Bij de naam noemen is kennen geworden
2001-09-28
Harry en Els Woensdregt. Hij is gepensioneerd en nog steeds actief op maatschappelijk gebied, onder andere in het vluchtelingenwerk. Zij is één van de vaste tekstlezers in de gemeente.- Jaargang 45
- nummer 19
Samen wandelen en fietsen ze veel.
Bijna dertig jaar geleden kwamen ze met hun zoons IJme en Arjen vanuit Vlaardingen naar Alphen aan den Rijn.
Harry kreeg hier werk als verkoper in een herenmodezaak en ze vestigden zich in een flat in de nieuwbouwwijk Alphen Noord. Ze waren welgeteld het achtste Nederlands Gereformeerde gezin in hun nieuwe woonplaats. Hun koperen huwelijksfeest vierden ze vlak na de verhuizing. Het cadeau dat ze van hun Alphense broeders en zusters kregen (een oranje tafelkleed met bijbehorende servetten) hebben ze nog steeds.
Zij stonden aan de wieg van de Nederlands Gereformeerde kerk daar en nu die gemeente binnenkort haar vijfentwintig jarig bestaan hoopt te mogen vieren zijn zij nog steeds van de partij.
Als één van de weinigen, want Alphen aan den Rijn is een typische doorgangsgemeente met veel forenzen die zich soms slechts voor enkele jaren vestigen.
Ook in de kerkelijke gemeente is dat verschijnsel voelbaar. De talrijke uitnodigingen voor de dienst in september gingen het hele land door. Sommige oud-leden zijn pas verhuisd, anderen al veel langer. Harry en Els bleven. En vertellen.
Bewust
Aanvankelijk kerkten de Nederlands Gereformeerden uit Alphen aan den Rijn in Oegstgeest. Jullie hadden twee jonge kinderen, geen auto en dan toch kiezen voor een gemeente op 25 kilometer afstand?
‘We hebben er nooit aan gedacht een andere kerk op te zoeken. Dat deed je in die tijd niet zo makkelijk als nu soms wordt gedaan. Bovendien werden wij na de laatste scheuring bewust Nederlands gereformeerd.
Van tevoren hadden we wel met de gemeente in Oegstgeest gebeld. Toen hoorden we dat het vervoer naar de kerk altijd geregeld werd, desnoods zouden we opgehaald kunnen worden.
De Alphenaren maakten een rooster waarin de niet-autobezitters altijd mee konden rijden. Er was een sterke onderlinge band tussen de Alphense Nederlands Gereformeerden. Om de vier weken hadden we ‘een Alphense avond’, om praktische dingen te regelen, voor de gezelligheid en om elkaar te bemoedigen.
Ouderling Wim Moleveld, zelf woonachtig in Alphen, ouderling van de gemeente Oegstgeest met als wijk de Alphense gezinnen, was de motor achter deze activiteiten.
Jammer dat hij vlak voor dat we zelfstandig werden verhuisde.’ Er werd in die tijd enorm veel gebouwd in Alphen. Meer inwoners, meer kerkleden?
‘Een half jaar na onze komst stonden er ongeveer vijftien Alphense adressen in de ledenlijst. Harry zat al in de kerkenraad, hij had de wijk ‘Alphen’. Steeds weer hoorden Wim en hij tijdens de huisbezoeken de wens om in Alphen aan den Rijn een eigen gemeente te starten.
Hoewel het vervoer altijd perfect was geregeld bleef het een hele reis. Voor die twee zondagse diensten zat je bijna de hele dag in de auto. Om voor catechisatie een dergelijke reis nogmaals te ondernemen was amper te doen, dus werd onze eetkamer een keer per week omgebouwd tot catecheselokaal.’
Oliecrisis
Maar op zondag bleven jullie heen en weer rijden?
‘Totdat eind 1973 de oliecrisis aanbrak.
Dominees kregen een ontheffing van het rijverbod, gemeenteleden in de regel niet. De familie Marbus stelde toen hun ruime woonkamer ter beschikking.
Dus fietste iedereen op zondagochtend een tuinstoel onder de arm naar hen toe. Met zo’n twintig à dertig broeders en zusters volgden we de dienst van dominee Meint van den Berg terwijl we in de keuken de koffie al hoorden pruttelen. Het was zo onwennig om ’s middags geen dienst te hebben dat de rest van de dag ook vaak bij elkaar werd doorgebracht, inclusief de maaltijden.’ En na de crisis, begin ’74, terug naar Oegstgeest?
‘Natuurlijk, maar de besprekingen kwamen in een steeds verder gevorderd stadium. 27 Mei 1975 hadden we weer een Alphense avond, in feite een gemeentevergadering voor de Alphenaren.
We spraken over hele praktische zaken, waaronder de huisvesting en de financiën. Een aantal gebruiken vanuit Oegstgeest werd zonder discussie overgenomen, zoals het collecteren door de kinderen, het informele karakter (elkaar bij de voornaam noemen), het preeklezen door niet-ouderlingen en één keer per maand avondmaal vieren. Het laten maken van preken door niet-theologen werd niet overgenomen en de vraag of wij het akkoord van kerkelijk samenleven zouden ondertekenen werd nog even uitgesteld.
Krap een jaar later, 24 april 1976 ging dominee Meint van der Berg voor in de eerste officiële dienst, in de Salvatorikerk.’
Handoplegging
Grote kerk. Hoeveel leden hadden jullie op dat moment?
‘Tweeënveertig belijdende en achtendertig doopleden. Maar het was vol.
Naar iedere kerk in Alphen waren uitnodigingen gestuurd en ook het gemeentebestuur kwam met een afvaardiging, waaronder de burgermeester.
Bovendien was er die ochtend in Oegstgeest geen dienst zodat ook die broeders en zusters er bijna allemaal waren.
Vanwege de instituering werden de ouderlingen door handoplegging bevestigd.’ En de week daarna zaten jullie in de voorlopige kerkzaal, een speeltuingebouwtje.
‘Tussen de slingers van het feest dat daar de avond ervoor was gevierd. We kregen een preekstoel van Zoetermeer, het orgel leenden we van broeder Mol.
We hadden een zeer gewaardeerd consulent in dominee Van den Berg. Na hem mochten we een beroep doen op de liefdevolle wijsheid van dominee Waagmeester, die inmiddels met emeritaat was. Er is een voordeel verbonden aan het niet hebben van een dominee; ieder gemeentelid moet erg actief zijn. Dat was iets dat zelfs buitenkerkelijken opviel. Zo hoefde de thuiszorg nooit ingeschakeld te worden, er was hulp vanuit de gemeente.
Als iemand ging verhuizen stond er altijd een ploegje helpers klaar. De crèche werd bij gemeenteleden aan huis geregeld.
Het kerkblad werd met de hand gestencild, een dubbelgevouwen A-viertje.’
Klinkt allemaal ideaal.
‘Het ging allemaal goed maar toch misten we een herder. Zodra het financieel enigszins mogelijk leek zijn we een dominee gaan beroepen. We kozen er voor niet te gaan werken met hoorders, zoals de meeste gemeenten doen.
Tijdens een vergadering werd er gekeken naar wat onze gemeente nodig had, wat financieel haalbaar was en welke dominee daarvoor dan in aanmerking zou kunnen komen. Zo hadden we eind ’82 een gesprek met Marten de Jong. Hij zei ‘ja’ en werd onze eerste dominee. Na hem kwam Mark Janssens (okt. 88) en tenslotte onze huidige dominee, Johan de Jonge, sinds 1997.’
Positieve ontwikkeling
Een eigen dominee, een ruime schoolaula om in te kerken, een groter ledental.
Wat vinden jullie de meest positieve ontwikkeling van de afgelopen vijfentwintig jaar?
‘Beslist de veranderingen in de liturgie.
We zingen nu iedere dienst uit de evangelische liedbundel, er is een duidelijke plaats voor de kinderen en de jeugd in de dienst. De meer blije organisatie maakt dat je beter stilstaat bij wie God voor je is.’
Maar nog wel steeds een doorgangsgemeente.
‘Inderdaad, en ook dat heeft voordelen.
Zoveel hoofden, zoveel zinnen.
Geregeld moet je nadenken over vragen die gesteld worden door mensen die het anders gewend zijn. Het voorkomt vastroesten en houdt je alert voor wat de kern is van het gemeente van God zijn. Veranderingen hoeven niet verkeerd te zijn, oude gewoonten ook niet. Je houdt zo een open houding naar anderen, en vooral een open hart.
Nederlands Gereformeerd met een tikje Alphense eigenwijzigheid. Is dat wat jullie gemeente kenmerkt?
Harry : ‘Het akkoord van kerkelijk samenleven hebben we uiteindelijk toch ondertekend. Toen is wel met nadruk gesteld dat we de Nederlands Gereformeerde naam dragen maar dat we daarnaast in de eerste plaats kerk van Jezus Christus zijn. Dat geldt nog steeds. Bij alle veranderingen is dát gebleven.
Els: ‘Al heel vroeg hebben we gezegd dat we open willen staan voor iedereen.
Dat is uitgekomen, nieuwe mensen vinden makkelijk aansluiting. Nog steeds is er hulp bij verhuizingen. In tijden van nood weten we elkaar te vinden. Zeg het maar zo: ‘Het elkaar bij de naam noemen is elkaar kennen geworden.’