De zondag (1)
2001-08-31
Rustdag – Bevrijdingsdag – Afhankelijkheidsdag – Ontmoetingsdag – Vaderdag – Familiedag. Een zestal typeringen die als invalshoek kunnen dienen om na te denken over de plaats van de zondag in ons leven.- Jaargang 45
- nummer 17
In het kader van een seizoensthema heb ik onlangs een aantal preken aan ‘de zondag’ gewijd, bedoeld als aanzet tot een gezamenlijke bezinning op onze beleving van deze dag.
In twee artikelen wil ik enkele bijbelstheologische overwegingen aanreiken, als hulplijnen om de viering van de zondag gestalte te geven.
Om de maatschappelijke context aan te geven, eerst een gedichtje van Ivo de Wijs. U vindt het in de kolom hiernaast.
Dit gedichtje was een paar jaar geleden nog ondenkbaar geweest. Als nietchristenen of ex-christenen over de zondag spraken, ging het vooral over de beklemming die deze dag voor hen had.
Trouwens, ook christenen zelf hebben soms een behoorlijke kater overgehouden aan alle ruzies thuis over wat je op zondag nu wel en niet mocht. De meeste van zulke regeltjes hebben ze inmiddels al lang en breed over boord gezet.
Maar nu de tijden zijn veranderd, komen sommigen tot de ontdekking dat ze met het badwater ook het kind zelf, de zondag hebben weggegooid.
1) Rustdag
Het motief van de rustdag kan het beste vanuit het scheppingslied van Genesis 1 worden benaderd. Zeer verrassend eindigt dit lied met een passage over God die rustte op de zevende dag. Deze mededeling komt enigszins onverwacht, want het scheppingslied leek al af te zijn. In zes coupletten is heel Gods scheppingswerk bezongen, met als hoogtepunt de schepping van de mens op de zesde dag. Dat dit lied zijn climax bij de schepping van de mens feitelijk al heeft bereikt, blijkt uit het afwijkende patroon dat het zesde couplet kenmerkt. Vóórdat God de mens schiep, gaat Hij uitdrukkelijk bij zichzelf te rade. Nàdat Hij de mens geschapen heeft, geeft Hij hem vrijwel heel de voorafgaande schepping in beheer. God ziet de mens dus als kroon op zijn scheppingswerk, zodat het zesde couplet bij wijze van samenvatting kan eindigen met de mededeling dat God alles wat Hij gemaakt had nog eens overzag en het was zeer goed. ‘Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer’, een slotconclusie die uitnodigt om amen te zeggen. Maar ondanks dit slotakkoord, gaat het lied onverwacht verder. Er volgt nog een zevende dag, een rustdag die opvallend genoeg niet wordt afgesloten.
Nu lees je niet: ‘Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zevende dag’. Deze zevende dag heeft een open einde. Zou God met deze rustdag iets bijzonders op het oog hebben?
Geen natuur, maar genade
‘God zegende de zevende dag en heiligde die’. Natuurlijk moet je hierbij direct aan de sabbat denken. De onbekende dichter kende de sabbat al en heeft zijn scheppingslied op het ritme van de week geschreven. Deze associatie met de sabbat betekent niet dat God de sabbat al bij de schepping heeft ingesteld. Er staat dat God zelf deze dag geheiligd heeft. Aan de mensen wordt nog geen opdracht gegeven om datzelfde ook te doen. Dat komt later pas, wanneer Israël bij de berg Sinaï zijn Tien Geboden ontvangt, inclusief het gebod om de zevende dag te heiligen, zoals God zelf deze dag al bij de schepping geheiligd heeft. Het sabbatsgebod grijpt wel terug op Gods rusten bij de schepping, maar nergens blijkt dat God deze rustdag ook bij de schepping al aan de mens gegeven heeft.
We moeten daarom terughoudend zijn om de wekelijkse rustdag een scheppingsgegeven te noemen, want dat is teveel gezegd. De rustdag hangt wel samen met en verwijst wel naar de schepping, maar is er niet mee gegeven.
God heeft deze rustdag pas in de woestijntijd aan Israël gegeven.
Daarom heeft deze dag meer met Gods genade te maken dan met de natuur.
Dat blijkt ook hieruit, dat het ritme van de week niet rechtstreeks uit de natuur valt af te lezen. Het ritme van dag en nacht wel, van de maanden ook, evenals het ritme van jaren en jaargetijden.
