Wil je wel geloven dat het groeien gaat?
2001-10-12
Math. 7 : 12 - Jaargang 45
- nummer 20
Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.
Wat me opviel, vlak na die verbijsterende gebeurtenissen in Amerika – nu ik dit schrijf alweer ruim een week geleden – waren er die stemmen die zeiden: laten we nu in vredesnaam hierop niet reageren op een manier die zich eigenlijk in niets onderscheidt van wat de daders Amerika en de wereld en ons hebben aangedaan.
Laten we hen niet met gelijke munt terugbetalen. Laten wij nu iets tonen van menselijkheid, - mede-menselijkheid.
Ik weet niet hoe zuiver die stemmen klonken. Ook niet, hoe volhardend ze zullen zijn. Je kunt uit allerlei opzichten er van alles op afdingen.
Maar ik weet wel, dat ze allemaal vroegen om dat, waarom het God begonnen is. Ze riepen: laat ons mènsen zijn – méde-mensen.
Daarom gaat het God toch? Dat is toch precies wat Jezus bedoelde, toen
Hij zei: Behandel de mensen zoals u door hen behandeld wilt worden? Want dat is waarom het gaat in de wet en de profeten. Heel de Schrift draait om dit ene: dat mensen weer voor elkaar bestaan.
Hiervoor heeft God alles over: dat mensen weer mènsen worden.
Mensen. Dat wil zeggen mede-mensen – die net zo goed of minstens zo goed voor een ander zorgen als ze zorgen voor zichzelf. En dus houden ze rekening met de zwakheden van anderen, want ze willen toch ook graag dat die anderen begrip hebben voor hùn gebreken. En ze zijn er altijd op gespitst het belang van de ander te dienen, want ze verwachten toch ook dat de ander met hùn belang rekening houdt. Als ze uitgescholden worden, schelden ze niet terug. Als over hen heengelopen wordt gaan ze niet dreigen. En als ze zelf bedreigd worden, zeggen ze: vrede zij u. Jij keert je wel tegen mij, maar ik sta aan jouw kant. Want: ik wil zo dolgraag dat jij aan mijn kant staat.
Jij, zegt Jezus tegen mij, - jij weet toch zeker wel wat jij van anderen verwacht? Doen die anderen dat?
Nee, meestal niet. En daar kun je verschrikkelijk aan lijden. En je kunt er een leven lang over jammeren. Maar als Wet en Profeten je nog iets zeggen, dan weet je: God blijft mij aankijken vol verwachting. En wat doe jij?
Omdat hij eerst gezegd heeft: bidt en u zal gegéven worden (Vs 7)
Daarmee kan ik niet veel tegen terrorisme beginnen, lijkt het. Ook niet tegen gewelddadig anti-terrorisme.
Zo lijkt het.
Of is dit nu juist het begin: dat ik het ga doen? Dat wij het gaan doen, bij vrouw en kinderen, bij onze collega’s en in de gemeente? Een klein begin.
Zo klein als een mosterdzaadje. Maar dat piepkleine zaadje, zegt Jezus, groeit uit tot een wereldboom. En als wij het, telkens weer, toch beginnen te doen, ja dan
verhogen wij de dag,
verhogen wij het leven
en roepen heil en zegen
over de aarde af
(Ld 99 : 5)