Samen werken
2001-10-26
Eigenlijk heeft het naar mijn indruk verbazend weinig reacties opgeroepen: de deelname deze zomer van de Vrijgemaakt Gereformeerde kerk van Groningen-Oost aan het interkerkelijke evangelisatieproject Sonrise, en, in samenhang daarmee, het (waarnemend) lidmaatschap van het Evangelisch Contact Groningen. Wel een reactie kwam er van ds H. Drost, in de (Vrijg.) Gereformeerde Kerkbode voor Groningen, Friesland en Drenthe (21 september).- Jaargang 45
- nummer 21
Hij laat het klassieke geluid horen:
... uitvoerend samenwerken is en blijft volgens mij een zaak van de kerk die spreekt vanuit haar belijdenis.
Ds Jan-Willem Roosenbrand, één van de betrokken predikanten, krijgt in het volgende nummer van ditzelfde blad gelegenheid om te reageren. Ik laat hier weg het gedeelte waarin hij expliciet ingaat op de mening van Drost, en neem over wat hij omschrijft als ‘mijn eigen overwegingen en argumenten vóór samenwerking’. Met grote openheid haalt hij de nodige Vrijgemaakte heilige huisjes omver: Kerken die aan de kant bleven staan hebben daardoor een kans aan zich voorbij laten gaan om in de stad het getuigenis van Christus te versterken.
Ik vind dit in strijd met de opdracht van 3 Johannes vers 8: we moeten (omdat er zoveel misleiders zijn uitgegaan) samen werken voor de waarheid met ieder die onder de heidenen voor de Naam uitkomt. In onze samenleving zal een gezamenlijke actie altijd om heel primaire zaken gaan: God is er, Jezus leeft. Daarin staan veel (overigens verdeelde) kerken gezamenlijk aan het front.
Een argument dat ik nogal eens hoor om niet mee te doen is: je suggereert meer eenheid dan er is. Ik zet hiertegenover: door niet mee te doen met Sonrise communiceren gereformeerde kerken dat zij een ander evangelie brengen dan er nu gebracht is. En dat is eenvoudig niet waar. Want wat naar buiten kwam was: geloof in Christus en je wordt behouden. Ik preek in de Oosterkerk op dezelfde manier.
Natuurlijk heb ik ook wel meer te vertellen.
En baptisten vertellen in hun kerkdienst ook wel meer, en ook andere dingen dan ik preek. Maar als we naar buiten gaan spreken we af: nu houden we het op deze hoofdzaken.
Wie daar dan niet aan mee wil doen, suggereert dat er minder eenheid is dan er in werkelijkheid is.
Ik til hier heel zwaar aan. Juist uit liefde voor onze kerken. Ik ben in de afgelopen zomer diep getroffen door de grote vreugde van niet-vrijgemaakten over onze medewerking: dat was voor velen een verademing en reden tot lof op God, na alles wat ze in het verleden van dichtbij of verderaf aan arrogantie van onze kerken hadden ervaren.
Onze afzijdige houding in interkerkelijke contacten heeft zo veel pijn veroorzaakt! Daaraan merk je dat nietmeedoen (of je dat wilt of niet) communiceert dat je jezelf beter vindt dan de rest. Al leg je 100 keer uit dat dat niet de bedoeling is! () Een overweging om niet samen te evangeliseren als je kerkelijk niet eerst op één lijn staat, is: evangeliseren is kerkelijk werk, en kerkelijke eenheid moet aan die gezamenlijke acties vooraf gaan. Ik vraag me af: hoezo? () De praktijk wijst uit dat je niet eerst kerkelijk één hoeft te zijn, om samen te evangeliseren. De praktijk wijst uit dat samenwerking de weg opent om ook kerkelijk een beetje dichter bij elkaar te komen. Ik ben het er uit ervaring gewoon niet mee eens als men zegt dat over de kerkmuren heen samenwerken te goedkoop en vrijblijvend is.
Ik merk dat de verplichting tot nader contact en gesprek juist sterker op je af kan komen.
Ik zie het zo dat erin duiken en meedoen, de kerkelijke eenheid een heel klein beetje dichterbij brengt. Nee, niet veel. Maar ik heb nog nooit gezien dat afzijdigheid kerkelijke eenheid ook maar een steek dichterbij brengt. Zolang alles nog niet haalhaar blijkt, is iets beter dan niets.
Er is veel verdeeldheid. Helaas. Ik wil die niet verdedigen of in stand houden.
Ik wil wel opmerken dat geestelijke scheidslijnen niet langs kerkelijke scheidslijnen lopen. Zowel over de kerkmuren heen ervaar je dat God mensen samenbindt. En binnen dezelfde kerkmuren ervaar je ook dat mensen (ondanks alle woorden over kerkelijke samenbindende belijdenissen) op een wezenlijk niveau langs elkaar heen praten en geloven. Dat relativeert de betekenis van die belijdenis toch ook.
Kerkelijke eenheid is in de praktijk soms alleen organisatorische eenheid.
En dan zitten we ver beneden het niveau van de kerk als geestelijke gemeenschap, waar artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis mooie dingen over uitspreekt: de kerk die verbreid en verstrooid is over de hele wereld, is niettemin met hart en wil samengevoegd en verenigd in dezelfde Geest, door de kracht van het geloof. Ik wil maar zeggen: je moet ook niet álle kaarten zetten op de organisatorische en in uitgeschreven belijdenissen vastgelegde eenheid.
Tenslotte vat Roosenbrand zijn visie als volgt samen:
1. Door de situatie van vandaag zijn de kerkelijke positiekeuzes van de zestiende eeuw niet zonder meer en in gelijke mate altijd van belang voor evangelisatiewerk. De kerkelijke scheidslijnen lopen anders dan toen, en de samenleving is nu goddelozer en is vervreemd van het ABC van het evangelie.
2. Door mee te doen in de praktijk (ook al is het niet allemaal meteen te overzien hoe het uitpakt) leveren we een betere bijdrage aan de verdere eenwording van kerken en christenen dan door afzijdig te blijven en eerst kerkelijke voorwaarden te stellen. Om oppervlakkigheid te voorkomen, is naast praktische ervaring ook theoretische bezinning noodzakelijk. Om 'leeuwen en beren' te verdrijven, is naast theoretische bezinning ook de praktische durf nodig om eens wat uit te proberen.