Dat zijn echte scheppingsgegevens, gegeven met de schepping van de zon, maan en sterren, die bedoeld zijn om scheiding te maken tussen dag en nacht, en om vaste tijden, dagen en jaren aan te geven. Maar het weekritme van zes werkdagen en één rustdag, valt niet zomaar uit de schepping af te lezen.
Vandaar dat de dieren geen wekelijkse rustdag kennen en je ook bij de volken rondom Israël een wekelijkse sabbat nergens tegenkomt. Dat wij vandaag een wekelijkse rustdag hebben – aan het verschil tussen sabbat en zondag ga ik nog even voorbij –, is een genadegave die God eerst aan Israël heeft gegeven, maar waaraan via Israël ook de andere volken hebben deelgekregen.
Beeld van God
In navolging van God mag ook de mens één dag van de week heiligen door van zijn werk te rusten. Niet alleen in ons werken mogen wij blijkbaar beeld van God zijn, in de wijze waarop wij nieuwe dingen tot stand brengen, maar ook in ons rusten. Deze notie is van belang voor onze samenleving, omdat we juist in het rusten kunnen laten zien dat het niet van onze eigen inspanning afhangt dat het leven voortgaat en dat niet economische vooruitgang onze enige troost is. We mogen adem scheppen en onbekommerd genieten van wat ons geschonken is.
Herschepping
Ten diepste verlangt God ernaar om ons in zijn rust te laten delen. Vandaar ook dat die zevende scheppingsdag een open einde heeft. Er ligt een belofte in die naar de toekomst wijst. Het geschenk van de rustdag wijst niet alleen terug naar de schepping, maar is ook bedoeld om vooruit te wijzen naar de herschepping. Het ziet op Gods verlangen om ons tot zijn eigen rust te laten ingaan, de sabbatsrust waarbij wij tot rust zijn gekomen van onze werken, evenals God van de zijne (Hebr. 4,9-10).
In die zin mogen wij de wekelijkse rustdag ook beleven als een voorbode van de eeuwige rust. Deze betekenis houdt de rustdag ook wanneer wij als christenen geloven dat de herschepping in Christus al begonnen is. De rustdag vertelt ons dat we nog onderweg zijn en helpt ons om ‘de eeuwigheid op zicht’ te houden. Als we de zondag als rustdag kwijtraken, is dat niet alleen een verlies voor het mens-zijn als beeld van God, maar ook een verlies voor onze toekomstverwachting.
2) Bevrijdingsdag
Anders dan in de versie die Ex. 20 van het sabbatsgebod geeft, wordt in Deut. 5 niet naar de schepping, maar naar Israëls bevrijding uit Egypte verwezen.
Israël wordt herinnerd aan zijn vroegere slavenbestaan en aan de wijze waarop God zijn volk daarvan bevrijd heeft. De sabbatdag blijkt een gedenkdag te zijn, een soort bevrijdingsdag.
Nadrukkelijk komt er in Deut. 5 als uitroepteken nog een verklaring achteraan: ‘Daarom heeft u de HERE, uw God, geboden de sabbatdag te houden.’ Deze verklaring lijkt enigszins dubbelop, omdat Israël voor zijn bevrijding uit Egypte al eerder een speciale gedenkdag had ontvangen. Denk aan het Pascha dat volgens Ex. 12 al op de avond van de uittocht is ingesteld, als een jaarlijks terugkerend bevrijdingsfeest.
Blijkbaar heeft God het daar niet bij willen laten. Hij heeft de bevrijding uit Egypte zo belangrijk gevonden dat Hij zijn volk daar liefst elke week aan wilde herinneren, als een Pascha in het klein.
Verbondsteken
Het woord ‘herinneren’ is eigenlijk te zwak, want deze gedenkdag is niet bedoeld om de herinnering aan een stukje geschiedenis levend te houden.
In de sabbatdag zèlf ligt de verbinding met het verleden, doordat het laat zien dat de slavernij voorbij is. De sabbatdag zèlf is een preek-zonder-woorden die vertelt dat de slavernij voorbij is.
God heeft de sabbat dus niet enkel ná de bevrijding uit Egypte gegeven, maar ook vanwege die bevrijding. Die twee zijn niet alleen historisch, maar ook theologisch onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet toevallig wordt de sabbat daarom een teken van Gods verbond genoemd (Ex. 31,13.17), een zichtbaar teken dat Israël niet zonder doel uit de slavernij is losgekocht, maar dat God het bevrijd heeft om zijn eigen volk te zijn. Je kunt dit verbondsteken van de sabbat met een trouwring vergeleken. Dit beeld verduidelijkt waarom juist de bepalingen rond de sabbat in het Oude Testament zo streng waren. Verwaarlozing van de sabbat stond in Gods ogen gelijk aan het afdoen van de trouwring, een ontkenning van de verbondsrelatie. God heeft de Israëlieten in zijn vrijheid thuisgebracht en de sabbat was hèt middel om dat besef levend te houden en de rijkdom daarvan te beleven.
Van sabbat naar zondag
Van de sabbat van Israël kan geen rechte lijn worden doorgetrokken naar de christelijke zondag. Nergens zegt de bijbel dat de zondag de plaats van de sabbat heeft ingenomen, integendeel, als teken van het oude verbond wordt de sabbat met al zijn verplichtingen tot de schaduwen gerekend die zijn voorbij gegaan (Col. 2,16-17). Je kunt de zondag daarom geen verbondsteken meer noemen, op dezelfde manier als de sabbat dat was. Toch betekent dit niet dat er geen enkele samenhang tussen sabbat en zondag te ontdekken valt. Het is niet toevallig dat juist de zondag de rustdag van de kerk is geworden, alsof het evengoed een willekeurige andere dag had kunnen zijn.
Er zijn christenen die de zondag een uitvinding van de kerk of nog erger noemen, omdat de bijbel er grotendeels over zwijgt. Deze redenering gaat echter even kort door de bocht als wanneer mensen de zondag een verplaatste sabbat noemen. Net als bij de kinderdoop zijn in de bijbel wel aanknopingspunten voor de zondagsviering te vinden en heeft de kerk hierin Gods leiding ervaren. Al bij de eerste christenen ontstond de gewoonte om juist op de eerste dag van de week, de dag van Jezus’ opstanding, bij elkaar te komen (Hand. 20,7). Eerst bleven ze ook de sabbat nog onderhouden, maar toen het steeds duidelijker tot de kerk doordrong dat de betekenis van de sabbat door de geschiedenis van Jezus was ingehaald, kwam vooral bij de heidenchristenen het accent vanzelf meer op de zondag te liggen.
Paasfeest in het klein
Hoewel we alle joodse sabbatsregels achter ons hebben gelaten, mogen we de dag van de Heer, net als de sabbat, als een echte bevrijdingsdag vieren.
Niet ter herdenking van de bevrijding uit Egypte, maar van die van de zonde en de dood. De sabbat heeft met de komst van Christus afgedaan, zodat geen christen nog aan deze dag gebonden is vandaag. Maar tot de blijvende waarheid en inhoud ervan, mag je het element van bevrijding rekenen, dat Jezus’ overwinning ons bevrijd heeft van de zinloosheid van ons bestaan.
Natuurlijk is dat een gebeurtenis die je elk jaar met Pasen kunt vieren, maar is het niet prachtig dat elke zondag een Paasfeest in het klein mag zijn?
In een samenleving die door een ontstellende richtingloosheid gekenmerkt wordt, hoewel alle mensen ‘jakkeren en jagen’, kan de zondag als bevrijdingsdag een richtingwijzer zijn naar Hem die onze lasten op zich heeft genomen.
3) Afhankelijkheidsdag
De zondag kan ook als afhankelijkheidsdag worden getypeerd, omdat je volgens de bijbel pas echt vrij bent als je van God afhankelijk bent geworden.
Deze les werd Israël in de geschiedenis van het manna bijgebracht (Ex. 16), toen God voorafgaande aan de wetgeving zijn volk al met de sabbatdag probeerde vertrouwd te maken, het in feite op de proef stelde of het al dan niet naar zijn wet zou wandelen. De sabbatdag als proefgebod. Het was een dag waarop Israël zijn afhankelijkheid van God moest belijden en mocht beleven.
Menselijk gesproken was de sabbat een hinderlijke onderbreking van het dagelijks leven. Elke week moest men een kostbare dag zomaar ‘ongebruikt’ laten. Maar met deze wekelijkse oefening in afhankelijkheid heeft God zijn volk tot een levensstijl à la Matteüs 6 willen stimuleren. Een levensstijl die niet bepaald wordt door het verzamelen van schatten op aarde en door materiële zorgen, maar door het vertrouwen dat de hemelse Vader weet wat ieder nodig hebben.
In vrijheid getuigen
De vraag is natuurlijk of je ook onze zondag met een dergelijk leerdoel kunt verbinden. Opnieuw moeten we oppassen dat we geen gelijkteken tussen sabbat en zondag plaatsen, want onder het oude verbond mag de sabbat een pedagogische betekenis hebben gehad, vandaag zijn wij niet meer onder deze tuchtmeester (Gal. 3,23-25). Christus heeft ons het recht van zonen gegeven, met alle vrijheid die daarbij hoort, ook ten aanzien van de sabbatdag die zijn pedagogische betekenis verloren heeft.
De christelijke zondag draagt principieel een ander karakter dan de sabbat van Israël. De zondag is geen verplichte oefening, maar kan wel als getuigenis fungeren, als een door God gegeven mogelijkheid om in vrijheid van onze afhankelijkheid te getuigen. Het is geen onbelangrijk verschil dat ik hiermee maak, want dit heeft gevolgen voor de manier waarop je vandaag aankijkt tegen een gevoelig onderwerp als werken op zondag bijvoorbeeld. Wie sabbat en zondag direct in elkaars verlengde ziet, vervalt spoedig tot allerlei vormen van wetticisme, met allerlei ge- en verboden tot gevolg.
Of werken op zondag zonde is, hangt af van de levenshouding die uit je werken spreekt. Doe je je werk in het besef dat je niet alleen van brood kunt leven of heb je een heidense manier van werken? Het gaat erom dat je weet wat het is om uit Gods hand te leven, in vertrouwen en afhankelijkheid.
Niet alles is nuttig
Paulus kwam altijd op voor de christelijke vrijheid, maar had tegelijk scherp oog voor de risico’s die daarmee verbonden waren. Toen de Korintiërs te pas en te onpas de leus hanteerden dat alles geoorloofd is, haakte Paulus daarop in door te zeggen: ‘Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig.
Alles is geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten.’ (1 Kor. 6,12) Deze wijsheid kan ook op de zondag worden toegepast en biedt een meer bijbelse benadering dan alle zondagswerk per definitie als zondig werk te kwalificeren. Niet dat werken op zondag nu ook bijzonder nuttig of opbouwend is, noch voor de persoon zelf, noch voor onze samenleving als geheel. Juist in een samenleving waarin het materialisme groot is, beidt de zondag een belangrijke mogelijkheid om te getuigen van onze afhankelijkheid van God en van een andere levensstijl.
Om het een beetje Paulus-achtig te zeggen: Ik acht dus om de bestaande nood dit goed, dat het voor een mens goed is, om zo mogelijk geen zondagswerk te verrichten. Dat kon ook voor onze samenleving wel eens goed zijn. We mogen het geschenk van de rustdag gebruiken als getuigenis dat een mens pas echt vrij is wanneer hij van God afhankelijk is.
| Geef mij de zondag terug... Je kon lopen door de stad Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat Met een hond, als je die had En desnoods midden op de straat De klokken van de toren Waren overal te horen En je was het je geen ogenblik bewust Maar het was de dag der dagen Zonder jakkeren en jagen De wereld was een hele dag op rust Er is geen zondag meer Er is alleen lawaai en snelverkeer Er is gedender en gedaver Van Sint-Philipsland tot Sneek Er is geen eind en geen begin meer aan de week Er is geen zondag meer Geen zondag meer En alles racet en raast Er is geen zondag meer, er is alleen maar haast Je was vrij, je had geen werk Je had 't park of 't plantsoen 's Morgens ging je naar de kerk Al zag je mij dat zelden doen De vogels kwamen zingen En je deed je vaste dingen Wim de Bie en Kees van Kooten op de buis Of je liep gezellig binnen Bij je vrienden en vriendinnen Daar ben ik dan! - en iedereen was thuis Er is geen zondag meer Er is klandizie en parkeerbeheer Er is getoeter en getetter Tussen Hulst en Hoogezand Er is geen zondag meer, geen zon meer in dit land Er is geen zondag meer Geen zondag meer En alles wat ik zie Dat is de vierentwintiguurs-economie Er is geen zondag meer Geen alles-mocht-en-alles-kon-dag meer Ik wil 'm terug, precies als vroeger Met de warenhuizen dicht Want ik wil eens per week de eeuwigheid op zicht Ik wil de zondag terug M'n zondag terug! De stilte en het groen Ik wil de zondag terug, de zondag terug van toen |