Even stil
2001-09-28
Het geluid van walkmans, telefoons, radio’s en gewoon geklets vult het dagelijks bestaan van mijn leerlingen.- Jaargang 45
- nummer 19
Een oefening in mijn lokaal waarbij er stilte gewenst is, is bijna vragen om gegiechel en zenuwachtig gelach.
Uit persoonlijke gesprekken blijkt vaak dat leerlingen ’s avonds in bed graag met muziek op de achtergrond in slaap vallen.
Stilte is vreemd.
Stilte is eng.
Stilte is ongemakkelijk.
De afgelopen week was een week met stiltes. 11 september 2001 bepaalt volgens sommigen de rest van de geschiedenis. In ieder geval bepaalde het de rest van de schoolweek.
Ik lees vrijdagochtend in mijn krant dat veel scholen beducht zijn voor de 3 minuten stilte. Veel moslimleerlingen zouden hier wellicht ongepast op reageren.
Als ik een half uur later mijn eigen school inloop, lees ik in groot lettertype op de voordeur een mededeling van de directie: ‘Ook onze school houdt om 12 uur 3 minuten stilte. Leerlingen moeten in hun lokaal blijven en nog niet gaan pauzeren.’ Peinzend loop ik naar boven.
In mijn klas zitten 3 moslims.
Een collega zucht dat de ene minuut van 4 mei al nauwelijks door te komen is, laat staan 3 minuten, met 25 pubers.
Een ander meldt ernstig dat hij deze opdracht van directie niet uit zal voeren.
Vragend kijken we hem aan.
‘Ik laat ze kiezen,’ legt hij uit, ‘je hoeft bij mij niet verplicht deel te nemen aan welk eerbiedig, solidair of godsdienstig moment dan ook. Juist de vrijheid om hier ‘nee’ tegen te zeggen, maakt die 3 minuten waardevol.’ We denken na over z’n woorden. Ik zie in gedachten mijn drie moslimleerlingen zitten en schat in hoe ze zich zullen uiten. Ik weet het niet.
Een collega oppert dat we dit moeten bespreken met de directie. We besluiten ieder naar eigen inzicht te handelen.
Mijn klas komt als gewoonlijk luidruchtig binnen. De herrie is slechts schijn, want er ontstaat een hoorbare stilte als ik zonder spreken een poster op het bord hang. De skyline van Manhattan, met het WTC in trotse en ongeschonden staat.
Ik leg uit dat we stil zullen zijn aan het eind van mijn les, in het begin van de pauze. Ik leg uit dat je daar niet verplicht aan mee hoeft te doen. Je mag vertrekken. Solidair zijn met slachtoffers is een vrijheid, geen verplichting.
Er wordt gezucht. Er wordt begripsvol geknikt. Twee moslimmeisjes wisselen een blik uit.
Mijn les begint.
Vlak voordat het tijd is stop ik met mijn les en vraag de spullen op te ruimen en tassen van tafel te doen. Ook geef ik zo nonchalant mogelijk gelegenheid een keus te maken. Je mag nu weg om in de gang of kantine te pauzeren, of je blijft en gedenkt in stilte.
Iedereen kijkt voorzichtig niemand aan.
Niemand vertrekt en ik vervolg met een vraag of we wel of niet zullen eten in deze minuten.
‘Tuurlijk niet,’ reageert de klas fel.
ik vraag telefoons uit te zetten en vraag wie er moeite heeft om zo lang stil te zijn.
Veel vingers.
Ik vraag wie denkt te gaan giechelen of lachen, van de zenuwen of spanning.
Ik zie geen reactie, maar geef aan dat het niet erg is als je dat toch per ongeluk doet. Loop in dat geval gewoon naar de deur en ga even naar de gang.
Oke.
Dan klinkt de stem van de directeur door de intercom.
We worden stil.