Jeugdwerk en geloofsopvoeding
2001-08-31
Jongeren groeien op naar zelfstandigheid.- Jaargang 45
- nummer 17
Totaal afhankelijke baby’s worden ondernemende kinderen, semi-zelfstandige pubers en als het goed is ook volwassen. Ook het geloof maakt hierin een ontwikkeling door. In het kerkelijk jeugdwerk noemen we dit hele proces geloofsopvoeding. Dat heeft alles te maken met het opvoeden en vormen van jongeren. In dit artikel wordt geloofsopvoeding vanuit twee kanten bekeken. André Maliepaard, jeugdwerkadviseur voor de Stichting NGJ, bekijkt geloofsopvoeding vanuit het kader van het kerkelijk jeugdwerk en Henk van Dam, staffunctionaris bij Radar, bekijkt geloofsopvoeding vanuit het gezin.
Jeugdwerkers tweederangs opvoeders
Tweederangs klinkt een beetje negatief.
Toch is het niet zo bedoeld, tweederangs wil vooral zeggen dat jeugdwerkers in een kerk geen eerste verantwoordelijkheid dragen voor de geloofsopvoeding van jongeren. Van een jeugdwerker wordt niet verlangd dat hij erbij is als de peuter de eerste stapjes zet en dat een hij alle normen en waarden ‘aanleert’ aan een kind.
Van een jeugdwerker hoeft niet worden verwacht dat hij afspraken maakt over hoe de tiener zich thuis hoort te gedragen en dat hij met de tiener voor het eerst gaat bijbellezen en bidden.
Het wil niet zeggen dat nooit zal gebeuren, maar als de gelovige ouders hun taak goed hebben verstaan en hebben geprobeerd hun belofte bij de doop concreet handen en voeten te geven, dan zijn dit soort opvoedingstaken geen taken voor jeugdwerkers.
En dus zijn jeugdwerkers tweederangs opvoeders of anders gezegd, jeugdwerkers zijn geen ouders.
Verder kun je ook zeggen dat de taak van jeugdwerkers meer vormend is dan opvoedend. Al ligt dat voor mijn gevoel erg dicht bij elkaar. Een jeugdwerker helpt een jongere om zijn eigen identiteit vorm te geven en te groeien in zijn of haar geloof. Dit doet hij door de verschillende (geloofs)waarden die een jongere vanuit zijn opvoeding meegekregen heeft, met daarnaast de waarden en normen die de Bijbel ons aanreikt, onder de loep te nemen en zo een weg te zoeken voor het leven van alledag. Een leven dat allereerst gericht is op het herstel van gebroken relaties. De relatie met God, met zichzelf, met zijn ouders en met anderen.
Jeugdwerk in de Bijbel
Jeugdwerk heeft alles te maken met leiderschap. Een jeugdwerker leidt een jeugdclub. De Bijbel is heel duidelijk over leiderschap. Leiden is dienen.
Over Jezus wordt gezegd dat Hij de gestalte van een dienstknecht aannam (Filippenzen 2:1-11). Dezelfde Jezus die mensen oproept om Hem te volgen.
Als jeugdwerker sta je in dienst van je tieners. Je kunt dienen door goed te leiden. Dat leiden wordt in de Bijbel vaak vergeleken met het leiden van een kudde schapen. Maar je moet de kudde niet leiden als een stel huurlingen, maar als een goede herder. (Johannes 10:1-21) In de brief van Petrus wordt dat concreet gemaakt. ‘Niet als heerschappijvoerend (…) maar als voorbeelden van de kudde’ (1 Petrus 5:1-4) En ergens anders wordt het beschreven als een voorbeeld van goede werken, goed onderwijs en eerbaar, waardig gedrag. (Titus 2:7) Leiderschap is dienen door een goed voorbeeld te zijn. Als jonge mensen ergens een behoefte aan hebben dan is dat wel aan een goed voorbeeld, een christen die hen in de praktijk laat zien wat geloven is, die hen helpt in de zoektocht naar de praktijk van geloven in het leven van alledag en die hen kan onderwijzen in wat de Bijbel te zeggen heeft over hun eigen leven.
Goed voorbeeld doet navolgen
Hoe kun je als jeugdwerker een goed voorbeeld zijn voor jongeren?
Opgroeien in de Bijbel heeft alles te maken met twee basisrollen die een christen kan hebben. De rol van voorbeeld en de rol van navolger. Iedere christen is altijd navolger. Navolger van Christus. Dat staat voorop. Daarnaast kan het rollenpatroon zich nogal eens verwisselen. Op de Bijbelstudiegroep van woensdagavond ben je een navolger en op de jeugdclub van vrijdagavond ben je een voorbeeld. Op zondagmorgen al luisterend naar de preek ben je een navolger en een krap uurtje later tijdens de koffie ben je een voorbeeld voor je kinderen. Als jeugdwerker kun je een goed voorbeeld voor jongeren zijn door een levende relatie met Jezus te hebben. Wat betekent dat concreet? Dat je dienstbaar bent. Dat je de boodschap van de Bijbel in woord en daad toepasbaar probeert te maken voor jongeren. Dat je jongeren stimuleert hun identiteit te vormen op basis van wat ze meegekregen hebben in hun opvoeding en in de Bijbel. Door transparant te zijn, zodat jonge mensen kunnen zien hoe jij met bepaalde geloofszaken omgaat in het leven van alledag. Door jezelf te zijn als christen in levende relatie met God door Jezus.
Geloofsopvoeding vanuit gemeente en gezin
In de kerk denken we als het om opvoeding en vorming van jongeren gaat al heel snel aan het jeugdwerk en allerlei activiteiten die in dat kader georganiseerd worden. Terecht, want daarin ligt de eigenheid van de kerkelijke gemeente. Bovendien zijn allerlei activiteiten die vanuit de gemeente voor jongeren worden georganiseerd ook van grote betekenis voor hen.
Maar ..... er is als het om geloofsopvoeding gaat meer te noemen. Hoe belangrijk en hoe waardevol datgene is wat de gemeente organiseert; opvoeding en dus ook geloofsopvoeding is en blijft in de eerste plaats een zaak van de ouders en van het gezin. Wat ook gebeurt vanuit de kerk, via vrienden of op school, niets vervangt het unieke van wat vanuit het gezin en door de ouders gebeurt in de opvoeding van hun eigen kinderen. En alles wat de gemeente en de school kan doen is niet meer dan voortborduren op het fundament wat vanuit het gezin gelegd is.
Ouders in de Bijbel
De gedachte dat je als ouder een zo belangrijke schakel bent is op zich natuurlijk heel mooi. Tegelijk is de vraag hoe belangrijk je precies bent en wat de "grond" is voor die uitspraak.
In de Bijbel zie je op meerdere plaatsen dat wanneer het om (geloofs)opvoeding gaat, de ouders vooral genoemd worden. Een bekend voorbeeld daarvan is psalm 78. Daar staat dat de vaders (en dus de ouders) degenen zijn die de grote daden van God doorvertellen aan hun kinderen opdat die kinderen die daden horen, geloven en ze vervolgens weer doorvertellen aan hun kinderen. Blijkbaar gebeurt dat (dat wordt meerdere keren met nadruk gezegd) door de ouders. Zij hebben zelf gehoord, zelf geloofd en zo vertellen ze door aan hun kinderen. Opdat die kinderen straks op hun beurt die rol zullen vervullen voor hun kinderen!
En ook, op andere plekken in de Bijbel zie je dat (geloofs)opvoeding primair geplaatst wordt in het kader van het gezin.
Wie ben jij als ouder?
Als je de Bijbelgegevens op je in laat werken komt die vraag meteen op.
Wie ben je als ouder? Vanwaar die centrale plek in de Bijbel voor ouders?
Over het gezin valt veel te zeggen.
Maar het allerbelangrijkste is toch wel dat het gezin dé plek bij uitstek is waar kinderen leven in relatie met hun ouders en omgekeerd ouders bouwen aan een relatie met hun kinderen. Die relatie heeft (althans zo is het vanuit de schepping bedoeld) een heel intiem karakter. Je zou kunnen zeggen: de meest intieme relatie in het leven van een kind is de relatie met zijn of haar eigen papa/mama. Nergens zijn relaties intiemer dan juist in het gezin, met name als het gaat om jongere kinderen.
En wanneer kinderen tiener worden en die relatie anders (niet minder) wordt, dan is juist die (h)echte ouder-kind relatie een onmisbaar fundament om in het gezin elkaar vast te blijven houden.
nergens zijn relaties intiemer dan in het gezin In die intieme relatie tussen ouders en kinderen vindt geloofsopvoeding plaats.
Dat heeft te maken met het feit dat kinderen vooral leren (geloven) via het voorbeeld van ouderen en daarin nemen ouders een eerste plek in. Als we geloven omschrijven als: leven in relatie met God die als een Vader voor je zorgt, dan zal het meteen duidelijk zijn. Kinderen leren (zo) geloven in God door wie hun eigen vader/moeder voor hen is. Nergens zien kinderen een scherper plaatje van God dan in het voorbeeld van hun eigen ouders. En wanneer je geloven omschrijft als "schuilen bij God" dan leren kinderen nooit duidelijker geloven dan wanneer ze een schuilplek vinden in de intieme kring van het gezin. Schuilen bij je eigen papa of mama die je vertelt over die Ander bij wie je schuilen mag en die als een schuilplaats voor je wil zijn.
Zo leren kinderen geloven.
En omdat kinderen zo leren geloven, daarom is het gezin en zijn ouders onmisbaar! Belangrijker dan ze zichzelf misschien ooit bewust zijn geweest.
Juist in die eerste fase geldt dat. De indrukken in de eerste levensjaren trekken een spoor wat levenslang meegaat. Ga maar na in een verpleeghuis waar dementerende bejaarden wonen. de bewoners weten van het hier en nu niets meer, maar ze zingen nog wel de liedjes die ze als kind op de zondagsschool hebben geleerd. Zo lang gaat het eerste spoor mee.
Levenslang. En juist in het gezin, als ouder mag je in die eerste fase een levensspoor trekken.
Meer weten?
André Maliepaard werkt bij de Stichting NGJ die zich binnen de Nederlands Gereformeerde Kerk bezig houdt met het ondersteunen van het plaatselijk jeugdwerk vanuit een Bijbelse grondslag. Voor vragen kunt u bellen: (0342) 478949 of mailen amtienercoach.ngj@planet.nl.
Henk van Dam werkt bij Radar, een organisatie die zich interkerkelijk bezig houdt met geloofsopvoeding. Voor vragen kunt u bellen: 033-2866417 of mailen radar@basepoint.nl.