiden en te verzorgen - maar dat betekent niet dat je vervolgens ook heel je kerkelijk bedrijf onder de vlag kunt laten varen van het: ‘Zo behaagt het de Here’. Dat is te veel vanuit het normatieve geredeneerd, en daarmee te veraf van de echte werkelijkheid.
Een beetje meer kritische distantie naar binnen toe zou geen kwaad kunnen.
Zoals er trouwens wat mij betreft ook wel wat meer uit de bijbel in zou mogen zitten. Weliswaar verwijst Van Roekel naar ‘Schrift en belijdenis’, maar alleen die laatste komt aan het woord, en dat is jammer. Vanuit de bijbel zelf valt vast nog wel meer te zeggen dan alleen wat in artikel 30 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief