Veracht de profetieën niet
2001-11-09
Twee weken geleden schreef ik blij te zijn met de aandacht die er dankzij ‘Houten’ is gekomen voor de mogelijkheid dat God ook vandaag nog tot ons spreekt door (bijbel)woorden, dromen, beelden en dergelijke. Deze keer wil ik het enthousiasme even dimmen door eerst de scepsis die in mij zit het volle pond te geven. Die wil namelijk nog wel eens de kop opsteken als ik mensen woorden van Boven hoor doorgeven.- Jaargang 45
- nummer 22
Die scepsis gaat terug op enkele minder positieve ervaringen met profetie.
Vanaf mijn 18e tot en met mijn 21e ben ik namelijk nauw tot zeer nauw betrokken geweest bij medegelovigen die alle ruimte gaven aan tongentaal, profetie en gebed om genezing en dergelijke. Intensief heb ik in die tijd zowel aan kleinschalige gebedskringen als grootschalige samenkomsten(One Way Day en de Pinksterconferenties te Vierhouten) deelgenomen. Daaraan heb ik veel goede herinneringen. Van de radicale overgave aan Christus en de liefde voor God en de naaste heb ik genoten en veel geleerd. Maar ten opzichte van profetie ben ik in die tijd behoorlijk wantrouwend geworden.
Zo waren er zeer concrete boodschappen, die, eenmaal uitgevoerd, tot hetzij koddige, hetzij uiterst pijnlijke situaties leidden.--1 Ook ontving ik persoonlijk bemoedigingen die zo algemeen en dusdanig weinig van toepassing op mijn situatie waren, dat ik er werkelijk niets mee kon. Mijn latere contacten met ‘het Volle Evangelie’ en ‘Pinksteren’ hebben dit beeld spijtig genoeg alleen maar bevestigd.
Nu breng ik deze scepsis niet ter sprake om ‘Houten’ daaraan op te hangen!
Voor mij persoonlijk is ‘Houten’ juist een welkome herkansing van datgene waar ik sinds die tijd met een boogje omheen ben gelopen. Ik breng deze (voor sommigen mogelijk herkenbare) scepsis ter sprake met de bedoeling te laten zien dat de Bijbel ons enerzijds noopt onze scepsis te overwinnen, ons anderzijds nodigt haar niet prijs te geven!
Over huis-, tuin- en keukenprofetie.n
In de Bijbel komen we -behalve de grote heilsprofetieën die vervuld zijn of nog op vervulling wachten- een vorm van profetie tegen die enigszins oneerbiedig getypeerd zou kunnen worden als ‘huis-, tuin- en keukenprofetie’.
Dit vanwege de alledaagse aard van de problemen, waarmee deze profetie zich bezig houdt. Deze profetie predikt niet ‘de grote daden Gods’, maar dient de mens die antwoord zoekt op zijn kleine vragen. Vragen, die voor hemzelf overigens heel groot kunnen zijn.
Een opmerkelijk voorbeeld hiervan is te vinden in 1 Sam.9:6-10. Saul moet achter de zoekgeraakte ezelinnen van zijn vader aan. Die worden na een intensieve speurtocht niet gevonden en op advies van zijn dienaar begeeft Saul zich vervolgens naar de alom gerespecteerde man Gods te Rama. Beschaamd worden ze niet. Samuël deelt Saul mee, dat de ezelinnen inmiddels terecht zijn.(9:20) Hoe onbeduidend dit alles in onze ogen ook mag zijn, uit de achtergrondinformatie die de verteller van dit verhaal tussen neus en lippen door geeft, blijkt, dat het raadplegen van God in dergelijke triviale aangelegenheden bepaald niet ongebruikelijk was. Hij schrijft: Vroeger zei men in Israël, wanneer men God ging raadplegen: Komt laten wij naar de ziener gaan. Want de profeet van tegenwoordig werd vroeger ziener genoemd.
(9:9) ‘Man Gods’, ‘profeet’ en ‘ziener’ zijn termen die elkaar in dit verband blijkbaar dekken. Voor een duiding van de eigen situatie, voor inzicht in de levenslijn, voor raad in moeilijke kwesties consulteerde men de ziener, de man Gods. Zo ging Rebekka, toen zij in verwachting bleek van een tweeling, ‘om de HERE te vragen’.
(Gen.25:23) En alle communicatiestoringen in het verhaal van Simsons geboorte (Richt.13) begrijpen we helemaal niets, als we niet doorhebben, dat Simsons ouders menen met een man Gods te maken te hebben, in plaats van met de engel des HEREN!
Legitieme behoefte
Middels de dienst van een man Gods of ziener, kon de HERE God dus op een heel persoonlijk niveau tot iemand spreken. Is dat niet bijzonder? De God van de Bijbel is niet alleen een God die op macroniveau een boodschap voor mensen heeft, maar ook op microniveau.
Mensen uit vervlogen tijden hadden behoefte aan dergelijke boodschappen.
Ze vroegen God erom, raadpleegden Hem. Uit de ruimte die in de Bijbel aan huis- tuin- en keukenprofetie gegeven wordt, blijkt dat dit een legitieme behoefte was. Zouden mens van deze tijd aan dit hoogst persoonlijke spreken van God geen behoefte meer hebben? Ik denk het wel.
Profetie ingekaderd in Gods Woord
Dat betekent niet, dat deze boodschap van God op microniveau los staat van de boodschap op macroniveau.
Integendeel, het kader waarin de mens zijn leven heeft te duiden en de basis waarop hij zijn leven heeft te bouwen dienen ook in het alledaagse geheel bepaald te worden door de Bijbel, het woord waarmee God nog steeds iedere mens wil aanspreken. Maar, ook als we dit steeds voorop stellen blijft de vraag wat jouw persoonlijke rol is in het plan van God. Wat heeft Hij met jou voor? Die vraag wordt vanuit het macroniveau wel in grote lijnen, maar niet in detail beantwoordt. En het is hierop dat profetische woorden zicht kunnen bieden.
Profetie als aanvulling van de wijsheid
Dit betekent ook niet, dat de mens het voor het zicht op Gods leiding en de wijze waarop hij zijn keuzes maakt uitsluitend op profetische woorden is aangewezen. Van veel groter betekenis dan het persoonlijke profetenwoord is in de Bijbel de wijsheid, zoals we die over talloze plaatsen in de Bijbel verspreid vinden. De wijsheid is één van de allergrootste gaven die God aan de mens gegeven heeft. God heeft ons het vermogen gegeven om lijnen te trekken vanuit het verleden, over het heden, naar de toekomst. Door te kloppen op het leven in al zijn facetten, door te luisteren naar anderenouderen!-, door je goed te laten informeren, door levenservaring op te doen en -vooral- door steeds weer met God en zijn Woord om te gaan, kan een mens een diep inzicht krijgen in wat verstandig is en onverstandig, juist en onjuist, wijs en dwaas, nuttig en nutteloos.
Wijsheid kan zo zelfs een profetische dimensie krijgen. En juist dan, zo meen ik, functioneert een mens het meeste naar Gods bedoeling. Maar hoe wijs een mens ook is, hij kan in wijsheid tekort schieten. En wat dan?
Je staat op een twee- of driesprong en weet werkelijk niet welke kant je nu moet opgaan? Wat moet ik doen, hoe moet ik het doen en wanneer en met wie? Wel, laten we er maar op vertrouwen dat God de mens in zo’n situatie die biddend normaliter bij de hand
wil nemen. ‘Indien iemand van u in wijsheid tekort schiet, dan bidde hij God daarom ……’
Nieuwe Testament
Ook in het NT zien we deze profetische levensleiding vele malen en op vele wijzen functioneren. In de bediening van de twaalf apostelen, van Paulus en de vroege gemeente spelen dromen en visioenen, profetische boodschappen en engelen een belangrijke rol. Steeds weer zien we de Heilige Geest mensen leiden tot hun bestemming. En dat deze profetische levensleiding niet slechts van betekenis was voor enkelingen, maar ook voor de gemeente als geheel, blijkt uit een woord van Paulus in 1 Thess.5:19 en 20, dat voor onze kijk op ‘Houten’ nog steeds van betekenis is: Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet!
Het zijn deze bijbelse gegevens die mij ervan overtuigen dat we niet in een sceptische houding mogen blijven hangen.
Aanvaard nu maar dat je dikwijls net zo om raad verlegen bent als de mens van vroeger. En benut daarom in kinderlijk geloof álle pijlen die de hemelse Vader op zijn boog heeft om je leven te duiden en te leiden.
Alleen is die op ervaring gebaseerde scepsis van me hiermee nog niet weggenomen ….
Maar moet dat dan?
Relativeren…
Het bijzondere is, dat de Bijbel het profeteren enerzijds stimuleert, anderzijds relativeert. Paulus zegt: Veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede. (Verg. 1 Cor.14:31) Ook zegt hij: ‘Onvolkomen(!) is ons profeteren.’(1 Cor.13:9) Profetie is wel een gave van de Geest, zoals ook de wijsheid een gave van de Geest is (1 Cor.12:8), maar ze heeft haar beperkingen.
Het is geen onfeilbaar lijntje naar beneden. Profetie is mensenwerk.
Een menselijke mogelijkheid, die door feilbaarheid gekenmerkt wordt.
Handelingen 21:1-14 tekent als geen ander hoofdstuk hoe menselijk het rond profeteren kan toegaan.
Profetieën zijn niet altijd even raak, en de interpretaties daarvan zijn soms moeilijk. Ze heffen het zoeken en tasten niet op. Profeteren moet je leren!
Daar hoort vallen en opstaan bij. Niet voor niets kent het Oude Testament het fenomeen ‘profetenschool’. Ook ‘Houten’ zou wel eens zo’n school kunnen zijn.
… en toch waarderen!
Dit besef maakt behoedzaam en kan zodoende wilde toestanden voorkomen.
Iemand ziet iets en meteen wordt het roer omgegooid, plannen gewijzigd, een baan opgezegd ik noem maar wat.
Nee, toets wat je hoort en ziet. Toets het aan de Bijbel. Toets het aan ‘de grote daden des HEREN’. Toets het aan het verstand dat je hebt en de wijsheid die je gegeven is. Toets het aan de weg die God met je gegaan is en vraag je af of hetgeen je hoort of ziet voegt binnen het geheel van je leven of buiten de toon valt. Wordt dit profetische woord gedeeld door anderen of wordt het door niets bevestigd?
Waar die relativerende en kritische werking er is, kan de gave van de profetie ook nu nog een waardevolle rol in de kerk spelen.
1. In zijn mooie en uiterst waardevolle boek over Gods leiding in ons leven, Door Gods hand, Kampen 1993, pag. 212-215, beschrijft Pieter van Kampen enkele van dergelijke pijnlijke uitglijers.