...maar het zal een wonder boven wonder zijn

2001-10-26
  • Jaargang 45
  • nummer 21
Op de zondag na de ramp in Amerika begonnen we de ochtenddienst met Psalm 79 : O God, nu zijn de heidenen gekomen. En toen kwamen we tenslotte ook toe aan de laatste woorden van vers 4: Vergeld het hun en laat hen zevenvoudig boeten.
Toen kon ik niet meer meezingen.
Toen wilde ik niet meer meezingen.
Ik was – bleek later – niet de enige.
Zelfs de dominee, die ons deze woorden in de mond legde, had er ook moeite mee.

Dezelfde moeite die mijn vrouw en ik hebben nu we, juist in deze dagen, begonnen zijn met de lezing van het psalmboek. Want hoe vaak wordt daarin niet gevraagd, geroepen, om vergelding.
Eén voorbeeld uit Psalm 17: ‘Kom, Heer, ga op hen af. Dwing hen op de knieën.
Trek uw zwaard, bevrijd me van die schurken, red me uit hun greep. Geef ze hun verdiende loon, bedelf ze onder uw straffen, stort die uit over hun kinderen, laat hun kleinkinderen er nog onder lijden’.
Kun je dat nog meezeggen, meezingen, als je van Jezus gehoord hebt: Heb uw vijanden lief en bid voor hen die u vervolgen. Want zó zijn jullie kinderen van je Vader in de hemel.
Jullie willen toch lijken op Hem, die zijn zon laat opgaan over bozen en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. En: indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader u niet vergeven.
Gelukkig: ook die geluiden zijn in de psalmen te horen. Ze klinken zelfs boven dat roepen om wraak en vergelding uit. Gelukkig, Israël is wel op weg naar de toekomst van God en naar het rijk van God en naar de vrede van God. Maar juist omdat in Jezus het rijk van God gekomen is en Gods toekomst is aangebroken en zijn vrede op deze aarde, déze aarde, naar ons toegekomen is, juist dáárom kan ik die storende bijgeluiden in de psalmen maar moeilijk accepteren. Accepteren als geluiden die ik vandaag nog mooi zou moeten vinden en waarmee ik zou moeten instemmen. Is het niet net, alsof er op een niet goed gestemd orgel een prachtig muziekstuk wordt gespeeld? Alleen: vanwege dat ontstemde orgel gooi ik die schitterende partituur niet weg.
Dat doet Jezus ook niet. Maar Hij zegt wel: jullie hebben gehoord, wat onze voorouders te horen hebben gekregen, - maar Ik zeg u………. En dan klinken die woorden die allemaal een uitwerking zijn van dat éne woord: jullie willen toch op God lijken?
Doe het dan zoals Hij.
En als ik dat hoor dan praat ik niet meer over wat een regering tegen het terrorisme moet ondernemen.
Alleen al om ons, burgers, zoveel mogelijk te beschermen tegen zulke ten hemel schreiende aanslagen als wij (uit de verte) hebben meegemaakt.
Maar ik weet wel dat dáárdoor het terrorisme niet overwonnen wordt en dat dáárdoor de wereld geen veilige wereld wordt en de samenleving geen sámenleving. En ik weet vooral dat de doorbraak van het leven komt doordat ik me niet keer tegen hen die zich keren tegen mij of me alleen maar in de kou laten staan. Doordat ik hen, die mij vervloeken, zégen. Doordat ik mijn hárt niet afwend van vervelende, agressieve, bedreigende mensen, maar een vriend voor hen blijf – een vriend: jij doet me wel vreselijk pijn, maar ik sta aan jouw kant. Mijn eerste en mijn laatste woord mag vrede zijn.
Onmogelijk, te lijken op God?
Ja, natuurlijk is dat onmogelijk.
Maar Jezus heeft eens gezegd: wat onmogelijk is bij jullie, mensen, dat is mogelijk bij God.
Onmogelijk?
Maar als we Hem nu eens écht geloofden.
Goed met een geloof dat zo klein is als een mosterdzaad.
Maar: als je een geloof hebt als een mosterdzaad, groeit de liefde uit boven de haat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief