Echtscheiding kwam in mijn woordenboek niet voor
2001-08-31
We leven in een tijd waarin 'alles moet kunnen', ook als het om relaties gaat.- Jaargang 45
- nummer 17
Als christenen hebben we gelukkig normen en waarden waarlangs we onze relaties kunnen bouwen.
En toch gaat het niet altijd goed met huwelijken die gesloten worden voor Gods aangezicht. Maria Stoorvogel en Anne Westerduin-de Jong hebben een boekje geschreven over echtscheiding binnen de gereformeerde gezindte.
Het legt de vinger bij de pijn die dat veroorzaakt, juist onder christenen die hun huwelijk gesloten hebben met de bedoeling het te laten duren 'tot de dood ons scheidt'.
De auteurs van het boekje hebben een aantal 'ervaringsdeskundigen' gevraagd te schrijven over de aanleiding van hun scheiding, de manier waarop ze die verwerkt hebben en de rol van het geloof en de kerkelijke gemeenschap daarin.Door de persoonlijke verhalen is het een makkelijk leesbaar boekje geworden, dat bij het lezen een zeer ongemakkelijk gevoel kan geven.
En dat is waaschijnlijk ook de bedoeling van de auteurs. Want een van de grote problemen waar gescheidenen tegenop lopen, is de onmacht en de vooroordelen van hun omgeving.
Daardoor worden ze, in een periode waarin ze juist hard steun nodig hebben, vaak gemeden, of moeten ze het met goedkoop commentaar doen.
De vragen van de mensen die hun huwelijk zien stranden zijn vaak dezelfde als die hun omgeving stelt: "Mag scheiden wel? Had het niet anders gekund met God samen? Wat doe ik met mijn schuld?" De vrouw die fysiek geweld van haar man ondervindt, iemand die met ontrouw te maken krijgt, de man van een alcoholiste, partners die niet kunnen communiceren, wat kunnen ze doen om te voorkomen dat ze als mens en kind van God kapot gaan?
Gevoelens van schaamte en de angst om vermaand te worden en te horen wat men zelf ook al weet, namelijk dat het huwelijk voor het leven bedoeld is, weerhoudt christenen er vaak van om op tijd aan de bel te trekken in de kerk.
Men stapt eerder op een arts of psycholoog af. Op het moment dat de kerk ermee wordt geconfronteerd is de scheiding vaak al een voldongen feit. En dan? De schuldvraag stellen? Tucht? Uit de verhalen van gescheiden mensen blijkt de verlegenheid bij veel kerkmensen. Dat betekent dat men niet alleen van een partner gescheiden wordt maar niet zelden ook van een gemeente, van taken en van de rol die men erin vervulde. "Je telt niet meer mee" schrijft een vrouw. Ze voelde zich door iedereen verlaten, ook door God.
Naast de persoonlijke verhalen vinden we een hoofdstuk over echtscheiding en de bijbel, factoren in onze cultuur die het huwelijk onder druk zetten, redenen waaròm mensen scheiden.
Na het hoofdstuk over echtscheiding binnen de kerk, waarbij de lezer zich afvraagt hoe het in vredesnaam wél moet, volgt een hoofdstuk met praktische handreikingen voor gescheiden mensen en voor hun omgeving. En ook voor ambtsdragers.
Echtscheiding wordt beschreven als een rouw-proces met drie fasen. In de eerste fase is het nodig om veel te kunnen praten en praktisch gesteund te worden om los te komen van het verlies.
In de tweede fase probeert men opnieuw zin aan het leven te geven. In de derde fase wordt de balans opgemaakt, waarbij men ook de positieve dingen uit het verleden een plek kan gaan geven en naar de toekomst kan kijken. Het boekje sluit af met een hoofdstuk over hertrouwen.
Wie eenvoudige antwoorden verwacht, zal geen plezier beleven aan dit boek.
De lezer wordt meegenomen in de verwarring van mensen die hun liefde hebben zien stranden en daardoor in een psychologische crisis en ook vaak in een geloofscrisis belanden. Welke gemeente in deze tijd heeft hier mee niet te maken? Het boekje vraagt aandacht voor hun isolement, zet aan het denken en geeft advies.
‘Echtscheiding kwam niet in mijn woordenboek voor’
gaat over mensen voor wie de scheiding een feit is. En dus uiteraard niet over huwelijken die vast zaten en toch weer een kans kregen en over de vraag of en hoe te zien is of er echt geen hoop meer is. Je kunt niet alles in één boek behandelen en de opzet van de schrijvers is duidelijk.
Wel is er aandacht voor wat we als kerk kunnen doen om huwelijken te beschermen en te voeden en een klimaat te scheppen waarin huwelijksproblemen geen taboe meer zijn, maar aandacht krijgen als er nog iets aan te doen is.
Wat na het lezen vooral overblijft is respect voor de openheid van mensen die werkelijk hun ziel hebben blootgegeven in het schrijven over hun pijn.
Het zijn geen gemeenteleden die tot de orde geroepen moeten worden.
Het zijn mensen die gesteund moeten worden en opgebouwd in hun relatie met God om een verlies van vertrouwen in zichzelf en anderen te verwerken.
Het boekje biedt pastorale bezinning voor iedereen die met echtscheiding in zijn omgeving of gemeente te maken krijgt.
Echtscheiding kwam niet in mijn woordenboek voor, Maria Stoorvogel en Drs Anne Westerduin-de Jong, 2000 Kok-Kampen ISBN 90 435 0265 0 NUGI 635, 130 blz, ƒ 24,90