Afscheiden of revisie?
2001-10-26
Sleutel- Jaargang 45
- nummer 21
Wie zich afscheidt van hen die in Jezus Christus geloven of wie zulke gelovigen buiten de kerk sluit of organiseert, schendt de kerk buiten dewelke geen zaligheid is.
(Ontleend aan G. van den Brink en H.J.van der Kwast: ‘Een kerk ging stuk’, bladz. 105, Amsterdam, 1992) Om tot een juist oordeel te komen over de kerkscheuringen/afscheidingen van 1944/45 en 1967/68 en van de mogelijkheden tot hereniging van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken heb ik, mijns inziens, antwoorden nodig op de volgende vragen:
1. De Vrijmaking
Wekt de Acte van Vrijmaking van 11-8-1944 niet de indruk van afscheiden van een vals geworden kerk. (Zie Acte van Vrijmaking en Wederkeer III, B, 1e: gemeenschap van Woord en Sacrament verbroken en III, B, 3e: herstel van het verbroken verband van gelovigen.) Schilder en Greydanus wensten vrijmaking, terwijl vele andere bezwaarden in 1944 streefden naar revisie van de onjuiste synodebesluiten (Veenhof, Holwerda, Vollenhoven, Dooyeweerd, enz.; zie J. Stellingwerf, de VU na Kuyper, Kampen, 1987, bladz. 338).
Dus: afscheiden of revisie? De Vrijmaking veroorzaakte een breuk in de kerk, maar toch niet tussen gelovigen en ongelovigen? Was afscheiden dan wel verantwoord?
2. De Open Brief
In december 1966 heeft Prof.J.Kamphuis zich met een aantal gemeenteleden afgescheiden van de gemeente van Kampen; kort na het verschijnen van de Open Brief (31-10-1966). In zijn schrijven van 5-12-1966 aan de kerkenraad van Kampen typeert Prof. Kamphuis de ondertekenaars van de Open Brief als kwade herders die de schapen verstrooien. Want de Open Brief weerspreekt en loochent de overtuiging dat de bedding van Christus’ kerkvergaderende activiteit via de vrijgemaakte kerken loopt.
De curatoren van de Theologische Hogeschool en de Generale Synode nemen de zienswijze van Prof. Kamphuis over. Er is in 1967/68 gestreefd naar afscheiden, niet naar revisie. Gelovige kerkleden moesten vanachter dwalende ambtsdragers worden teruggeroepen. (wegroepingskerkrecht).
Moest een vals geworden kerk niet worden gereformeerd?
Dus: evenals bij de Vrijmaking is opgeroepen tot afscheiden , maar revisie komt nu niet in het blikveld. Werden de gelovigen in 1967/68 gescheiden van de ongelovigen?
3. Tussen 1886 (Doleantie) en 1892 (Vereniging)
De Afgescheidenen beschouwden de Hervormde kerk als valse kerk terwijl de Dolerenden pretendeerden alleen met de kerkelijke organisatie te hebben gebroken. Werkt die tegenstelling tot nu toe door? Afscheiding of revisie?
4. Verloochening van de Vrijmaking?
Als ik de afscheiding van 1944/45 als minder juist zou typeren, omdat ik voorstander ben van revisie, verloochen ik dan de Vrijmaking? Als ik de handelingen van de Gereformeerde kerken van 1942-45 volstrekt onjuist achtte, maar toch de Gereformeerde kerken (syn) niet als valse kerken wilde aanmerken, ben ik dan niet goed vrijgemaakt (geweest)?
5. Revisie en de Open Brief
Is er geen verband tussen de revisiegedachte van 1944 en de hoofdlijn van de Open Brief van 1966 (verwerpen van de Vrijmakingsideologie en de ware-kerk-theorie)? Samenspreken van de vrijgemaakten met de synodaalgereformeerden zou moeten leiden tot revisie. Oproepen tot vrijmaken veronderstelt afscheiden.
6. Is er geen samenhang tussen de afscheidingsvisie van K. Schilder in 1944 en die van J. Kamphuis in 1967?
7. Fundamentele discussie nodig?
Zou een fundamentele discussie over: afscheiden of revisie geen verheldering kunnen opleveren van elkaars inzichten?
Weliswaar is het geen voorwaarde voor hereniging; dat is alleen het gemeenschappelijk aanvaarden van Schrift en belijdenis. Maar het begrijpen van elkaar kan de onderlinge verstandhouding wel sterk bevorderen.
Graag zal ik de discussie over mijn bovengenoemde vragen aangaan.
Uw eventuele reacties kunt u via het (email-)adres van de redactie (zie colofon) inzenden. Plaatsing daarvan in Opbouw is daarmee niet gegarandeerd. Red.