Radio

2001-10-12
  • Jaargang 45
  • nummer 20
De Gereformeerde Gemeenten hebben het er moeilijk mee. Het leven in deze wereld en in deze tijd roept zoveel vragen op, dat de neiging blijkbaar heel sterk is om alle gordijnen radicaal dicht te trekken om zo de boze wereld buiten te sluiten; zowel op het terrein van de leer als op dat van het leven. Eerst was het dr. Blaauwendraad, die probeerde de leer van de Gereformeerde Gemeenten een beetje los te halen uit de loopgraven van de traditie. Helaas viel hem, althans in het officiële circuit van zijn kerkgenootschap, alleen afkeuring en veroordeling ten deel. Uiteindelijk hield hij het niet langer vol en ging over naar de Hervormde kerk (Gereformeerde Bond). Of de rust daarmee is weergekeerd valt nog te bezien. Inmiddels verscheen er een boekje (‘De toeleidende weg tot Christus’) van de hand van ds C. Harinck, die het, zij het heel voorzichtig, toch een beetje opneemt voor Blaauwendraad.
Onrust dus rond de leer van de Gereformeerde Gemeenten. Maar ook op het terrein van het leven is er wat aan de hand. Ouderling K. Bokma besloot mee te werken aan het EO-programma ‘Laat ons de rustdag wijden’ (eind juni). Nu is de officiële lijn binnen dit kerkverband dat radio en televisie taboe zijn; ook als het gaat om de verkondiging van het Evangelie. En dus veroorzaakte de stap van Bokma nogal wat commotie; met o.a. als gevolg dat hij inmiddels afgetreden is als ouderling.
Natuurlijk vraagt zoiets om verantwoording: geldt de oude gedragslijn nog onverkort, of is het in deze tijd nodig om ruimte te geven voor verandering?
In een serie van drie artikelen in het landelijk kerkblad De Saambinder tracht ds D. de Wit aan te tonen dat God geen ander middel wil gebruiken om mensen te roepen tot zaligheid dan het door ambtsdragers gesproken woord. Hij beroept zich voor deze gedachte op Schriftplaatsen als Romeinen 10:14-18 en 2 Timoteüs 4:2-5, op de belijdenisgeschriften en op het bevestigingsformulier.
Op zijn argumentatie ga ik niet in, ik beperk me tot de slotconclusies aan het eind van het derde artikel (23 augustus). De Wit:
De Heere roept en zendt bepaalde mensen die Zijn Woord als een heraut moeten uitroepen. Het gezag en de majesteit van de prediking komt dus van de Koning Die gezonden heeft. Dit roepen en zenden gebeurt in de ambtelijke weg. De Heere zendt daartoe Zijn dienstknechten naar bepaalde plaatsen (tot wie Hij wil en wanneer Hij wil). Wanneer dit persoonlijke (geroepene en gezondene), ambtelijke en plaatselijke ontbreekt, is er geen sprake van prediking en ook niet van roepen tot de zaligheid. Alle andere, door ons mensen verzonnen, middelen, zoals radio, tv en Internet, om het Evangelie zogenaamd te verkondigen, zijn dus buiten de Schrift.
Wanneer wij bijvoorbeeld de radio gaan gebruiken om het Woord Gods te brengen daar waar dienstknechten niet kunnen komen, kunnen wij blijkbaar niet buigen onder Gods vrijmacht die Zijn dienstknechten zendt waar Hij wil en wanneer Hij wil. Dat is een ernstige zaak. We hebben het dan nog niet eens over de inhoud van de radioprogramma's als van de EO en Trans Word Radio (zéér evangelisch in de negatieve zin van het woord!) Met name de brieven (in de bijbel, mhtb) geven ook het exclusieve van de prediking aan. Wij moeten daarom niet spreken over het primaat van de prediking, alsof er daarnaast nog andere mogelijkheden zouden zijn. () Er wordt ook wel gezegd dat in de tijd van Paulus radio, tv en internet nog niet bekend was. Dat het middelen zijn die in de schepping liggen en nu tot ontplooiing zijn gebracht. Waarom mogen wij die dan niet dankbaar gebruiken?
Afgezien van het feit dat het Kuyperiaans is om te zeggen dat dit schatten zijn die verborgen lagen in de schepping, moeten we eenvoudig vaststellen dat de Heere in Zijn Woord maar één middel tot werking van het geloof gegeven heeft. () De Heere wil ons binden aan Zijn Woord! Dáár is ook alleen maar verwachting van.
Onze belijdenisgeschriften spreken op grond van Gods Woord óók van de krachtdadige roeping, dat is de wedergeboorte gewerkt door Gods Geest.
Deze is noodzakelijk en dat kan nog in het heden der genade. Wanneer wij andere middelen ver-zinnen en wijzer willen zijn dan God, dan komen we aan hét genademiddel, tot de zaligheid gegeven.
Hoe aantrekkelijk dan ook andere middelen kunnen zijn (meer mensen tegelijk bereikbaar, op plaatsen kunnen komen waar het anders niet kan...), zo heeft de Heere het niet gewild en dáárom mogen wij er ook geen gebruik van maken.
Een dergelijk standpunt (en hetzelfde gold ook voor de afwijzing van Blaauwendraad) betekent m.i. geen bijdrage aan de groei van het Koninkrijk van God, maar slechts aan het handhaven van oude tradities. Waar immers de norm, ondanks de schijn van het tegendeel, niet gesteld wordt door het niet aan tijd gebonden en daardoor telkens nieuwe Woord van God, maar door een door de traditie bepaalde historische vorm van kerk-zijn, is het onvermijdelijk dat er steeds meer spanningen zullen optreden. De keus wordt dan heel eenvoudig: blijven bij het oude (en daarmee accepteren dat God en geloof feitelijk geen relatie hebben met het leven anno 2001), of de onzekere weg opgaan van verandering, en van het zoeken naar een woord voor déze tijd en voor déze wereld - met daarbij ook gebruikmaking van de (technische) middelen die daarvoor in deze tijd beschikbaar zijn.
Vooralsnog is de keus van de Gereformeerde Gemeenten duidelijk; de besluiten van de onlangs gehouden Generale Synode zijn exact in lijn met het betoog van De Wit. Wat zou het heilzaam zijn als dit kerkgenootschap (in grootte dacht ik het vijfde van ons land) werkelijk de uitdaging van deze tijd zou aandurven, zonder te vervallen in de bijna automatische reflex van het wegduiken in de schuilkelders.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief